Column

Vrijheid is ontaard in gelijkheidsdwang

Van de socioloog Gabriël van den Brink is de waarneming dat de Nederlandse samenleving in de afgelopen decennia vrijer en harder is geworden.

De vrijheid van het individu is volgens hem groter dan in welk ander Europees land ook, tegelijk is de tolerantie tegenover afwijkende leefstijlen afgenomen. Van den Brink spreekt van 'een hard soort liberalisme', dat nog maar weinig ruimte laat voor groepen die zich niet aan het moderne patroon aanpassen, zoals orthodoxe christenen en moslims.

Het meest recente voorbeeld is de actie die COC Nederland voert tegen de zogeheten weigerambtenaren, ambtenaren van de burgerlijke stand die op religieuze gronden weigeren homo's in de echt te verbinden. Hoewel er in geen enkele gemeente een beletsel voor homo's is om te trouwen, wil de belangenorganisatie het handjevol gewetensbezwaarden toch in het keurslijf van de moderniteit dwingen. De overgangsperiode van tien jaar waarin deze ambtenaren werden gedoogd, heeft lang genoeg geduurd, verordonneerde COC-voorzitter Bergkamp afgelopen donderdag in deze krant.

Zacht tirannie van de meerderheid
Het is nog de vraag of deze vorm van gelijkheidsdwang op het bordje van het liberalisme kan worden geschoven, zoals Van den Brink doet. Is de PVV van Wilders met haar politieke program tegen publieke uitingen van de islam dan ook een liberale partij? Daarnaast, er zijn genoeg liberale denkers geweest, zoals Isaiah Berlin, die waarschuwden tegen de 'zachte tirannie van de meerderheid' en opkwamen voor diversiteit, tolerantie en relativeringsvermogen.

Het zegt genoeg dat het fenomeen 'gedogen', dat als een uitdrukking van die cultuur kan worden gezien, de laatste jaren in het verdomhoekje is geraakt. Zelfs Job Cohen, die in 2001 als staatssecretaris van justitie bij de invoering van het homohuwelijk praktische wijsheid liet gelden ten opzichte van weigerambtenaren, is vorig jaar als PvdA-leider 'om' gegaan. Hij toonde daarmee aan dat ook de sociaal-democratie bevattelijk is gebleken voor het radicale gelijkheidsdenken.

Den Uyl
De PvdA is kennelijk Joop den Uyl vergeten, die in 1957 schreef dat de idee van fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, gebaseerd op de 'oneindige waarde' van de enkele mens, elke zin verliest als men deze gelijkwaardigheid door dwang en met verlies van wezenlijke vrijheid tot uitdrukking zou proberen te brengen.

'Dan blijft de gelijkheid, doch de waardigheid is verloren.' Den Uyl bleef daarom altijd oog houden voor 'de smalle marge van democratische politiek'. Die marge werd in zijn ogen medebepaald door de begrenzingen van de rechtsstaat.

Voor zover zich door de opkomst van het gelijkheidsdenken een nieuwe tegenstelling in de politiek openbaart, valt die dus niet in de plooi van de tegenstelling rechts-links. Van den Brink situeert de oorsprong in de culturele revolutie van de jaren zestig, die stond in het teken van de ontzuiling en de emancipatie van het individu. Aan het begin van dit proces kan D66 worden gesitueerd als politieke exponent van de vrije, onafhankelijke burger, aan het eind van de boog de PVV als uitdrukking van de burger die zijn persoonlijke vrijheid als absoluut beschouwt.

Radicaal meerderheidsdenken
Met een liberalisme dat ervan uitgaat dat vrijheid niet kan zonder de deugd van verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel, heeft dit weinig van doen. Veel meer is er sprake van vrijheid die is ontaard in gelijkheidsdwang en radicaal meerderheidsdenken.

Deze ontwikkeling confronteert de natie met de vraag wat voor democratie zij voorstaat. Een systeem waarin de meerderheid de lakens uitdeelt en de minderheid tot conformisme dwingt, of een bestel dat Berlin en Den Uyl voor ogen hadden en waarin de individuele burger en minderheden hun vrijheid beschermd weten door de rechtsstaat?

Deze tegenstelling tussen radicale democraten en rechtsstatelijken is niet nieuw, zoals Joop van den Berg aantoont in zijn column van 17 juli op de site van het Parlementair documentatiecentrum (parlement.com). Hij wijst erop dat beide stromingen elkaar periodiek afwisselen als politiek spraakmakend. Zoals de PVV nu tegen de heersende elite en de instituties van de rechtsstaat te hoop loopt, deden de sociaal-democraten dat aan het begin van de vorige eeuw en de patriotten een eeuw eerder. Met zijn wens tot 'ontploffing van het bestel' mag D66 ook tot deze traditie worden gerekend.

Verlangen naar emancipatie
Van den Berg concludeert voorzichtig dat de bewegingen van radicaliteit duiden op een verlangen naar emancipatie van een bepaalde bevolkingsgroep en zich als vanzelf keren tegen de instituties van de heersende klasse. Hij voegt eraan toe dat deze stromingen ondanks hun pretenties altijd een minderheid hebben gevormd. Hij spreekt hier ook als ervaringsdeskundige, die zag hoe de meerderheidsstrategie van van zijn eigen PvdA in de jaren zeventig een illusie bleef.

In de PVV ziet hij 'een verlangen naar emancipatie van de lagere middenklasse, die zich onbeluisterd en niet serieus genomen voelt'. Zit er dus iets geruststellends in de ervaring dat de radicale minderheden nimmer de meerderheid hebben verworven? Nee, voor Van den Berg is het populisme van de PVV moeilijk aanvaardbaar vanwege de xenofobie en de haat die het predikt tegen de islam.

Het is volgens hem dus zaak dat de rechtsstatelijke stromingen en instituties zich hiertegen verweren en de belaagde minderheid (in dit geval de moslims) effectief beschermen. Van den Berg gaat niet in op het gevaar van het 'harde liberalisme', dat onder de vlag van individuele vrijheid geneigd is tot gelijkheidsdwang. Dat radicalisme heeft in alle seculiere partijen wortel geschoten, van de SP tot de VVD en dus ook in Van den Bergs PvdA. Misschien zit hier de politicus de politicoloog in de weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden