'Vrijwel iedere Libiër heeft een wapen'

VS vrezen dat buitgemaakte wapens in handen komen van Al-Kaida

Niet één, maar twee kalasjnikovs heeft Mohammed Gadgad in zijn voorraadkast staan. Hij eigende ze zich toe, toen rebellenstrijders de wapenkamer van de lokale kazerne openbraken nadat troepen van Kadafi waren verjaagd. "Wat ik ermee moet weet ik niet precies, maar iedereen heeft een wapen in deze stad, dus waarom ik niet?"

Met zijn designbril en achterovergekamde haar oogt de 34-jarige aannemer niet als een ijzervreter. Waarom dan die wapens in huis? "Uit veiligheidsoverwegingen", zegt Gadgad. "Je weet nooit."

Gadgad is niet de enige. "Vrijwel iedere Libiër heeft een wapen", zegt Abderhamane Boesin. Veel zorgen lijkt de militair woordvoerder van de Libische Nationale Overgangsraad zich daarover niet te maken. "In chaotische tijden kun je ze dat moeilijk kwalijk nemen. Iedereen heeft het recht op zelfverdediging."

Prioriteit heeft het terugdringen van het particuliere wapenbezit niet. "Zelfs al zouden we willen, de mensen houden hun wapens toch verborgen. Pas als het gevoel van veiligheid is teruggekeerd, gaan we het probleem aanpakken." Hoe? Boesin denkt aan een gefaseerde aanpak. Eerst een geldpremie, daarna strafbaarstelling.

Een andere bron van zorg vormen onafhankelijk opererende brigades met voormalige rebellenstrijders. Buiten het zicht van het gezag in Tripoli verrichten ze arrestaties en slepen ze zware wapens naar hun thuissteden. Strijders uit steden als Zintan, Zoewara en Misrata speelden een belangrijke rol in de bevrijding van West-Libië. Nu de kaarten opnieuw worden geschud, eisen deze steden hun aandeel in de macht op.

De lokale brigades zouden op termijn een militaire arm aan een ontluikend politiek regionalisme kunnen verschaffen, vooral in het Nafoes-gebergte waar de Berbers kansen ruiken en culturele rechten eisen. Volgens Boesin heeft de Overgangsraad een deadline gesteld waarop de autonoom opererende brigades zich moeten onderwerpen aan het militaire gezag in Tripoli.

Maar wanneer kan het gezag dat afdwingen? Vooralsnog ontbreekt het aan manschappen. Abdelhakim Belhadj, een prominent lid van het opperbevel, prikkelt vanwege zijn verleden als jihadist de verbeelding van de internationale media, bij de brigades ontbeert hij gezag omdat hij zich pas in de laatste fase van de revolutie aan het front meldde.

Een veel dwingender kwestie is de vermissing van duizenden raketwerpers uit de arsenalen van de nog steeds voortvluchtige Kadafi. Voordat de opstand begon, beschikte Libië over zo'n 20.000 lanceerinrichtingen van het type SA7. Daarmee kan betrekkelijk eenvoudig een hittezoekende raket op een passagiersvliegtuig worden afgevuurd.

Peter Bouckaert, onderzoeker bij Human Rights Watch, stelde tijdens herhaalde bezoeken aan op Kadafi veroverde munitiedepots vast dat de SA7's steevast als eerste verdwenen. "Ik had er zo een paar honderd mee kunnen nemen", zegt Bouckaert die benadrukt dat de kans groot is dat de luchtdoelraketten in 'verkeerde handen' terechtkomen zoals bij Al-Kaida. Toearegstammen in Zuid-Libië staan bekend als notoire wapensmokkelaars.

Hoeveel SA7's er vermist worden is onduidelijk. Boesin van de Overgangsraad houdt het op 5000. Amerikaanse politici spraken al over een 'nachtmerrie' en het Witte Huis wil met de nieuwe Libische autoriteiten te samenwerken om de verspreiding van wapens te beperken. Boesin zegt dat de opsporing van de vermiste SA7-lanceerinrichtingen 'eerste prioriteit heeft' en dat er 'speciale eenheden', belast met de opsporing van deze wapens, actief zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden