Vroeg vuur

Wie kan er vuur maken zonder lucifers of aansteker? Dat lukt maar weinigen. Toch was er een dag dat de vroege mens bewust vuur en hitte ging gebruiken. Maar waar en hoe gebeurde dat? Wetenschappers zoeken het antwoord in vulkanisme. Lava als bron van de moderne mens.

Vuurtje? Of: zet jij water op? Voor rokers en kokers overal ter wereld is het een achteloze vraag. Iets voor een ander in de brand zetten, zo gebeurd. Maar eigenlijk is het een bijzondere prestatie. En als je het zonder chemische of elektrische hulpmiddelen moet doen ook nog een hele onderneming. "Wie heeft", vroeg de Amerikaanse geograaf Michael Medler eind vorig jaar in San Francisco aan een zaal vol aardwetenschappers, "wel eens zelf vuur gemaakt, zonder aansteker of lucifers?" Niemand stak zijn vinger op.

Medler, onderzoeker aan Western Washington University, is het zelf ooit wel eens gelukt, op een van de klassieke manieren, door hout op hout te wrijven.

Maar net die keer was er geen fotograaf of filmer bij, dus hij heeft geen bewijs. En toch is dat kunststuk iets dat mensen al heel lang onder de knie hebben, misschien wel langer dan de moderne, slimme mens bestaat. En Medler denkt dat hij kan verklaren hoe dat zo is gekomen.

Vuur is in Europa aangetroffen bij kampen van jagers-verzamelaars uit de laatste 350.000 jaar, en dan heb je het zowel over Homo sapiens als over Homo neanderthalensis. Bij Europese vindplaatsen van voor die tijd zijn tot nu toe geen sporen van vuur gezien, stelde de Nederlandse expert op dit gebied, Wil Roebroeks van de Universiteit Leiden in 2011 vast in een overzichtsartikel. "En enkele jaren daarna", vertelt Roebroeks, "concludeerde een Amerikaanse groep precies hetzelfde over het Midden-Oosten."

Dat is een probleem: hominiden van de ene familietak of de andere leven al iets meer dan een miljoen jaar in Europa. Waren die lichamelijk dan helemaal aangepast om perioden van kou te overleven? Waren ze voldoende behaard, of konden ze hun voedsel zo snel verbranden dat ze op temperatuur bleven? Of hadden ze toch al de beschikking over vuur, maar zijn de sporen daarvan gewoon nog niet herkend?

Het laatste, denkt de Britse primatoloog Richard Wrangham, hoogleraar aan de Harvard Universiteit. In zijn boek Catching Fire (2009) werkte hij zijn hypothese uit dat mensen al zo'n twee miljoen jaar vuur maken, of tenminste heel goed met vuur om kunnen gaan. Hij leidt dat af uit het feit dat ons lichaam, en dat van onze voorouders, ontworpen lijkt voor een levensstijl waarin het vuur een belangrijke rol speelt.

Een sterke aanwijzing daarvoor is volgens Wrangham dat wie overschakelt op een 'natuurlijk dieet' van alleen maar rauwkost, eraan onderdoor gaat. Onze darmen zijn er te kort voor, onze kiezen te klein en onze kaken te zwak. En vooral: onze hersenen vragen zoveel energie, dat alleen voedsel dat is voorgekookt ons genoeg energie kan leveren.

Het regelmatig gebruik van vuur kan ook gevolgen hebben gehad voor het gedrag van mensen in het algemeen: eten bereiden bijvoorbeeld en het pas opeten als het klaar is, nodigt vanzelf uit tot samenkomen en informatie uitwisselen. Dat kun je zelfs nu nog waarnemen: de antropologe Polly Wiessner van de Universiteit van Utah analyseerde de gesprekken die de !Kung in de Kalahari-woestijn in Namibië met elkaar voerden. Overdag ging het over de praktische zaken waar ze mee bezig waren: met jagen, verzamelen, met overleven dus. Maar 's avonds aan het kampvuur, in hun vrije tijd - die er zonder dat vuur helemaal niet geweest zou zijn - ging het over relaties: met elkaar, met andere groepen, met de geestenwereld. Onze voorlopers werden op die manier behalve intelligenter ook socialer. Kortom, vuur heeft de mens gemaakt.

Die hypothese van Wrangham is zeker niet algemeen geaccepteerd. Maar in Leiden staat archeoloog Wil Roebroeks er welwillend tegenover. "Voor hem is wat er twee miljoen jaar geleden is gebeurd ondenkbaar zonder gebruik van vuur. Wij zien pas aanwijzingen van veel later. De bioloog zegt A, de archeologen zeggen B. Dat is een situatie waar je iets mee kunt, van consensus leer je niks."

Rond het kampvuur

Een mogelijke verklaring van het plotseling opduiken van vuur in het bodemarchief zou volgens Roebroeks kunnen zijn, dat er rond 350.000 jaar geleden iets anders veranderde. "Misschien gingen mensen bijvoorbeeld in plaats van in kleine groepjes rond te trekken, zo nu en dan een kampvuurtje makend, langere tijd op één plek verblijven. Als ze dan 's avonds in grotere groepen rond het vuur gingen zitten, kreeg je vuurgebruik dat voor ons archeologen heel zichtbaar is. Maar dat is gespeculeer."

Zelfs als je dat aanneemt, is er bovendien met de theorie van Wrangham nog een groot probleem. En dat is de vraag die Michael Medler zijn gehoor in San Francisco voorlegde: wie ooit heeft geprobeerd vuur te maken met primitieve middelen, weet dat het vreselijk moeilijk is. Als de mens intelligent is geworden dankzij het vuur, hoe kon hij het dan temmen toen hij nog tamelijk onderontwikkeld was?

Wrangham had daar natuurlijk ook wel over nagedacht, maar de mogelijkheden voor de vroege mens om aan vuur te komen, leken beperkt: blikseminslag bijvoorbeeld, gevolgd door bosbrand, waaruit dan weer vuur geoogst werd. Maar dat gebeurt veel te incidenteel, het is niet echt een bron waarop je kunt rekenen, denkt Medler.

Als Wranghams theorie klopt, moet er in de tijd dat mensen met moderne trekken ontstonden - twee miljoen jaar geleden in Afrika - een betere, meer betrouwbare en makkelijk toegankelijke bron van vuur zijn geweest. "We moeten de beschikking hebben gehad over gekookt voedsel, 100.000 jaar langer dan dat we onze grote hersenen hadden", zegt Medler. En hij denkt dat hij de bron van dat vuur gevonden heeft: vulkanisme.

"Ik ben geograaf", zegt Medler, "en geneigd om bij alles te vragen: waarom hier? En het antwoord dat iets toevallig ergens is, wijs ik dan meestal van de hand. Waar ik nu onderzoek naar doe, is de opvallende overeenkomst van de plaatsen waar vroege hominiden zijn gevonden en de regionale patronen van vulkanisme destijds. Het is een beetje zoals vroeger Alfred Wegener de platentektoniek ontdekte: de continenten passen als puzzelstukken in elkaar, wat zou dat kunnen betekenen?"

En platentektoniek, het op de wereldbol rondschuiven van de continenten, heeft er nog wat mee te maken ook: het vulkanisme waar hij het over heeft, houdt verband met het loskomen daar van een nieuwe continentale plaat. Oost-Afrika, de streek waar beroemde fossielen als Lucy (Australopithecus afarensis) en latere hominiden zijn gevonden, is een geologisch erg actief gebied. De Grote Afrikaanse Slenk loopt erdoorheen, een kloof waar het continent aan het scheuren is en over miljoenen jaren een nieuwe oceaan zal ontstaan. Maar waar ooit water zal stromen, stroomde miljoenen jaren geleden lava.

"Over dat soort lavastromen weten we eigenlijk verrassend weinig", zegt Medler. "Maar wat we weten, is dat de meeste erg lang nasijpelen, langer naarmate de oorspronkelijke stroom groter was. Dus na een periode van intense vulkanische activiteit zullen er op allerlei plaatsen kleine stroompjes zijn blijven vloeien, die lijken op wat je nu bijvoorbeeld op het Grote Eiland van Hawaii ziet. Die lava stroomt daar al meer dan een eeuw, en je kunt er makkelijk bijkomen. Steek er een stok in, en hij vliegt in brand. Er zullen daar toen ook veel gebieden zijn geweest die lijken op het huidige Yellowstone in de VS, met thermische bronnen. Daar heb ik zelf wel eens eten in gekookt, in 1988 toen ik er als vrijwilliger branden bestreed. Je had in eerste instantie dus misschien niet eens vuur nodig om anders te gaan eten."

Barrières

Een ander onderdeel van Medlers hypothese is dat die lavastromen destijds barrières in het landschap vormden. Die maakten het verschillende groepen mensen moeilijk om contact met elkaar te hebben. In kleine, geïsoleerde groepen verloopt de evolutie sneller. Hij vergelijkt het met de beroemde Galapagos-eilanden, waar Darwin ontdekte dat elk eiland zijn eigen vink had gekregen. "Je had eilanden die korte tijd konden bestaan in een wereld van vuur, en hulpbronnen die verschenen en weer verdwenen. Het was geen lineair proces."

Zijn onderzoek is in de beginfase, het bestaat alleen nog maar uit een idee en een aantal kaarten, waarop vindplaatsen van hominiden en lava-afzettingen zowel wat betreft tijd als plaats bij elkaar in de buurt liggen. Dat is nog geen bewijs dat er tussen die twee ook een oorzakelijk verband is. Roebroeks merkt op, en Medler beaamt het, dat juist het feit dat de Afrikaanse Slenk zo'n geologisch actief gebied is, ervoor heeft gezorgd dat diepe aardlagen bereikbaar werden, waarin de overblijfselen van vroege hominiden te vinden waren. Medler: "Ik zeg niet dat vulkanisme de enige oorzaak is van het ontstaan van de menselijke soort. Maar als geograaf zeg ik wel, dat we vulkanisme als factor tot nu toe hebben veronachtzaamd."

En hoe zou zijn idee kunnen worden bewezen? "Het beste bewijs zou bestaan uit goed bewaarde menselijke overblijfselen, gevonden met sporen van bereid voedsel, en dat alles dichtbij een vulkanische bron van hitte of vuur. Het is heel onwaarschijnlijk dat we zoiets vinden, en lavastromen hebben natuurlijk juist de neiging om sporen te vernietigen. Maar misschien wacht er wel zo'n vindplaats op ons, ergens aan de rand van een lavastroom van twee miljoen jaar oud."

Een chimpansee kan er al mee beginnen

Een van de puzzelstukken in de vraag hoe hominiden met nog beperkte intelligentie konden beginnen met koken, werd vorig jaar gelegd door onderzoekers Felix Warneken en Alexandra Rosati van de Harvard Universiteit. Ze ontdekten dat chimpansees slim genoeg zijn om te ontdekken dat hun eten lekkerder smaakt als ze even geduld hebben en een kooktoestel gebruiken.

De dieren kregen geen echt fornuis of een magnetron om mee te experimenteren, maar een 'magische kom'. Als een mens of een mensaap daar een stukje rauwe zoete aardappel in legde en even schudde, kwam er een gaargekookt stukje tevoorschijn. De onderzoekers stelden vast dat toen de chimpansees dat eenmaal hadden ontdekt, ze er maar al te graag rauw voedsel in kwamen leggen om het te koken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden