Vrijheid van onderwijs bevordert segregatie

Artikel 23, dat de vrijheid van onderwijs garandeert, is uit de tijd, meent Toon Geluk.

In zijn bundel 'Brieven van een Pers' pleit de Leidse hoogleraar Afshin Ellian voor de afschaffing van het begrip 'allochtoon'. Slechts twee begrippen volstaan: je bent vreemdeling of je bent burger. Een vreemdeling is gast en wordt met alle egards behandeld. Hij is immers tijdelijk in ons land. Terwijl een burger kiest voor een permanent verblijf, met alle rechten en plichten. Een allochtoon is een vage tussencategorie: als het uitkomt is hij vreemdeling ('ik ben Marokkaan' zegt ook de hier geboren derde generatie) dan wel burger ('je mag me niet discrimineren, ik ben Nederlander!'). Het bezit van twee paspoorten bekrachtigt deze dualistische opstelling.

Nu ook weer de vrijheid van onderwijs een actueel onderwerp is in deze krant (het befaamde artikel 23) in verband met het voorstel van de Tweede Kamer om scholen te verplichten alle leerlingen, ongeacht hun religieuze achtergrond, te accepteren (Trouw, 29 september) lijkt het me goed wederom het gesprek aan te gaan over die zogenaamde vrijheid van onderwijs.

Ter onderbouwing van de legitimiteit van het bijzonder onderwijs wordt Groen van Prinsterer nogal eens geciteerd ('in ons isolement ligt onze kracht'). De zogenaamde 'kleine luyden' werden door het versterken van hun identiteit beter toegerust om zich te handhaven in de maatschappij. En, zoals dat doorgaans gaat, de sterke identiteit van de eerste generatie wordt minder geprofileerd door de volgende generaties.

Vanuit ons geliberaliseerde denken hebben we ook bij de nieuwkomers (de allochtonen) verondersteld dat zij zich op een gelijke wijze zouden ontwikkelen. Dat leek ook zo te gaan. Tot zij zich eveneens organiseerden rond artikel 23: ook zij werden in staat gesteld religieus gefundeerd onderwijs te gaan verzorgen. Terwijl christelijke scholen van oudsher de gehoorzaamheid aan de overheid ('dienaresse Gods') onderwezen, lijkt het erop dat er binnen islamitische scholen andere opvattingen verkondigd worden.

Vergissing

Zou de radicalisering van moslimjongeren niet mede veroorzaakt zijn doordat wij het islamitisch onderwijs hebben toegestaan? Wij dachten daarmee te handelen in de lijn van Groen van Prinsterer, in de hoop dat de kinderen uit deze milieus zich ook zouden voegen, zoals hun christelijke voorgangers. We hebben ons schromelijk vergist. Minstens twee ontwikkelingen binnen die vorm van onderwijs zijn nogal verontrustend: ten eerste de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, die strijdig is met onze Grondwet. En dan hebben we het nog niet eens over de beeldvorming rond homo's, Joden en andere minderheden.

Ten tweede - en dat blijkt uit diverse uitingen in de media - acht men de gehoorzaamheid aan Allah een hoger doel dan het nastreven van democratie. Nu hebben we daar wel een typisch Nederlandse oplossing voor bedacht; we voerden het vak burgerschapskunde in. Dat heeft denk ik net zo veel effect als de verplichte lessen over homoseksualiteit op een reformatorische school. Er zal onmiddellijk een relativering c.q. correctie van de school op volgen dat dit strijdig is met de eigen grondbeginselen.

Misschien is artikel 23 niet toekomstbestendig. Niet de integratie, maar de segregatie van gelovigen neemt er door toe. De verbinding die we als inwoners van Nederland met elkaar hebben, is niet de religie, maar de liberale rechtsstaat. En daar moeten we pal voor blijven staan. Onderwijs dat daarmee in strijd is, voldoet niet aan de wet en dient om die reden niet te worden toegestaan.

Het afschaffen van het begrip 'allochtoon' zou een mooi begin zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden