Vrijhandel: vloek of een zegen?

Een berg pootaardappelen ligt klaar naast een Groningse akker om in de grond gestopt te worden.Beeld Flip Franssen

Voor- en tegenstanders van een vrijhandelsakkoord tussen de VS en Europa, waarover deze week weer wordt gesproken, slaan elkaar met jubelstudies dan wel doemscenario's om de oren. Die rapporten zeggen meer over het wereldbeeld van de opstellers dan over het akkoord zelf.

Onzin dat alleen multinationals beter worden van het Transatlantic Trade and Investment Partnership, kortweg TTIP. Eurocommissaris voor handel Cecilia Malmström heeft het laten uitzoeken en ook het mkb heeft alle baat bij een vrijhandelsakkoord tussen Europa en de VS. Maandag, op de dag dat de negende onderhandelingsronde over de 'moeder aller vrijhandelsakkoorden' in New York van start ging, zwaaide Malmström met een knispervers rapportje dat meteen boven op de stapel 'Lang Leve TTIP' kan.

De stapel 'Weg Met TTIP'-rapporten is wellicht iets lager, maar dat is omdat de tegenstanders een achterstand hebben. Het verzet tegen het vrijhandelsakkoord kwam in 2014 pas goed op stoom, terwijl de Europese Commissie haar eerste positieve studie al naar buiten bracht in de zomer van 2013, nog voor er ook maar één gesprek met de Amerikanen was gevoerd.

De boodschap toen: TTIP verhoogt het bruto Europees inkomen met jaarlijks 119 miljard euro. Dat betekent voor elk Europees gezin, zo liet de Commissie uitrekenen, 545 euro extra in de huishoudportemonnee. Aan het aantal banen dat het akkoord zou scheppen waagt de studie zich niet, maar de onderzoekers stellen wel vast dat de arbeidsmarkt zich gunstig zal ontwikkelen dankzij TTIP.

Weinig houvast
Econoom Jeronim Capaldo van de Amerikaanse Tufts University zette daar vorig najaar een heel ander beeld tegenover. De onderzoeker berekende dat TTIP de gemiddelde Nederlander 4800 euro aan inkomen kost, een Fransman zelfs 5500 euro. En banen, die komen er niet bij, er verdwijnen er juist 600.000.

Hoe fijn concreet cijfers ook lijken, in de TTIP-discussie bieden ze bitter weinig houvast. Wat misschien verklaart waarom land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland zich geen zorgen maakt over TTIP, en de kleinere akkerbouwersvakbond NAV wel. Welbeschouwd weet niemand nog hoe dat akkoord eruit komt te zien. Er wordt nog volop onderhandeld en beide partijen houden hun kaarten tegen de borst (of, zo u wilt, kiezen voor schimmigheid en achterkamertjes). Áls het akkoord er al komt, want dat is gezien het verzet zowel in Europa als in de VS nog maar helemaal de vraag.

Onderzoekers hebben daarom alle ruimte om aannames te doen, scenario's te bedenken en de gevolgen van bestaande situaties te extrapoleren. Of juist niet. En dus geldt voor deze studies in hoge mate: wat je erin stopt, krijg je eruit.

In de TTIP-discussie botsen de voor- en tegenstanders van vrijhandel. Cijfers zijn instrumenten in een ideologische discussie. Een burger die wil weten wat hem met TTIP boven het hoofd hangt, wordt er niet veel wijzer van. Wat TTIP brengt aan banen en geld is op voorhand lastig te zeggen. Maar voor een denkoefening - aan welke waarden hecht ik, hoe zie ik de wereld - biedt de TTIP-discussie stof te over.

'Akkoord maakt wat scheef is, nog schever'
Aardappelboeren zijn druk in deze tijd van het jaar. April is pootmaand, de aardappelen moeten de grond in. Of hun inspanningen iets opleveren, weten ze over een paar maanden als de oogst binnen is. Is die overdadig, zoals de telers van frietaardappelen vorig jaar overkwam, dan wordt het een schraal jaar. Een kilo leverde ze niet meer dan een paar cent op en daar kan geen boer van leven.

Zo gaat dat in een vrije markt, stelt Keimpe van der Heide vast.

Van der Heide (62) is akkerbouwer in ruste. Hij verkocht zijn bedrijf waar hij onder meer bieten, uien en aardappelen teelde in 2006, omdat hij slechtziend werd.

Dus is Van der Heide niet langer druk op het land en doet hij namens de Nederlandse Akkerbouwers Vakbond (NAV) het woord over TTIP, het vrijhandelsakkoord waarover Europa en de Verenigde Staten deze week voor de negende keer onderhandelen.

Natuurverschijnsel
Anders dan grote broer LTO Nederland die de komst van TTIP vol vertrouwen tegemoet ziet, vindt de NAV-achterban van 700 à 800 akkerbouwers voedsel veel te belangrijk om aan de vrije markt over te laten. Die boodschap verkondigt Van der Heide in discussiepanels, ingezonden stukken en in de Tweede Kamer, waar hij vorig jaar werd uitgenodigd om het boerenverzet tegen TTIP toe te lichten.

"Mensen doen het voorkomen alsof die trend van liberaliseren en globaliseren een soort natuurverschijnsel is waaraan niet valt te ontkomen. Maar het is een politieke keuze. En die kan morgen weer anders gemaakt worden. Er is niets dat daar op wijst, dat zie ik ook wel, maar het ís een keuze."

Op een vrije wereldmarkt, ontdaan van tarieven en handelsbarrières, boet de consument in aan voedselveiligheid en voedselzekerheid. En er is geen boer die onder die omstandigheden een fatsoenlijk inkomen kan verdienen, zegt Van der Heide.

Er lopen miljoenen boeren rond op deze aarde. Allemaal eenpitters, die planten, poten en oogsten in de hoop iets moois en vooral zo veel mogelijk van dat moois te produceren. Het gevolg: overproductie en lage prijzen.

"Op de vrije markt geldt: als je vindt dat je product te goedkoop is, dan is er te veel van. Dan moet je minder aanbieden. Zo simpel is het. Aan de vraag kun je tenslotte niet zo gek veel doen. Maar probeer maar eens met miljoenen mensen over de hele wereld afspraken te maken over het aanbod. Dat lukt nooit."

Frietaardappelen
En zelfs al zou het lukken, dan mag het niet. Ook nu niet, in een wereld zonder TTIP, zegt Van der Heide. Kijk naar de markt voor frietaardappelen. "De productie in Nederland, Frankrijk, België, Duitsland en Engeland bepaalt de prijs. In die vijf landen concentreert zich de frietindustrie. Rond de 22 miljoen ton ligt het kantelpunt; zit de productie daaronder, dan haal je de kostprijs. Dat kan in Nederland 17 cent per kilo zijn en in Frankrijk 15 cent. Ligt een beetje uiteen, maar niet veel. Wordt er meer geproduceerd, dan schiet je erbij in."

"De gemiddelde hectareopbrengst in die vijf landen over de afgelopen vijftien jaar is 46,5 ton. Je kunt uitrekenen met hoeveel hectare je die 22 miljoen ton haalt: ongeveer 480.000. Vorig jaar is er 550.000 hectare uitgepoot en is er in Noord-West Europa ruim 28 miljoen ton frietaardappelen geproduceerd. Dus is de prijs nu 3 tot 5 cent per kilo."

"Als brancheorgansatie mogen we niet tegen onze leden zeggen dat het verstandig is, gezien de resultaten van 2014, om nu 10 procent minder uit te poten. Dat is een concurrentie-beïnvloedende uitspraak. Waakhond ACM houdt dat in de gaten. Laat staan dat we gezamenlijk, als organisaties in die vijf landen, onze leden mogen adviseren. Volgens de mededingingsregels mag een producentenorganisatie 5 tot 10 procent van de markt organiseren door onderlinge afspraken over het aanbod. Met 10 procent heb je geen invloed op de markt, dan moet je 30 tot 40 procent hebben."

"Aardappelen worden nu volop gepoot, we schatten dat de krimp 2 tot 4 procent is. Veel te weinig. Met een normale opbrengst betekent dat dit jaar weer een slechte prijs."

Oma's Smulfriet
En dat is goed nieuws voor aardappelverwerkers als McCain en Aviko, de makers van Golden Longs en Oma's Smulfriet.

"Als het aanbod goed is, weten zij zeker dat ze genoeg aardappelen kunnen krijgen. In de winkel gaan ze voor een zo laag mogelijke verkoopprijs. Om hun eigen marge te handhaven, concurreren ze elkaar op het boerenerf kapot en bedingen ze een zo laag mogelijke inkoopprijs. Kom je bij dat kantelpunt van 22 miljoen ton, dan moeten ze bij de boer concurreren om volume. Dan gaat de prijs omhoog. Die situatie zouden wij moeten kunnen creëren."

Dat kan niet volgens de huidige regels, het kan straks niet onder TTIP. Wat doet dat akkoord er dan toe? Zo'n vrijhandelsakkoord, zegt Van der Heide, maakt wat scheef zit alleen nog maar schever. Boeren zijn geen wereldspelers, consumenten net zo min. Het zijn de voedselverwerkende multinationals met hun wereldwijde netwerken die klaarstaan om er hun voordeel mee te doen, hun verdeel-en-heers-spel over nog meer boeren uit te breiden.

"Consumenten die puur op prijs zitten, moeten vooral heel erg voor TTIP zijn. Grote kans dat je lage prijzen houdt of nog lagere prijzen krijgt", zegt Van der Heide. Maar een consument die hecht aan de zekerheid van goed en veilig voedsel moet zich nog eens achter de oren krabben.

Blair House-akkoord
Van der Heide wijst op een voorganger van TTIP, het Blair House-akkoord. Dat is zo'n twintig jaar geleden afgesloten met alle landen die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie.

"In die tijd had Europa nog een behoorlijke teelt van plantaardig eiwit. Erwten, bonen, lupine, soja. Voor menselijke consumptie en voor veevoer. Op wereldschaal konden wij niet concurreren, dus die teelt werd met heffingen of subsidies door de overheid gestimuleerd. In het Blair House-akkoord heeft Europa dat recht om die teelt te beschermen geruild tegen een makkelijkere toegang voor banken en verzekeraars tot Noord- en Zuid-Amerika."

"Toen ik in 1984 boer werd, teelde ik ook erwten. Maar toen die bescherming wegviel heb ik die teelt van het ene op het andere jaar afgebroken. Met tarwe kon ik meer verdienen. Ook mijn collega's maakten zo'n sommetje en zo verdween die teelt bijna per ommegaande uit Europa."

"De vraag is toen wel gesteld: kan Europa in zijn plantaardig eiwitbehoefte voorzien? Het antwoord was: ja, we voeren het gewoon in. Nu is Europa voor 75 à 80 procent van zijn behoefte afhankelijk van import van buiten Europa. Dat is niet wenselijk, als je kijkt naar duurzaamheid en voedselzekerheid. Je bent het meest zeker van het voedsel dat bij jou in de buurt wordt geproduceerd. In Nederland wordt de grond bijna optimaal gebruikt, maar in Oost-Europa - Hongarije, Roemenië - liggen wel honderdduizenden hectares die uitstekend geschikt zijn om soja te telen."

"Die kun je ook niet op je fiets halen, dat klopt. Maar je hebt ze wel binnen je eigen economische blok. Een teelt die je wegdoet, heb je niet zo maar terug. De rasontwikkeling is niet doorgegaan, de teelttechniek niet. Wereldwijd is 80 procent van de soja genetisch gemanipuleerd. Dat willen we hier niet. TTIP bepaalt dat wij elkaars standaarden erkennen. Wat goed is in de VS is ook goed in Europa. Daar draait het maatschappelijke verzet om: Europa moet beslissingen kunnen nemen die wij willen nemen, onafhankelijk van de Amerikanen. Als je kijkt naar voedsel moet je niet globaliseren, maar regionaliseren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden