Vrijwillig in Het Dolhuys

2011 is het Jaar van de Vrijwilliger. In het Haarlemmer Dolhuys, museum voor de Psychiatrie, werken liefst 135 vrijwilligers. Velen van hen kennen de psychiatrie uit eigen ervaring en zijn daardoor misschien wel de ideale vrijwilliger.

HINKE HAMER

Marion Verhoef (54)
werkt twee halve dagen als vrijwilliger in Het Dolhuys:

"'Jij bent een overlever', zei een psycholoog ooit gekscherend, toen we het over stoornissen en diagnoses hadden. En daarnaast heb ik een dwangstoornis.

Ik heb geen fijne jeugd gehad. Mijn oma voedde mij op en zolang zij leefde heb ik alles gedaan om haar te behagen. 'Als ik sterf is dat jouw schuld', zei ze. Of ze zei me dat ik moest treuren als ze dood was. Ze werd 96. Toen ik voor het eerst niet om haar rouwde was ik doodsbang dat ik gestraft zou worden. Achteraf kun je zeggen dat ze me geestelijk manipuleerde, maar dat leerde ik pas toen ik zelf psychologie studeerde.

Ik heb onnoemelijk veel therapieën gevolgd, maar van therapeuten heb ik na al die jaren geen hoge pet meer op. Psychologen halen hun theorie uit boekjes en raken soms zélf overspannen. Inmiddels weet ik het beter dan zij.

Anderhalf jaar geleden wees een vriendin me op Het Dolhuys. Vond ze net wat voor mij, omdat ik beide kanten van de geestelijke gezondheidszorg ken. Het bleek een schot in de roos. Toen ik op mijn eerste werkdag als vrijwilliger werd ingewerkt, kreeg ik te horen: 'Je werkt morgen met Wiebe en Thea en die zijn vier handen op één buik. Wees je daarvan bewust.' Ik hield mijn hart vast, maar vanaf dag één waren we zes handen op één buik. Nu doe ik baliewerk en sta ik op beurzen en braderieën. Ik ben sterk gegroeid in dit werk en voel me gewaardeerd. Eindelijk.

Vrijwilligerswerk vind ik belangrijk, ik maak het anderen graag naar de zin, maar ik leer zelf ook van dit werk. En ik zet mijn studie psychologie in. Het Dolhuys kan confronterend zijn voor wie zelf met de psychiatrie te maken heeft gehad. Ik herinner me een bezoekster die huilend uit de dolcel kwam. Zij had er zelf ooit in gezeten en de angst van toen kwam terug. Samen zijn we nóg eens die dolcel in gegaan. Daarna was het goed. Hoewel, of het echt mijn opleiding is die ik op zo'n moment inzet... het is vooral intuïtie.

Hier is geen enkele druk. Heel soms, als het niet gaat, bel ik af - dat kun je niet doen bij een echte baan. Ik doe het zelden, maar weet dat het kan. Weet je, ik sta hier met een flair van 'Ik doe het wel', maar mijn grappen zijn een houding en leven is overleven."

Jan de Jager (61)
werkt een halve dag als vrijwilliger in Het Dolhuys:

"Bijna tien jaar geleden kreeg ik een hersenbloeding. Een half jaar later een hartinfarct en twee jaar later weer een. Ik heb er in totaal - laat me tellen - vier, vijf, zes, zeven gehad. Hoe een mens dat overleeft? Ik ben een zondagskind, een andere verklaring heb ik niet.

Ik heb dertig jaar als psychiatrisch verpleegkundige gewerkt, ook als leidinggevende en stafmedewerker. Na die hersenbloeding werkte ik nog maar acht uur per week, onder meer als communicatiemedewerker. In 2008 kreeg ik kanker, dat was een enorme klap. Niet de kanker, maar de behandeling. Toch ben ik nog tot 2009 blijven werken. Dat was pure aardigheid van mijn baas, want veel had hij niet aan me.

Nog dagelijks merk ik de gevolgen van wat me is overkomen. Mijn concentratievermogen is afgenomen, net als mijn frustratietolerantie.

De man van een oud-collega werkt als vrijwilligerscoördinator in Het Dolhuys. Met mijn achtergrond kon ik er zo aan de slag. In februari 2010 begon ik. Aanvankelijk wisten ze niet goed wat ze met me aanmoesten, denk ik. Ze hadden problemen met hun digitale adressenbestanden en vroegen me of ik daarin orde kon aanbrengen.

Leuk hoor, spelen met zo'n programma, maar ik realiseerde me dat ik in de eerste plaats vrijwilliger was geworden voor de sociale contacten. En nu sprak ik niemand. Toen die klus klaar was, kwam ik in een soort vacuüm terecht. Tot ze me vroegen of ik een interviewtje met een medevrijwilliger wilde afnemen, voor de Nieuwsflits, de digitale nieuwsbrief.

Dat is wat ik nu doe, vier uur per week, op dinsdagochtend. Ik drink koffie met een vrijwilliger in het café en ondertussen neem ik een interview af. Eindelijk dat sociale contact, en ik kan je zeggen, het is erg leuk en soms hilarisch. Vrijwilligers zijn mensen met het hart op de goede plek en dat alleen al is mooi aan dit werk. Ik ontmoet mensen en het werk geeft structuur aan mijn leven. Zolang ik het leuk vind, blijf ik het doen.

Natuurlijk had ik me mijn leven anders voorgesteld, zonder zeven hartinfarcten, maar ik ben een vrij gelukkig mens. Als ik niet voor Het Dolhuys bezig ben, lees en fotografeer ik. En ik fiets veel, als het even kan flink hard tegen de wind in. Da's goed voor mijn vaten."

Hans Looijen
is sinds drie jaar directeur van Het Dolhuys:

"Toen ik begon als directeur werkten hier zeventig vrijwilligers. Nu zijn het er 135. De meesten hebben een achtergrond in de psychiatrie. Wij bieden werkervaring en structuur en richten ons op reïntegratie.

Vrijwilligers zijn hier werkzaam in alle geledingen van het bedrijf. Ze staan achter de balie, geven rondleidingen of werken als museumdocent. We stemmen de taak af op de vrijwilliger en vragen ons steeds af hoe we een verantwoordelijke taak kunnen bedenken die bijdraagt aan mens en museum. Geen flauwekulklussen, dus.

Ik zie een beweging in het moderne vrijwilligerswerk. De bereidheid neemt niet af, maar ik merk dat vrijwilligers andere eisen stellen. Zij willen best twee dagen lang soep uitdelen, maar dan wel in hun eigen tijd. Daar proberen we op in te spelen.

Sinds 2009 hebben we een vrijwilligersbureau, van waaruit de vrijwilligers worden gecoördineerd. Steeds als er ruimte is, zetten we een vacature uit waarin we aangeven welke competenties verlangd worden. Ziektebeeld doet er nauwelijks toe. We kijken naar vaardigheden, opleiding en levenservaring. Verwijzingen krijgen we vaak van huisartsen, instellingen voor reïntegratie en de vrijwilligerscentrale. Het Dolhuys is een populaire plek, het heeft een enorm aanzuigende werking.

De meeste vrijwilligers hebben op het moment van solliciteren geen psychische problemen meer. Een enkeling zit in het laatste deel van zijn behandeling. Een hulpverleningsinstantie zijn we niet, daar is de GGZ voor. Een enkele keer besluiten we dat het toch niet werkt. Een meisje dat hier kort werkte nadat zij een psychose had gehad, viel uit. Voor haar was het te intensief. Andere vrijwilligers vonden een betaalde baan en vlogen uit.

Ik zet het beleid uit voor vrijwilligers en ben veel bezig met de vraag hoe het leuk blijft. Wat over een x aantal jaar? Wat krijgen onze vrijwilligers terug voor hun inzet? We organiseren ieder jaar een voorjaarsbarbecue en vaker een uitstapje. Alles draagt bij aan de doelstellingen van het museum: ontmoeten en destigmatiseren. Ieder half jaar evalueren we de voortgang van vrijwilligers en nu en dan organiseren we trainingen. Kortgeleden nog één over gastvrijheid. Niet iedereen waardeert dat. Een baliemedewerker vertrok, na die cursus. Met zoveel regels vond hij het niet leuk meer, zei hij.

Tijdens het Jaar van de Vrijwilliger doen we het niet anders dan anders. Wel probeer ik met enige regelmaat duidelijk te maken aan alle vrijwilligers hier, dat het museum zonder hen niet zou draaien. Ik wil dat ze weten dat ik blij met ze ben."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden