Vrijgemaakten zien zichzelf als de ware kerk

Vrijgemaakten, wie zijn dat eigenlijk? De achterban van Gerrit Schutte van het GPV, goed voor twee Kamerzetels? In elk geval zijn het de 120 000 leden van de Gereformeerde kerken vrijgemaakt, een kerk die vijftig jaar geleden ontstond uit een scheuring in de gereformeerde kerken van Abraham Kuyper. Met de gewone gereformeerden (een kleine 800 000) gaat het bergafwaarts met een ledenverlies van ruim tienduizend per jaar, terwijl de vrijgemaakten hun kerken uitbarsten. Na een tweede kerkscheuring in 1967 waren de vrijgemaakten lang een hechte eenheid. Sinds kort waait er echter een vernieuwingsgezinde wind. Drijft die af van de door Klaas Schilder uitgezette koers? Of maken de vrijgemaakten een onontkoombare loutering door? Vandaag: Het vrijgemaakte gevoel

“Bepaalde politici, zoals Bert de Vries, daar heb ik wat mee”, zegt prof. dr. J.N. Bremmer, godsdienstwetenschapper aan de rijksuniversiteit Groningen en ex-vrijgemaakt. “Dat appelleert aan nestgeur. Een cultuur met een zekere rationaliteit, ook met een unverfroren zeggen waar het op staat. Het begrip hebben voor iedereen speelt in die traditie veel minder. 'Zo is het' en daar heb je je in te schikken.”

Over het vrijgemaakte gevoel schrijven is een hachelijke onderneming. Vrijgemaakten lopen niet te koop met gevoelens, of, liever gezegd, houden ze in toom met het verstand. Want drijven op het gevoel is gevaarlijk en kan je op sleeptouw nemen, onbijbelse dwaalwegen op.

Cruciaal in de ontwikkeling van de vrijgemaakte identiteit was de Vrijmaking van 1944, toen de gereformeerde kerken van Abraham Kuyper in tweeën scheurden vanwege een dermate verfijnd meningsverschil over de doop, dat het aan de dopelingen van na '44 niet meer uit te leggen valt.

De Kamper hoogleraar Klaas Schilder en zijn aanhangers werden door de gereformeerde synode onder de kerkelijke tucht gesteld toen zij weigerden een doopopvatting te onderschrijven die de synode bindend had verklaard. In augustus 1944 maakten ze zich vrij van dit 'synodale juk' en hergroepeerden zich in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

De Vrijmaking was dus eigenlijk een emancipatorische beweging: mondige mensen die weigerden zich door een landelijke synode te laten voorschrijven hoe hun persoonlijk geloofsleven eruit diende te zien. Maar al snel na de Vrijmaking keerden de zaken zich om. Terwijl de gewone gereformeerde synode in de jaren vijftig haar extreme doopvisie terugnam en aan plaatselijke kerken steeds meer ruimte liet, kreeg in de vrijgemaakte kerken de synode steeds meer te zeggen. Uiteindelijk resulteerde die ontwikkeling in 1967 opnieuw in een kerkscheuring, toen een doorbraakgroep, die kort daarna de Nederlands gereformeerde kerken zou vormen, op last van de synode met harde hand de kerk werd uitgezet.

“De gereformeerde kerken vrijgemaakt waren toch een merkwaardige constellatie van enerzijds 'kleine luyden' uit de Afscheidingstraditie en anderzijds een sterk progressieve groep die door allerlei nieuwe inzichten in de jaren dertig was heengegaan”, schetst Bremmer.

“Wat tegenwoordig over het hoofd gezien wordt is dat een behoorlijk deel van de vrijgemaakte garde in 1944 aanzienlijk progressiever was dan wat men achterliet. Schilder, Van Vollenhoven, Dooyeweerd, dat waren toch de Kuiterts van tegenwoordig. En er waren veel jonge dominees die aan die Vrijmaking hebben meegedaan. Dáár gebeurde iets spannends. Ze waren 25, 27, 28. Dat is toch een leeftijd die appelleert aan avontuur.”

Vanwege de conflictueuze oorsprong van de gereformeerde kerken vrijgemaakt verkeerde de progressieve beweging van de Vrijmaking al snel in een conservatieve. Schilder zette zich fel af tegen de gereformeerde kerken, die veruit als grootste uit het conflict tevoorschijn was gekomen, door haar af te schilderen als 'valse kerk'. Zìjn vrijgemaakte kerken waren daarentegen, naar artikel 28 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, de 'ware kerk'.

Bremmer: “Door die ware-kerkgedachte is in korte tijd deze voorhoedepositie gefixeerd. De 'ware kerk' was een verdedigingslinie die men optrok, een bastion waarvan men plotseling de brug achter zich ophaalde. Een troefkaart die Schilder c.s. uit hun mouw haalden en waarmee ze ogenblikkelijk iedereen diskwalificeerden. De ware kerk, daar kom je alleen mee aanzetten als het moeilijk gaat. Daarmee gaf je meteen al die mensen van de vrijgemaakte kerk een behoorlijke religieuze status. Vrijgemaakten waren veelal afkomstig uit eenvoudige milieus. Je buurman kon dan wel een Rolls voor de deur hebben, maar jij was lid van de ware kerk.”

Een 'ware kerk' heeft ook geen contacten nodig met andere kerken. Die kunnen zich hooguit voegen bij de 'ware kerk'. Ton van der Worp, directeur van de theologische uitgeverij Ten Have in Baarn, herinnert zich van de vrijgemaakte catechisatie dat de dominee er geen twijfel over liet bestaan dat Jezus bij zijn Wederkomst de vrijgemaakte kerk zou uitkiezen voor de zondagse kerkgang. Want buiten de 'ware' vrijgemaakte kerk was er weinig goeds. Er waren 'dwalende kerken', zoals de christelijke gereformeerde kerken die dwaalden omdat ze treuzelden om zich bij de vrijgemaakten aan te sluiten. En er waren 'valse kerken': behalve de synodalen ook de hervormde kerk met haar oeverloze leervrijheid.

Voor dr. J. Veenhof, oud-hoogleraar dogmatiek aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit en tegenwoordig predikant in het Zwitserse Chur, was de vrijgemaakte hogeschool aan de Broederweg in Kampen - waar zijn vader doceerde - te klein. Hij bezocht regelmatig de synodale hogeschool aan de Oudestraat, om naar lezingen te luisteren van Van Ruler, Hoekendijk, Van Niftrik en andere coryfeeën buiten het smalle vrijgemaakte vaarwater. Hij was daarin een witte raaf. Dat typeerde het isolationalisme van de gereformeerde kerken vrijgemaakt. “Het bijwonen van kerkdiensten van andere denominaties mocht niet. Zelfs mocht je niet naar trouwdiensten toe van synodale familieleden.”

Die clangeest heeft ook zijn bewarende kanten, constateert Bremmer. Hij typeert de vrijgemaakte wereld als “een hechte gemeenschap waarin het gezin centraal staat. Dat is voor het overleven van een community van groot belang. Er wordt veel onderling getrouwd, waardoor in zekere mate van sociale druk sprake is om binnen de groep te blijven. Stel, je stapt eruit, dan valt dat niet goed in je directe vrienden- en kennissenkring.”

Anders dan de 'zwarte-kousenkerken' staan vrijgemaakten in het volle maatschappelijke leven. Jongeren gaan naar de kroeg en draaien popmuziek en in de huiskamer thuis staat gewoon de televisie aan. Toch zijn de vrijgemaakte kerken een zeer orthodox kerkgenootschap waar nog steeds niets te bespeuren valt van ontvankelijkheid voor moderne theologie of Schriftkritiek. De vrijgemaakten houden het bij de bijbel zoals uitgelegd in de Drie formulieren van enigheid, calvinistische belijdenisgeschriften uit de 16de en 17de eeuw.

Eruit gegooid

Dat de vrijgemaakte kerken nog altijd orthodox zijn, komt volgens Bremmer “doordat een groot aantal dissidenten en mensen die de ramen open wilden zetten in '67 eruit gegooid is. Terwijl men dat in de gereformeerde kerken synodaal niet heeft gedaan. Daar heeft men uiteindelijk een veel grotere ruimte toegelaten. Een man als Kuitert, de laatste grote gereformeerde waar de buitenwereld een boodschap aan had, is uiteindelijk niet de mond gesnoerd.”

De vrijgemaakte hogeschool koesterde wel wetenschappelijke pretenties, herinnert Van der Worp zich, maar die reikten zo ver als de gereformeerde belijdenisgeschriften toestonden. “Het was bijvoorbeeld absoluut uitgesloten dat je ook maar één spoor van sympathie kon vertonen voor de opvatting dat het boek Jesaja verdeeld kon worden in tweeën. Alle Schriftkritiek werd absoluut als contrabande en ketterij afgezworen.”

De vrijgemaakten kennen de vragen naar het gezag van de bijbel, het waarom van het lijden en de almacht van God wel, zegt Veenhof, maar laten die maar tot op zekere hoogte toe: verstandelijk maar niet existentieel. Uit angst, denkt Veenhof. Want: “waar blijf je anders, hè?”

“De echte confrontatie met de theologische vragen wordt aan de Kamper Broederweg toch uit de weg gegaan”, zegt ook Bremmer. “Ze zullen volstaan met een verwijzing naar de confessie, maar dat betekent in feite toch angst.”

Over het vermeende gebrek aan gevoel bij vrijgemaakten haalt Bremmer de schouders op. In de omgang van alledag merkt hij eigenlijk geen verschil tussen het vrijgemaakte milieu waarin hij opgroeide en de universitaire wereld waarin hij zich nu beweegt. Maar, “als men de kerkeraadskamer inging dan veranderde er kennelijk wel wat. Dan ging het gevoel op nul en het principe hoog”, zegt hij over de onwaarschijnlijke kerkscheuring in het bittere oorlogsjaar 1944.

Ton van der Worp deelt die ervaring. Hij herinnert zich nog levendig hoe hij samen met zijn Baarnse kerkeraad in '67 op het matje werd geroepen door de classis (regionale kerkvergadering, red) synode. Voor aanvang van de vergadering was de sfeer allerhartelijkst. Vervolgens werd de kerkeraad - onder aanroeping van de naam des Heren - door de classis onder de tucht gesteld.

'Russische zuivering'

Hij omschrijft de tuchtzaken van destijds als “een zuivering die je kunt vergelijken met wat er in Rusland gebeurde in die tijd”. Hij sluit niet uit dat zoiets opnieuw kan gebeuren binnen de gereformeerde kerken vrijgemaakt. “Telkens kom je een groep tegen die zegt: Nu is de zaak verwaterd, nu moeten we terug naar het oude spoor. De achtergrond van dat alles is het idee dat je de waarheid zou kunnen bezitten.”

Bremmer noemt het succes van de Vrijmaking in Groningen mede een reden voor de scherpslijperige cultuur in vrijgemaakte kring. Door het numerieke overwicht van Groningers heeft die mentaliteit lange tijd het vrijgemaakte klimaat gestempeld. “Groningers houden van harde, omlijnde standpunten - geen gezeur, geen wolligheid, niet lullen. En dat heeft goede en slechte kanten. In de oorlog bleken de goede kanten; er zaten buitenproportioneel veel gereformeerden in het verzet. En in de kerkstrijd tijdens en na de oorlog kwam - en komt nog steeds - de meer negatieve kant ervan naar voren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden