Vrijheid van meningsuiting hoort niet halfslachtig te gelden

null Beeld epa
Beeld epa

Hartverwarmend oogt de eensgezindheid in de demonstraties overal in Europa tegen de terreuraanslagen in Frankrijk. Een volgende terreurdaad zal daarmee niet worden voorkomen, maar het is goed dat burgers massaal te kennen geven dat zij zich niet wensen te laten intimideren en dat zij op de bres willen staan voor onze westerse verworvenheden.

Blijft de vraag of de demonstranten op straat voor iedereen spreken. CDA-leider Buma wist binnen een dag: 'Van de mensen die in de islam geloven keurt 90 tot 95 procent geweld af.' Knap dat hij dat zo zeker weet; heeft hij soms een spoedpeiling laten houden? Of berust Buma's overtuiging op wensdenken?

Natuurlijk is het uitstekend dat veel moslimorganisaties de terreurdaden in Frankrijk onmiddellijk hebben veroordeeld. Ook de toespraak van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb liet aan duidelijkheid niets te wensen over: wie onze westerse waarden verwerpt, moet zich bezinnen of hij niet beter uit ons land kan vertrekken. Hopelijk oefenen dergelijke uitspraken een gunstige invloed op de moslims in Nederland uit. Maar hoe groot de groep moslims is die onze waarden verwerpt en tot geweld neigt, dat weten we niet. Groot genoeg in ieder geval om een ernstig gevaar te vormen.

Lange tenen
Ook de grote meerderheid van de bevolking als geheel die de terreur verafschuwt, zal alras minder eensgezind blijken dan in eerste instantie het geval schijnt. Politici en demonstranten zeggen pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Maar nu reeds klinken ook de eerste stemmen die ons vermanen toch vooral moslims niet te kwetsen. Dat riekt naar vrijheid van meningsuiting, behalve als het over moslims gaat. Maar willen moslims hier geïntegreerd zijn dan zullen zij juist minder lange tenen moeten krijgen dan nu al te vaak het geval is.

De vrijheid van meningsuiting is er immers niet om gemeenplaatsen te kunnen debiteren. Zij biedt bescherming aan het uiten van die opvattingen die zich buiten de consensus bewegen. Dankzij het recht kunnen meningen worden verkondigd die niet voldoen aan 'politiek-correcte' normen.

Recht om te kwetsen
Is dit 'een recht om te kwetsen'? Zo geformuleerd lijkt kwetsen het belangrijkste doel van het recht op vrije meningsuiting te zijn, en dat is niet het geval. Maar de vrije meningsuiting impliceert wel dat tevens meningen kunnen worden verkondigd die door anderen als kwetsend kunnen of zullen worden ervaren. Het subjectieve oordeel van groepen die claimen zich gekwetst te voelen, mag het recht op vrije meningsuiting nooit begrenzen. Dan zou het einde zoek zijn. Dan kan algauw niet meer worden gezegd dan: 'Mooi weer vandaag, hè?'

Slechts persoonlijke laster en smaad alsmede het direct oproepen tot geweld behoren de vrije meningsuiting te begrenzen. De groepsbelediging die nu ook tot strafbaarstelling kan leiden, is een te vergaande beknotting. Indien namelijk over groepen mensen niet langer algemene uitspraken kunnen worden gedaan, wordt elk debat onmogelijk. En indien over overledenen, of zij nu door sommigen als profeet worden beschouwd of niet, niets nadeligs mag worden gezegd, geschreven of getekend, geldt hetzelfde. Dan wordt bovendien geschiedschrijving eveneens onmogelijk.

John Stuart Mill
Diegenen die knagen aan het recht op vrije meningsuiting zeggen altijd dat zij dit recht respecteren maar dat het gematigd moet worden uitgeoefend. Men mag dit vinden, maar uitsluitend degene die zijn of haar mening geeft heeft de toon(hoogte) te bepalen.

John Stuart Mill, de liberale denker die ruim anderhalve eeuw geleden al het meest principiële pleidooi voor een zo ruim mogelijke vrijheid van meningsuiting hield, waarschuwde reeds tegen het argument dat enkel meningen die niet kwetsen toelaatbaar zouden zijn. Zijn woorden mogen nog altijd ter harte worden genomen: 'als het criterium moet zijn dat de mensen die aangevallen worden er geen aanstoot aan nemen, dan denk ik dat de ervaring leert dat mensen aanstoot nemen, zodra een aanval overtuigend en krachtig is, en dat zij iedere tegenstander die hen in het nauw brengt en op wie zij maar moeilijk een weerwoord hebben, onredelijk vinden zodra hij van een goed gefundeerde mening over het onderwerp blijk geeft.'

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden