Vrijheid en andere joods-christelijke waarden

Haar opmerking over de joods-christelijke wortels van de Nederlandse samenleving was bedoeld als politieke richtingwijzer. Uiteindelijk ging de aandacht naar een detail in het betoog van minister Ella Vogelaar. Tijd voor een stoomcursus jodendom, christendom en islam voor de bewindslieden, verzucht Tamarah Benima in het Nieuw Israelietisch Weekblad.

Van een joods-christelijke traditie is geen sprake, stelt Benima. Joden hebben niet erg veel kans gekregen om invloed uit te oefenen op de Nederlandse samenleving. De eerste vier eeuwen niet omdat de Nederlandse samenleving daar niet erg van gediend was. Benimah maakt verder geen woorden vuil aan het antisemitische beleid in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog wilde de Nederlandse samenleving Joden eindelijk wel met respect behandelen, maar waren er te weinig Joden over om nog invloed uit te oefenen. De enige Joodse sporen in de Nederlandse samenleving zijn wat woorden, schrijft Benimah.

Volgens haar zijn de opmerkingen van Vogelaar vooral ingegeven door angst, net zoals destijds de belangstelling voor Israël werd ingegeven door angst. Die angst richtte zich toen op de Mossad, de Israëlische geheime dienst, die legendarische macht werd toegedacht, en op de mogelijkheid dat Israël een kernwapen zou kunnen gaan gebruiken.

Nu gaat het om angst voor islamitische terroristen. De islamitische wereld moet te vriend gehouden worden, problemen mogen niet worden benoemd. Zo speelt Vogelaar extreem-rechts in kaart en geeft ze de fascisten onder de moslims macht, aldus Benima.

In de christelijke bladen is nauwelijks een spoor van twijfel te ontdekken over de vraag of er gemeenschappelijke joods-christelijke waarden zijn. Al moet gezegd dat een aantal ervan gemaakt is voor het interview met minister Ella Vogelaar gepubliceerd werd.

In het dubbeldikke zomernummer van het onafhankelijke christelijke maandblad Reveil begint Henk Fonteyn meteen over de Tien Geboden, als hij het over de traditionele joods-christelijke waarden en normen heeft die stevig in onze samenleving verankerd waren. Ja, hij gebruikt de verleden tijd.

Onder de kop ’Oude waarden en normen heilzaam voor iedere samenleving’ vat Fonteyn de tien geboden even kort samen in een versie voor jongeren: niet stelen, niet liegen, respect voor je ouders, eerlijkheid. Hij voegt daar wat lessen uit het Nieuwe Testament aan toe en komt dan tot de essentie van de joods-christelijke waarden.

De kracht ervan: ze voorkomen dat het recht van de sterkste overheerst en ze garanderen dat we ons niet alleen door eigenbelang laten leiden maar ook andermans belang voor ogen hebben.

Reveil laat een aantal jongeren reageren. De 26-jarige Jantine vraagt zich af waarom de Tien Geboden en bijbehorende normen en waarden exclusief zijn voor het joods-christelijke geloof. Boeddhisten proberen toch ook vredelievend te zijn en goed voor mens en dier. Overal ter wereld zoeken mensen naar regels om samen te leven.

Die waarden zijn universeel, het probleem zit in de invulling ervan, aldus nog steeds Jantine. Door de verschillende invulling van christelijke waarden ontstaat een burgeroorlog tussen de kerken, foetert ze.

André (24) vindt bijbelse normen en waarden de moeite waard om ze op billboards te tonen, bijvoorbeeld in winkelcentrum Hoog Catharijne. Zo kunnen we er met zijn allen iets moois van maken, droomt hij.

Hij doet geen suggestie, welke tekst dan op die billboards zou moeten staan.

Dat waarden waar een samenleving bij gediend is niet alleen uit het jodendom of christendom hoeven voort te komen, laat A.A. Spijkerboer zien in In de waagschaal, tijdschrift voor theologie, cultuur en politiek. Het kleinste blad (21 bij 30 cm, een half A4tje dus) dat binnenkomt, maar wel met een brede visie.

In zijn artikel over het gezag van de Schrift noemt Spijkerboer vrijheid als sleutelwoord voor de omgang met Jezus Christus. Het gezag van Christus is het wonderlijkste dat een mens kan overkomen, schrijft hij. Het gaat om een gezag dat niet met dwang gepaard gaat, maar dat de mens in de vrijheid plaatst.

Bij die vrijheid hoort ook het relativeren van het ethische gehalte van doen en denken. Daar zijn we bij de normen aangeland, de praktische toepassing van de waarden, die uitgangspunt zijn.

Wie met christelijke waarden in het achterhoofd richtlijnen opstelt voor de omgang met asielzoekers, of voor echtscheiding, is niet meteen en voor eeuwig klaar, concludeert Spijkerboer. Hij kan daar wel een stevige mening over hebben, maar die mening kan moreel aanvechtbaar zijn.

Geïnspireerd door de (overleden) theoloog E.L. Smelik stelt Spijkerboer vast dat ook deugden uit de klassieke oudheid en rol kunnen spelen in zijn ethisch denken. Want wat is er mis met rechtvaardigheid, matiging, voorzichtigheid en moed?

Eenzelfde relativering van de exclusiviteit van christelijke waarden is ook te vinden in het voorwoord van In de waagschaal. Daarbij gaat het over de gelijkheid tussen man en vrouw en tussen heren en slaven. Wie Paulus leest, ziet vooral dat die de ongelijkheid benadrukt, schrijft Wouter Klouwen. Al geeft hij een voorzet om deze tekst uit te leggen als een oproep tot dienstbaarheid in vrijheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden