Vrijwilligerswerk kan niet voor niets

Vrijwilligers zijn van grote betekenis, maar de overheid moet hun het werken wel mogelijk maken, betoogt Ella Vogelaar.

Morgen en overmorgen gaan meer dan driehonderdduizend vrijwilligers aan de slag tijdens NL Doet, dat dit jaar voor de tiende keer wordt georganiseerd door het Oranjefonds. Het belang van vrijwilligerswerk voor onze samenleving wordt zo zichtbaar. Niet door erover te praten, maar door het te doen. Nederland telt ruim 6 miljoen van die doeners: de helft van de bevolking ouder dan 15 jaar. Wil de overheid een nog grotere betrokkenheid realiseren? Dan moet ze aan een aantal minimale randvoorwaarden voldoen. En met consistent beleid komen.

Overal zijn vrijwilligers actief: bij sportclubs, jongerenwerk, de zorg, natuurbehoud, dierenbescherming, kerken, politieke partijen et cetera. Van mensen die jarenlang de spil van een vrijwilligersorganisatie zijn tot hen die af en toe iets doen. Samen vormen ze een sterk en onmisbaar sociaal weefsel voor een vitale samenleving. Dat is des te belangrijker omdat de overheid met de participatiesamenleving oproept om nog meer zelf de regie te nemen en naar elkaar om te zien.

Voor die gedachte lijkt een groot draagvlak te bestaan. In allerlei initiatieven op het terrein van zorg, wonen en welzijn nemen burgers het heft in eigen hand om voorzieningen te organiseren waar anderen gebruik van kunnen maken. Van het inkopen of leveren van zorg, het doen van boodschappen tot het in beheer nemen van zwembad of buurthuis.

Maar het stimuleren van de participatiesamenleving is iets anders dan een aantal taken en verantwoordelijkheden over de schutting naar de burgers gooien. De overheid moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo dreigde in Lichtenvoorde het zwembad te sluiten omdat de gemeente geen subsidie meer gaf. De vrijwilligers van de zwemvereniging ijverden met succes voor het openhouden. Het bleek wel nodig dat er tenminste één beroepskracht is, die de inzet van al die vrijwilligers coördineert en voor continuïteit zorgt. Ook moest de gemeente investeren in het onderhoud.

Of neem de oproep tot zelfredzaamheid en burgerkracht. Soms zijn mensen zo kwetsbaar dat zij niet de regie over hun leven kunnen nemen en ook niet beschikken over een netwerk dat hen kan helpen. Dan moeten anderen dat netwerk bieden, door bijvoorbeeld lotgenotencontact te organiseren of vertrouwenspersonen in te schakelen. Kortom: burgerkracht is niet gratis.

Het overheidsbeleid moet ook consistent zijn. Staatssecretaris Van Rijn bezuinigt fors op de thuiszorg en zegt dat mensen meer zelf moeten doen of de hulp van familie en buren moeten inroepen. Maar minister Asscher zegt dat mensen met een WW-uitkering geen vrijwilligerswerk mogen doen als sprake is van verdringing van regulier werk. Je zou haast denken dat de regering vindt dat je alleen vrijwilligerswerk mag doen als je een drukke baan hebt.

Veel vrijwilligers zullen innerlijk gemotiveerd zijn het gat opvullen dat ontstaat doordat er minder betaalde arbeid in de zorg voorhanden is vanwege overheidsbeleid. In principe is er een groot reservoir van deze steunpilaren. Daardoor kunnen nog meer zorgkosten worden teruggedrongen. Een derde van alle mensen die de huisarts bezoeken heeft klachten door eenzaamheid. Pillen lossen dat niet op, een doktersadvies om onder de mensen te komen wel. Burgerinitiatieven zoals Resto Van Harte bieden die mogelijkheid. Om de participatiesamenleving verder uit te bouwen is zowel landelijk als lokaal een overheid nodig die zich faciliterend en lerend opstelt, nieuwe samenwerkingsvormen met burgers aangaat en professionals de regelruimte biedt om in te spelen op de verschillende omstandigheden waarin burgers verkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden