Vrijwilligers helpen met het digitaliseren van de slavernij-archieven

Ray Laatst helpt mee het Surinaamse slavenregister te digitaliseren.Beeld Maarten Hartman

Zevenhonderd vrijwilligers zijn begonnen met het uittypen van de Surinaamse slaven-registers. De negentiende-eeuwse hanenpoten ontcijferen is 'monnikenwerk' en roept veel emotie op.

Op plantage vijftien langs de Boven Suriname, een junglegebied in het binnenland, leefde Madrijntje Laatst. Samen met 58 andere slaven woonde ze in Weglooperskamp III. Madrijntje was haar slavennaam. Ze was dertig, geboren in 1833 en geregistreerd in de koloniale slavenregisters met Lucie (11), Jacobus (1) en Cornelis Laatst (‘leeftijd onbekend’). 

Meer is er niet online te vinden over de Creoolse voorouders van Ray Laatst (64). Ray kwam op zijn negentiende vanuit Suriname naar Nederland. In zijn villa in Zeist - hij was directeur van een softwarebedrijf - zit hij achter de computer te scrollen door een uittreksel van de burgerlijke stand in Paramaribo. "Hier duikt Jacobus weer op", zegt hij. De eenjarige jongen die op de 'Wegloopers-plantage' (een soort strafkamp voor weggelopen slaven) werd geregistreerd als Jacobus is Ray's overgrootvader.

Surinaamse families die iets willen weten over hun tot slaaf gemaakte voorouders moesten tot voor kort naar het nationale archief in Paramaribo. In drieënveertig boeken, zogenaamde folianten van bijna een meter hoog, staan zo'n 80.000 namen van Surinaamse slaven. Nederlandse ambtenaren registreerden tussen 1830 en 1863 minutieus welke slaven werden geboren, overleden, verkocht, gekocht, vrijgelaten of verpand.

Gedigitaliseerd

Het register is de belangrijkste bron over tot slaaf gemaakte mensen in het negentiende-eeuwse Suriname. Maar omdat namen per plantage of eigenaar en niet op alfabetische volgorde staan genoteerd, is offline zoeken naar familie onbegonnen werk. Op initiatief van de historici Coen van Galen van de Radboud Universiteit en Maurits Hassankhan van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo worden de boeken nu gedigitaliseerd. Zevenhonderd vrijwilligers zijn deze week gestart met het ontcijferen en digitaliseren van de gegevens.

Ray Laatst is een van die vrijwilligers. Voorovergebogen over zijn laptop leest hij de ingescande krullende sierletters op de vergeelde folia die hem zijn toegewezen. "Het is monnikenwerk", zegt hij. In kolommen staan de slavennamen die vaak werden bedacht door de eigenaar. "Nieuw jaar, Lief, Amarantha, Helena, Rosetta", leest Ray. Door veel namen staat een streep. "Omgekomen op de plantage. Sommigen waren dertig of veertig jaar oud. Zo zwaar was het leven." De naam Helena is niet doorgestreept. Zij is in 1834 verkocht aan ene G.S. Carstairs en 'zijnen broeder en moeder', voor 'privégebruik'.

Beseffen welke verhalen achter de namen schuilgaan kan Ray niet altijd. "Het roept veel emotie op. Ik doe liever een deurtje dicht om niet te hoeven voelen. Anders kan ik niet registreren." Hij komt ook mooie dingen tegen. "Achter de naam van een vrouw en kind stond 'Vrij geworden'. En ze heten: Palmhout."

Javaanse kant

Zodra alle namen zijn ingevoerd hoopt Ray meer over zijn eigen familie te vinden. Waarom heette die Madrijntje 'Laatst', net als hij nu? Misschien heette haar opzichter zo. "Of ze was de laatste in de rij bij de registratie." Van welke plantage zou ze weggelopen zijn? Wie was haar moeder? Uit welk Afrikaans land was die verscheept? Ray hoopt iets van de geschiedenis te kunnen traceren.

Vanuit zijn familie is in het verleden niet veel aandacht geweest voor de 'Creoolse kant'. Dat komt volgens Ray doordat zijn opa als een van de eerste zwarte mannen trouwde met een Javaanse immigrante. Vanaf toen trok de familie Laatst vooral naar de 'Javaanse kant'. Dat kan veranderen nu het slavenverleden kan worden uitgezocht, denkt hij. Dat er aandacht is voor het verleden vindt hij belangrijk. Bizar noemt hij het dat Nederland zo weinig aandacht heeft voor de slavernij. "Het is gewoon onderdeel van de geschiedenis."

Volgend jaar voorjaar moet de publieksdatabase klaar zijn. Ray kijkt af en toe in de database hoeveel pagina's de andere vrijwilligers per dag doen. Hij kan er zo'n vijftien per dag aflezen. Elke pagina wordt door twee vrijwilligers afzonderlijk ingevoerd én door een controleur bekeken om fouten te voorkomen. Ray vindt het belangrijk om dit werk te doen. De folianten bevatten voor veel mensen gegevens van onschatbare waarde. "Met het ontcijferen van deze namen help ik heel veel families."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden