Vrijheid komt met verplichtingen

Twee bevrijdingen maakte Ahmed Kathrada mee: die uit de gevangenis, waar hij vele jaren met Nelson Mandela doorbracht; en vier jaar later de echte, die van zijn land.

Ahmed Kathrada (85) herinnert zich nog goed wanneer hij voor het eerst zag wat vrijheid in de praktijk betekent. Het was 1951. De 21-jarige Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist bezocht Europa. "Ondanks het feit dat ik niet blank ben, mocht ik daar opeens overal naar binnen", vertelt hij. "Ik zag er voor het eerst een bibliotheek van binnen, een luxe restaurant, een bioscoop, een fatsoenlijk hotel."

Het was een schok voor de jonge Kathrada, die was opgegroeid in een Zuid-Afrika vol racistische segregatie en onderdrukking. Het bezoek aan Europa opende zijn ogen. "Ik zag bij aankomst in Londen opeens blanke mensen het werk doen dat in Zuid-Afrika uitsluitend door donkere mensen werd gedaan: het schoonmaken van straten en toiletten, huishoudelijk werk."

Zo stelde hij zich een vrij Zuid-Afrika ook voor. "Ik begreep door die ervaring dat bevrijding meer betekent dan iets persoonlijks en individueels", zegt hij. "Bevrijding betekent dat hele bevolkingsgroepen niet langer collectief worden achtergesteld."

Door het apartheidsregime werd Kathrada geclassificeerd als Indiër. Die groep had, net als de kleurlingen (een mix van blank en zwart), iets meer rechten dan zwarte Zuid-Afrikanen. Maar ook Indiërs werden wel degelijk als tweederangsburgers behandeld door de blanke overheid. "Zo hadden wij geen stemrecht", zegt hij. "En we mochten niet wonen waar we wilden, maar alleen in de voor Indiërs bestemde wijken. Ook wij waren verre van vrij."

Het duurde na Kathrada's bezoek aan Europa nog liefst 43 jaar voordat hij de vrijheid die hij daar zag ook in Zuid-Afrika zou voelen. In de tussentijd werd hij van 1963 tot eind 1989 opgesloten wegens zijn verzet tegen de apartheid. Samen met onder anderen zijn goede vriend Nelson Mandela verbleef hij achttien jaar op Robbeneiland en daarna nog eens ruim acht jaar in een gevangenis op het Zuid-Afrikaanse vasteland. Het was deze groep gevangenen die na de afschaffing van de apartheid in 1994 een belangrijk deel van het nieuwe Zuid-Afrikaanse bestuur zou vormen, met Mandela als president. Kathrada was van 1994 to 1999 parlementslid voor het ANC.

Niet dat de politieke gevangenen ooit over Mandela's presidentschap of hun toekomstige macht fantaseerden, vertelt Kathrada. "We waren altijd optimistisch. We wisten dat de vrijheid zou komen. Maar we dachten niet na over de details, over wie er president zou worden. Ook Mandela had het daar nooit over. Vrijheid betekende voor ons slechts democratische verkiezingen. Dat was onze droom. Wie vervolgens president zou worden, moest het democratische proces maar uitwijzen."

Op 15 oktober 1989 werd Kathrada samen met enkele andere vooraanstaande vrijheidsstrijders vrijgelaten, drie maanden voor Mandela. "Het hoofd van de gevangenis kwam naar ons toe en vertelde dat hij een fax had ontvangen waarin hem werd opgedragen ons de volgende ochtend vrij te laten", herinnert hij zich. "Dat was mijn eerste bevrijding." Maar het voelde nog niet als echte vrijheid. "We wisten dat we terecht zouden komen in een onvrij land. De apartheid was nog niet afgeschaft." Hij lacht. "Onze eerste vraag aan het gevangenishoofd was dan ook slechts: wat is een fax?" Tijdens hun opsluiting waren veel nieuwe technische ontwikkelingen ze ontgaan.

"Mijn tweede en definitieve bevrijding kwam vier jaar later", zegt Kathrada. "Het eerste moment dat ik mij echt bevrijd voelde, was tijdens de inauguratie van Mandela als president. Tijdens dat enorme evenement kwamen straaljagers en helikopters overvliegen met de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag. Pas toen trof het me: dat zijn nu ook onze straaljagers, dat zijn onze piloten, of zij nu blank zijn of zwart. Vrijheid betekende voor mij dat ik dat eindelijk kon denken en zeggen."

Jonge Zuid-Afrikanen genieten nu ten volle van hun vrijheid, maar weten slecht waar die vandaan komt, zegt Kathrada. "De bevrijding kwam niet uit de lucht vallen. Er is voor gestreden, voor geleden, mensen zijn ervoor gemarteld en vermoord. Jongeren die nooit zijn onderdrukt, beseffen dat nauwelijks. Ze denken dat vrijheid iets natuurlijks is. Maar vrijheid komt met verplichtingen: ten opzichte van jezelf, je ouders, en vooral ten opzichte van je land. Een plicht om die vrijheid te verdedigen."

Natuurlijk is vrijheid een relatieve term, geeft hij toe. "Voor wie geen onderdak heeft, is vrijheid een huis. Voor wie geen werk heeft, is vrijheid een baan. Maar voor mij is vrijheid in de eerste plaats stemrecht, het onderdeel mogen zijn van de beslissing wie er over je regeert. Dat is de enige vorm van vrijheid die nooit rekbaar kan zijn."

Als hij jongeren in Zuid-Afrika vertelt over het verleden, laat hij altijd een oud bord zien. Een bord uit de apartheidstijd, waarop staat dat een bepaalde lift alleen is bestemd voor 'Europeanen', oftewel blanken. 'Niet-Europeanen, kinderwagens en honden' moeten in de goederenlift. Zo staat het er. "Het is belangrijk dat Zuid-Afrikaanse jongeren blijven beseffen dat hun land vroeger zo was. Dat vrijheid betekent dat die borden nu niet langer in Zuid-Afrika te vinden zijn. Dat zij moeite moeten blijven doen om die vrijheid te behouden."

Kathrada vertelt uiteraard ook over zijn persoonlijke acties en ervaringen als hij jongeren het bord toont. Die verhalen moeten zijn boodschap kracht bij zetten. "Ik ging ooit op bezoek bij een blanke kennis", geeft hij als voorbeeld. "In zijn flat was zo'n lift alleen bestemd voor blanken. Ik was met donkere vrienden. We namen uit protest toch die lift. Er verscheen een blanke vrouw. Zij vroeg ons verontwaardigd of wij niet konden lezen dat de lift alleen voor blanken was. Wat doe je dan?"

Werd hij boos? "Nee, woede brengt je nooit ergens", zegt hij. "Ik wendde mij slechts tot de vrouw en zei beleefd dat wij er geen enkel probleem mee hadden om met een blanke in één lift te staan. Dat het dus niet ons probleem was. En dat als zij het wel problematisch vond om met ons in de lift te staan, zij simpelweg de lift niet moest in stappen." Wederom toont hij zijn vriendelijke en door zijn hoge leeftijd nu ook breekbare glimlach. "Toen hield ze haar mond."

Maar zo ging het niet altijd. Dat weet Kathrada ook. Voor dergelijke opstandigheid kon iemand als hij, iemand met een donkere huidskleur, gevangen worden gezet. Nadat hij Europa had bezocht en had gezien wat vrijheid was, accepteerde hij de situatie in Zuid-Afrika echter nog minder dan voorheen. Altijd had hij zich al verzet tegen racisme, maar na een bezoek aan voormalig concentratiekamp Auschwitz in Polen begreep hij sterker dan ooit wat het ultieme gevaar van onderdrukking is.

"Toen ik in 1952 terugkwam in Zuid-Afrika, had ik menselijke botten uit Auschwitz meegenomen", zegt hij. "Die toonde ik mijn landgenoten. De les die ik had geleerd was dat wij in Zuid-Afrika het geluk hadden dat onze onderdrukker, anders dan in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog, een minderheid was. Het blanke regime in Zuid-Afrika bezat niet de macht en capaciteit om alle niet-blanken uit te roeien. Maar ik begreep na Auschwitz dat dit wel het logische eindresultaat is van racisme en onderdrukking. Strijden voor bevrijding was dus ook voor ons, in een land met een repressief en racistisch regime, uiteindelijk letterlijk van levensbelang."

*1929

Al op twaalfjarige leeftijd wordt de Zuid-Afrikaan Ahmed Mohamed Kathrada politiek actief.

In 1963 krijgt hij samen met andere ANC-topmannen als Nelson Mandela levenslang. Na 26 jaar komt hij vrij, waarna hij onder president Mandela parlementslid wordt voor het ANC.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden