Vroege christendom / Christenen niet massaal voor de leeuwen

De secularisatie heeft het christendom in West-Europa gedecimeerd. Gevolg: somberheid en zelfs paniek. Ten onrechte, meent Pierre Trouillez. Volgens de Vlaamse kerkhistoricus staart men zich blind op de 'goede dagen' van weleer. ,,Zinloos.'' Zijn advies aan de kerken: Spiegel je aan de situatie in de eerste eeuwen. Interview met een realist.

Pierre Trouillez maakt zich geen illusies: ,,Ik acht het niet uitgesloten dat op den duur in delen van West-Europa alle sporen van christelijke aanwezigheid uitgewist zijn. Je ziet dat nu al in Frankrijk. Wat dan overblijft zijn kleine kernen van christendom. Daar zullen we het mee moeten doen.''

Trouillez beziet de ontwikkelingen stoïcijns: ,,Ach, dat gaat eenmaal zo in de geschiedenis. Kijk naar Noord-Afrika. Dat gebied telde ten tijde van Augustinus zeshonderd bisschoppen. En nu...! Hetzelfde is in Palestina en Turkije gebeurd.'' Dat het christendom mondiaal zal uitsterven denkt hij niet. ,,Daarvoor is het in andere delen van de wereld veel te elastisch.''

Prof.dr. Trouillez doceert vroege kerkgeschiedenis en dogmatiek aan twee seminaries en een instituut voor godsdienstwetenschappen. Daarnaast is hij pastoor.

,,Rome heeft zich allang erbij neergelegd dat het katholicisme in onze landen ineen is geschrompeld. Daar ligt men niet echt wakker van, gezien de groei elders. Waar de paus zich wel zorgen over maakt is de kans dat het restant van zijn westerse kudde ideologisch verdampt in een zee van religieus pluralisme. Vandaar dat hij brieven rondstuurt en directieven uitvaardigt om dit gevaar te keren.''

In de pastorie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Diest, Vlaams-Brabant, praten we over Trouillez' nieuwste boek. Daarin beschrijft hij glashelder het christendom in de eerste drie eeuwen, tot de komst van keizer Constantijn die in 313 het fundament legde voor de latere staatskerk.

Trouillez omschrijft het constantijnse christendom als de innige vervlechting van religie, cultuur en sociaal-politieke verhoudingen. ,,Wie een fatsoenlijk burger wilde zijn, moest, minstens voor de schijn, zich tot het christendom bekennen. Anders vond je niet alleen je medeburgers tegenover je, maar ook de overheid. Deze nauwe verwevenheid tussen kerk en staat bestond in West-Europa tot de Franse Revolutie. In Oost-Europa, met name in Rusland, duurde het tot de machts overname door de communisten. Nu zie je soms de oude situatie herleven.''

In het Westen werd binnen protestantse en katholieke kring het constantijnse christendom nog tot het midden van de 20ste eeuw gekoesterd. Wee degene die zondags niet naar de kerk ging. Trouillez: ,,Ook nu beheerst dit model het denken. Zo vergelijkt men bij ons zorgelijk de vijftien procent die nog naar de mis gaat -bij jullie zal het niet veel meer zijn- met de negentig procent van vroeger. Zo'n houding berust op de misvatting dat de 'succesformule' de enige maatstaf is. En dat leidt alleen maar tot somberte. Als we ons fixeren op het constantijnse kerkbeeld ontneemt dit het zicht op die andere historische gestalte van de kerk: een kleine minderheid binnen een religieus pluriforme wereld, zoals dat de eerste drie eeuwen het geval was. Kort voordat Constantijn in 306 keizer werd, vertegenwoordigden de christenen slechts acht procent van de bevolking. Toch zagen ze zichzelf als het gist in de samenleving. Daar kan de kerk in onze tijd heel wat van leren.''

Trouillez wijst met nadruk het idee af van de kerk als 'heilige rest', waar de Limburgse bisschop Gijsen mee koketteerde. ,,Het sociologische fenomeen van de kleine christelijke groep mag je nooit verheffen tot theologisch ideaal. Anders verval je tot een sekte. Ook de vroege christenen streefden naar aanwas. Ze hielden daarom alle lijnen naar de heidense samenleving nadrukkelijk open. Ze waren geen naar binnen gekeerde groep die klein wilde blijven.''

De Vlaamse prof verwerpt het beeld van een Romeins rijk dat op grote schaal christenen martelde en voor de leeuwen gooide. ,,In werkelijkheid waren er slechts drie vervolgingen die het hele rijk omvatten. De ergste begin derde eeuw, onder Diocletianus. Daarnaast waren er vooral lokale 'pogroms'. Soms gebeurde er jaren weinig of niets, zoals tussen 260 en 300.''

In al die eeuwen, benadrukt Trouillez, zijn maximaal 20000 christenen omgebracht. Tot halverwege de derde eeuw gebeurde dat met instemming van de heidense meerderheid. Het feit dat christenen weigerden aan de keizer te offeren werd gezien als geestelijke ondermijning van het rijk.

Naarmate het aantal christenen toenam -Trouillez: ,,zeker niet alleen slaven en andere sociaal zwakkeren, zoals de traditie wil''- besefte de heidense bevolking echter dat ze niet de monsters waren die de propaganda van hen maakte. Met name de gemeenschapszin die ze uitstraalden trok mensen aan. ün de heldere verlossingsleer, in een tijd waarin allerlei vage opvattingen over het leven na de dood circuleerden. ,,De volle klemtoon leggen op het leven hier en nu, zoals in onze cultuur, is alleen leuk als de aardse condities leuk zijn. Maar als je, zoals toen, leeft in opeengepakte steden vol geweld, armoede en ziekte, hoop je alleen maar dat het 'later' beter zal zijn. Die troost bood het christendom.''

Trouillez idealiseert het oude christendom niet. ,,Het waren lang niet allemaal heiligen, al was hun aantal relatief groter dan twee eeuwen later, toen je inmiddels meer christenen had en daarom ook meer kaf tussen het koren. Kerkvader Origines klaagt al in het jaar 250 over gelovigen die alleen op de grote feestdagen naar de kerk komen.''

,,Het is niet voor niets dat juist in die tijd de kerkelijke hiërarchie aan gezag wint. Omdat de basis het op ethisch vlak minder nauw begon te nemen, delegeerde ze het ethische ideaal aan een leidende klasse. Anders gezegd: Hoe meer leken zich tevreden stelden met een lagere trede op de trap der volmaaktheid des te meer ze priesters en bisschoppen op het voetstuk van de heiligheid plaatste. Zo ontstond geleidelijk de hiërarchisering en groeide er afstand tussen leken en clerus. Niet omdat paus of concilie dat voorschreef, maar omdat het 'volk Gods' het zelf wilde.''

Overigens kende het christendom in de eerste twee eeuwen geen priesters. Men had, legt Trouillez uit, afstand genomen van het joodse priesterschap. ,,Dat was, aldus de Hebreeënbrief, door Christus vervangen en voltooid. Naast hem mochten er daarom in de kerk geen andere priesters zijn. Wel kende men presbyters, maar priesters in de sacrale zin van het woord niet.''

En over de positie van de bisschop van Rome: ,,Je zou hem de eerste onder zijns gelijken kunnen noemen, zeker geen onfeilbare paus. Onder de bisschoppen in het rijk bezat hij het ereprimaatschap, vergelijkbaar met dat van de huidige oecumenische patriarch van Constantinopel binnen de oosterse orthodoxie. De paus was het symbool van de eenheid, de hoeder van de apostolische traditie en daarom opperste referent als de rechtzinnigheid van de leer in het geding was. Dat is overigens pas gegroeid, nadat in het jaar 70 Jeruzalem door de Romeinen was verwoest en het christelijk zwaartepunt zich had verplaatst naar Rome, waar de apostelen Petrus en Paulus hadden gewerkt en de marteldood waren gestorven.'

De professor moet altijd glimlachen als hij hoort hoe progressieve rooms-katholieken, in hun kritiek op het conservatisme van de kerk van nu, de geloofsgemeenschap in de eerste eeuwen lelieblank afschilderen. ,,Denk maar niet dat het er toen minder orthodox toeging. Na overspel vloog je onverbiddelijk de kerk uit, aanvankelijk zonder kans op terugkeer, want de biecht bestond nog niet. Later kreeg je één herkansing, nog weer later een tweede, maar dan was het ook fini.''

Vrouwen speelden ook toen geen leidende rol in de kerk en ze mochten al evenmin priester worden. Wat volgens Trouillez niet wil zeggen dat ze onmondig waren. ,,In die tijd werden bisschoppen gekozen door het kerkvolk. De kandidaten mochten dan wel allemaal mannen zijn, ze hadden de stemmen van vrouwen -lang in de meerderheid- hard nodig. Daarom werd met hun wensen terdege rekening gehouden. Ze moeten zich op hun gemak hebben gevoeld, anders zou hun aantal nooit zo groot zijn geweest. Dat het christendom huwelijkstrouw predikte, het weduwschap eerbiedigde en geweld tegen vrouwen afkeurde, maakte deze religie aantrekkelijk in een harde, vrouwonvriendelijke wereld.''

Pierre Trouillez: Van Petrus tot Constantijn - de eerste christenen; ISBN 9058261867; Davidsfonds Leuven; 374 blz; €19,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden