'Vroeger had ik niks, nu alles'

Al is het vaak erg stil, wie midden in de natuur woont, wil er niet meer weg. Vier portretten uit het groen. Vandaag deel twee: Annie Mostert (88) woont 66 jaar aan het Naardermeer.

Op het terrasje naast haar woonhuis heeft Annie Mostert het schoolbord klaargezet: koffie en thee 1 euro. Wie het 'rondje Naardermeer' loopt - een wandelroute van Natuurmonumenten - kan hier bij De Machine, zoals haar huis in het voormalige stoomgemaal heet, uitrusten en iets drinken. En, als ze zelf ook even aanschuift, luisteren naar boeiende verhalen over vroeger, die de 88-jarige vrouw des huizes met plezier vertelt.

Het is nu al zo lang geleden, maar de herinnering aan de dag dat ze hier aankwam, staat de 88-jarige Annie Mostert nog helder voor de geest. In oktober 1946 verliet zij, met enkel een doosje kleren achterop, De Rietgors - de boerderij van haar ouders - en fietste naar De Machine, pal aan het Naardermeer. Daar trok zij in bij haar verkering Henk - de een sliep boven, de ander beneden. Februari het jaar daarop trouwden ze.

"In mijn gezin was ik altijd het pispaaltje, het kind van de rekening. Ik had niet geboren moeten worden, want ik was weer een meisje, de derde dochter op rij. Pas op haar sterfbed heeft m'n moeder mij om vergeving gevraagd. Nee, ik heb geen fijne jeugd gehad. Ik ben pas een leuk leven gaan leiden, toen ik getrouwd was."

Niet dat ze daarna een luxe bestaan kreeg, integendeel. "We hadden geen gas, geen water, geen elektriciteit. Water haalden we uit een regenput, koken deed ik op een petroliestel, poepluiers spoelde ik in het meer. Pas in 1957, onze zoon en dochter waren allebei al geboren, kregen we elektra en drinkwater. Maar we moesten wel zélf de geul voor de kabels en leidingen graven naar de A1, én ook nog eens 200 gulden betalen. Anders was het niet rendabel om ons aan te sluiten, zeiden ze."

Geboren in de bedstee
Annie Mostert heeft een bijzondere band met De Machine. Door haar huwelijk kwam ze er 66 jaar geleden zelf wonen, maar lang daarvoor schreef haar familie al geschiedenis in dit huis. "In 1883 werd het stoomgemaal hier neergezet, met de bedoeling het Naardermeer leeg te pompen en de grond geschikt te maken voor landbouw. Maar er zaten zoveel wellen in de bodem, dat het meer steeds weer volliep. Het stoomgemaal verhuisde naar de Beemster en De Machine werd in 1890 verbouwd tot twee woonhuizen. In een daarvan is in 1894 mijn grootvader komen wonen. En daar," zegt ze, wijzend naar de voorkamer, "is in 1898 mijn eigen vader geboren in de bedstee. In 1910 zijn ze hier weggegaan, omdat ze op deze plek geen renderend boerenbedrijf konden opzetten. Het Naardermeer was na de aankoop in 1905 door Natuurmonumenten beschermd natuurgebied geworden."

In 1937 kwam haar latere echtgenoot Henk met zijn ouders, broer en zus in De Machine wonen. Zijn vader was baggeraar en rietsnijder in dienst van Natuurmonumenten. In de voetsporen van zijn vader werkte ook Henk tien jaar voor ze. Met een baggerbeugel baggerde hij het meer en de sloten. "Erg zwaar werk, en je ging er enorm van stinken," herinnert Annie zich levendig. Hij sneed riet, onderhield de eendenkooi en deed klusjes op de boerderijen in het natuurgebied. "Daardoor kwam hij ook op De Rietgors, de boerderij die mijn ouders van Natuurmonumenten hadden gepacht. Bijvoorbeeld om een schuur in de carbolineum te zetten. Zo hebben we elkaar leren kennen."

Direct na hun trouwen in februari 1947 zei Henk Mostert - zijn ouders waren allebei in 1944 overleden - tegen zijn Annie: 'Ik ben nu eigen baas, ik ga een andere baan zoeken'. "Op 1 april van datzelfde jaar is hij toen naar de chemische fabriek in Naarden gegaan. Daar kon hij 41 gulden per week verdienen, 16 gulden meer dan bij Natuurmonumenten. En 's zaterdags vrij. Dat was wel wat anders dan die baggerzooi. Voortaan ging hij 's morgens als een heertje de deur uit, mooie stropdas om en plooi in de broek, en 's avonds kwam hij er als een heertje weer in. Maar ik kneep 'm als een ouwe dief dat we ons huis uit moesten, nu m'n man niet meer voor Natuurmonumenten werkte. 'Lieverd', zei hij, 'maak je maar geen zorgen. Wie wil er nu nog voor 25 gulden gaan werken, als je in de fabriek 41 krijgt!' En wat hij zei, kwam uit. Niemand wilde dat zware, vieze werk nog doen. En niemand wilde hier wonen, want er was geen gas, geen water en geen licht. Dus we hoefden niet weg. En al hadden we niks, we waren toch gelukkig. Want de oorlog was over."

Sinds het overlijden van haar man in 2000 woont Annie Mostert alweer dertien jaar alleen in De Machine. Toch heeft ze er nooit over gedacht te verhuizen. "Ik wil helemaal niet weg, nooit. Hier heb ik mijn tuin en als het weer goed is, wil ik naar buiten. Ik ben een echt buitenmens. Mijn kinderen hebben me beloofd dat ze me hier niet zullen weghalen. 'Moeder', hebben ze gezegd, 'jij hoeft nooit naar een bejaardenhuis, want dit is toch alles'."

En dat is het wonen hier, middenin de natuur van het Naardermeer, inderdaad voor Annie Mostert. "In de winter, als het koud en nat is, blijf ik binnen. Dan kijk ik televisie en brei ik mutsen en sjaals voor Roemenië. Ik heb nog nooit zoveel gebreid als afgelopen winter, een hele verhuisdoos vol. Maar in de lente en 's zomers, als de zon maar even schijnt, moet ik naar buiten. Dan kun je me vinden op die bank daar aan het meer, met een krant of een breiwerk. Soms tel ik de zwanen op het water, één keer kwam ik tot 61. Door te kijken leer je vanzelf veel over de natuur. Of er veel of weinig eenden zijn bijvoorbeeld, hangt af van de wind. Bij noordenwind zijn ze weg, maar bij zuidenwind zijn er juist heel veel op het meer."

En toch zal Annie Mostert, als je vraagt wat hier wonen nu zo fijn maakt, niet beginnen over de rust, de gezonde schone lucht, het groen of de vogeltjes. Alsof dat te vanzelfsprekend is om op te noemen. "Wat ik het fijnste vind, is dat ik nu alles heb en dat ik ook alles nog zelf kan. Vroeger, toen ik hier kwam, had ik niks, nu heb ik gas, water, licht, een koelkast. Ik voel me als in het paradijs, een gezegend mens. Ik heb wel twee kunstheupen, maar daar merk ik niks meer van, die doen het goed."

Als ze nou toch hier weg zou moeten, naar een plek met alle mogelijke voorzieningen, maar zonder natuur? "Ja, natuurlijk zou ik dán het buiten zijn het meeste missen. De bladeren die in de lente weer aan de bomen komen, de geur van een meiregentje. Dat ruik ik en daar geniet ik van. De natuur is zo prachtig. Net nog heb ik, toen ik toevallig daar bij het raam zat, een fotootje gemaakt van een ree die voorbij kwam. En laatst zag ik een reiger in de sloot. Ik dacht, wat loopt die ver de sloot in, en in ene keer, tjoep, trok hij een grote mol uit de wallekant. Hij spoelde hem eerst een keer af, mikte hem de lucht in en ving hem weer op, spoelde hem nog een keer af en toen ging die mol zo, hap, in ene keer naar binnen, ik zag hem zo door die dunne nek naar beneden glijden."

Nest van grijze haren
Het stoeltje naast het voorraam, met de verrekijker en een vogelboekje onder handbereik, is haar favoriete plekje. 's Morgens om half tien eet ze daar haar boterhammetje met uitzicht op de sloot en het aangrenzende ruige veld, en in de avondschemering zit ze er weer, "om te kijken of er wild is". Altijd is er wel wat te zien. "Een tijdje terug zag ik hier voor het huis een vos en tegenover hem een stukje verderop stond de kat van de buren. Ik dacht, oh mijn god, als dat maar goed gaat. Zeven minuten hebben ze tegenover elkaar gestaan. En toch ging die vos weg, uit respect voor die kat z'n territorium. Ja, dat zijn de mooie dingen. Ik zie altijd alles, omdat ik erop let."

En als het even kan, maakt ze foto's van wat ze om haar huis heen ziet. Jonge mezen in de nestkastjes, de grauwe vliegenvanger die vorig jaar achter het schuurtje ging broeden, reeën in de sneeuw, uitzichten over het meer. Een vriend maakt er ansichtkaarten van, voor 30 cent te koop bij de koffie. Maar van dat grappige gebeuren van vorig jaar kon ze onmogelijk een foto nemen. "Ik lag lekker op een stretcher bij het huis. Kwam er een koolmees op mijn hoofd zitten en trok er een haar uit. Ik ben doodstil blijven liggen. Negen haren heeft hij uit mijn hoofd getrokken! Toen zijn vier jongen waren uitgevlogen, heb ik het nestkastje opengemaakt en het nestje eruit gehaald. Ik wist niet wat ik zag: al mijn grijze haren zaten erin. Dat nestje heb ik toen wel op de tafel gelegd om het aan de voorbijgangers te laten zien. Daar geniet ik van."

's Avonds, zeker in de winter, als er geen wandelaar meer te bekennen is en de vogels er het zwijgen toe doen, is het stil bij De Machine. Maar al zit ze hier 'van God en alle mensen verlaten', last van eenzaamheid heeft Annie Mostert nooit. "Ik heb daar helemaal geen erg in." En bang is ze al evenmin. "Maar ik ben wel op mijn qui-vive. Als het gaat schemeren, doe ik de knip op de deur." Eén ding staat als een paal boven water voor Annie Mostert: "Ik blijf mooi bij het Naardermeer. Ik hoop nog even mee te kunnen en te genieten van de natuur. Ik heb een prachtig huwelijk gehad, ben blij met wat ik gedaan heb en met wat ik nog doe. Ik voel me gewoon een gelukkig mens. En moet ik hemelen, nou dan ga ik hemelen."

Annie Mostert: 'Ik blijf mooi bij het Naardermeer. Ik hoop nog even mee te kunnen en te genieten van de natuur.'

'Soms tel ik de zwanen op het water, één keer kwam ik tot 61. Door te kijken leer je vanzelf veel over de natuur.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden