Vroeger verkochten we stieren, nu verkopen we stilte

In een wekelijkse serie besteedt Trouw in woord en beeld aandacht aan het hedendaagse christendom. Hoe staat de (christelijke) God van Nederland ervoor? Aflevering 27: een kloosterweekeinde in een benedictijner abdij in Doetinchem.

De oprijlaan van de Sint Willibrordsabdij in Doetinchem eindigt bij een bronzen beeldje van twee monniken, die elkaar broederlijk omarmen. Elke week staan hier gasten te wachten op gastenbroeder Kefas, waarschijnlijk zetten ze ook allemaal hun tassen op de stenen banken in de nis.

Het klooster lijkt een middeleeuws, Romaans gebouw. Toch is de abdij nieuwbouw, opgetrokken tussen 1948 en 1952 door monniken van de St. Paulusabdij uit Oosterhout. Tijdens de bouw woonden ze in het nabijgelegen kasteel Slangenburg. Op foto's uit die tijd zie je dat de monniken de abdij grotendeels zelf hebben gebouwd, met nogal wat gebruikte materialen; na de oorlog ging de huizenbouw voor.

De deur gaat open. Een pater stelt zich voor. Nee, hij is niet de gastenbroeder, die komt eraan. Na een paar minuten verschijnt broeder Kefas: ”Wat drinken we, koffie of thee?” Hij vertelt dat de monniken sinds kort één dag in de week reserveren voor zichzelf. ”Van zondagmiddag tot maandagmiddag ontvangen we geen gasten. We hebben een paar novicen, daar zijn we heel blij mee. Om een hechte gemeenschap te vormen is het nodig een deel van de week onder elkaar te zijn.” Zoals verwacht is de cel klein. Er staat een stoel, een bed, een tafel, er is een wasbak. In een boekje over de Willibrordsabdij dat opengeslagen op tafel ligt staat: ”Wij zijn benedictijnen, volgelingen van de heilige Benedictus van Nursia, die rond het jaar 540 op de Monte Cassino in Italië een leefregel voor monniken schreef. Dat deze monnikenregel nog altijd wordt nageleefd, zegt genoeg over de inhoud ervan.” Benedictus staat bekend om zijn wijze gematigdheid. Hij noemde monniken arbeiders, hun voornaamste werk is het gebed: gemeenschappelijk en individueel.

Toch moet er ook brood op de plank komen. Van de twintig euro die een gast per nacht betaalt, houd je geen gemeenschap draaiende. Decennia heeft de Slangenburg bestaan van zijn veestapel. ”Die heeft de toenmalige abt precies op tijd verkocht”, zegt broeder Henry Vesseur (46). ”Vroeger verkochten we stieren, tegenwoordig verkopen we stilte. De kerken lopen leeg, maar de behoefte aan spiritualiteit en bezinning neemt toe. Vijf jaar geleden dachten we dat die toename tijdelijk was. Dat is niet zo. Wij hebben nu zo'n 1800 overnachtingen per jaar. Op het moment moeten we zelfs wachttijden instellen. Grote bedrijven volgen hier meditatietrainingen, maar ook de Amsterdamse politie is geweest. Zij hoopten uit de regel van Benedictus wat te weten te komen over conflictbeheersing.” De klok luidt. Vijf voor vijf, tijd voor de vespers, het avondgebed. Het is zomer, ook in de kapel van het klooster. De sobere bakstenen ruimte is koel, maar je hoort het aan de vliegen, die de stilte wegzoemen. Pas als ze even in een nis zijn neergestreken, valt op hoe ver weg alle geluiden zijn.

Zes keer per dag komen de monniken samen om op gregoriaanse melodieën de psalmen te zingen, te luisteren naar lezingen uit de Heilige Schrift en in stilte te mediteren. Nadat de klok voor de derde keer geluid heeft, begint de dienst.

Op de voorste bank zit een man met een slecht geknipte baard. Het blijkt Adam, een pelgrim uit Polen. Na de dienst vertelt hij dat hij al tien jaar lang in zijn vakanties van klooster naar klooster trekt. ”De laatste jaren toer ik door Nederland. Vorig jaar liftend. Dat ging niet makkelijk, als westerlingen in een auto stappen komt het egoïstische deel van hun karakter bovendrijven. Ik heb toen vooral gelopen. Nu ben ik op de fiets. Zo'n pelgrimage is een alternatief voor het toerisme.” ”Wij ontvangen het liefst zinzoekers, armen, en geloofsgenoten”, zegt broeder Henry. ”Er wordt mij natuurlijk vaak gevraagd waarom we eigenlijk gasten ontvangen. Ik zou kunnen zeggen: het is een christelijke deugd. Dat klinkt als een moraaltheologisch statement. Misbediener schien beter: God openbaart zich in mensen, in gasten, zoals Abraham ervoer, toen hij ongemerkt engelen aan tafel noodde. Je zou het ook een vorm van dienstverlening kunnen noemen. In een spiritueel arme tijd delen wij van de kruimels die van onze tafel vallen.” Voor de goede orde: onder geloofsgenoten vallen ook de vele protestanten die hier in retraite gaan.

”Een tijdje terug gaf ik een gastcollege aan de VU in Amsterdam. Na afloop ontdekte een studente dat wij monniken katholiek zijn. ' O hemel, wat jammer, u hield zo'n mooi verhaal'. De helft van de gasten, zo schat ik, is protestant. Ik zie liever een protestant deelnemen aan de eucharistie die beaamt wat wij belijden, dan een katholiek die alleen nog in naam gelovig is.” De monniken dragen de oecumene in woord en daad uit. Het onzevader, tijdens de mis nog vol bekoring en kwaad, krijgt voorafgaand aan het eten in de refter zijn protestantse gedaante. Vesseur: ” Dat doen we omdat we ook samen met onze protestantse gasten een maaltijd vieren. Wij vieren de gemeenschap.

Het is het liefdemaal, de oud-christelijke agape. Daarom is er ook een

, een acoliet, en een voorlezer, de lector.” De afwas wacht. Dat is een van de momenten op de dag dat monniken en gasten elkaar spreken. Als de borden staan te druipen, vertelt Allan (43) dat hij een van de novicen in Slangenburg is. ” Op de lagere school wist ik al dat ik anders was dan de andere leerlingen. Ik ging graag naar de kerk, de eucharistie vond ik prachtig. En als ze me vroegen wat ik later wilde worden, zei ik: ' pater of frater'.” ” Het liep anders. Toen mijn vrienden op de middelbare school vriendinnen kregen, ontdekte ik dat ik andersgeaard was. Het idee het klooster in te gaan, kwam verder van mij af te staan. Ik heb jarenlang ' nee' gezegd tegen de roepstem van de Heer. Toen ik ouder werd, een relatie kreeg, had ik nog steeds het idee te moeten kiezen tussen het klooster en mijn vriend. Totdat ik op een dag in Luxemburg het klooster Clervaux bezocht. Daar heb ik ' ja' gezegd, juist op een moment dat ik heel gelukkig was in mijn leven.” ” Ik heb mijn relatie beëindigd en ben op mijzelf gaan wonen. Kijken of ik dat wel kon, alleen zijn en celibatair leven. Ik koos voor het benedictijner klooster.

Maar drie dagen na mijn intrede ben ik weggevlucht. Ik vond het er koud, miste de broederlijke liefde die ik meende te zien toen ik er kwam kennismaken. Bij het afscheid zei de novicemeester: ' Ga even naar de Slangenburg in Doetinchem, dan kun je wat uitrusten'.” ”Hier werd ik overrompeld door de sobere schoonheid. Ik was direct verliefd. In juni 2003, na een kennismakingsperiode van een halfjaar, ben ik ingetreden. Weer een halfjaar later werd ik gekleed, dan krijg je je habijt en word je novice. In december hoop ik mijn kleine gelofte af te leggen, dan ben ik tweeënhalf jaar in de Slangenburg. Daarna moet ik nog drie jaar voordat ik de eeuwige gelofte afleg.” De avond loopt ten einde. De dagsluiting, d.completen, is zo mogelijk nog stiller en indrukwekkender dan de vespers. Vooral het Salve Regina, dat in het donker gezongen wordt, gericht tot een minuscuul Mariabeeldje hoog in de kapel.

Om kwart voor negen treedt de nachtstilte in. Tot de volgende ochtend kwart voor zes is het stil in het klooster. Dan begint het ritme van de dag opnieuw. De eucharistieviering is voor de monniken het hoogtepunt van de dag.

In de kerk zitten nu ook meer mensen, gasten uit het stiltecentrum en een paar vakantiegangers uit de buurt. Aan het einde van de viering wensen de monniken elkaar de vrede van Christus, broederlijk. Precies zoals het beeld op de oprijlaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden