Vrijgemaakt van moeilijke vragen

Martijn Horsman (links) en Rikko Voorberg. 'Twijfel, woede, lust en jaloezie zijn voor ons niet meer de vijanden van het ware geloof. Het zijn elementen die horen bij een mens.' Beeld Olaf Kraak

Ze zijn de jonge pioniers van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk. In Amsterdam zoeken Martijn Horsman en Rikko Voorberg hun eigen weg, maar de verhouding tot hun moederkerk blijft ingewikkeld. Een interview.

Halverwege het gesprek valt er opeens een stilte. De vraag was of ze homostellen zouden trouwen. De theologen Martijn Horsman en Rikko Voorberg mogen dan rap van tong zijn, nu stokt hun woordenstroom. "Hierover wil ik niets zeggen, daar ga ik niet alleen over", zegt Horsman. Voorberg vult aan: "De homo's in mijn kerk willen niet eens trouwen."

Ze wonen allebei in Amsterdam en Horsman (1977) en Voorberg (1980) noemen zich allebei 'gemeentestichter', wat betekent dat ze als een soort kerkelijke pioniers in de hoofdstad nieuwe christelijke gemeenschappen beginnen. Voorberg leidt de PopUpKerk, een wekelijkse viering op zondagochtend met 'onkerkelijke creatieven' in Amsterdam-West. Horsman is voorganger in Stroom, een kerk in een bioscoop. Van het duo is vooral Voorberg bekend bij een breder publiek. Hij was een van de initiatiefnemers van de Vluchtkerk, de leegstaande Amsterdamse kerk waar vorige winter uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak vonden. Daarnaast duidt hij voor NRC Next af en toe de actualiteit.

De gereformeerde traditie voortzetten in de hoofdstad - met die opdracht zijn Horsman en Voorberg door de vrijgemaakt-gereformeerde kerken, een klein orthodox-protestants kerkgenootschap, naar Amsterdam gestuurd.

Hebben jullie iets moeten bevechten op de traditie?
Voorberg: "Er is zo'n klassieke tekst: je bent wel ín de wereld, maar niet ván de wereld. Daarvan ben ik heel erg teruggekomen. Het is een lange weg geweest om de wereld te leren omarmen. Ik wil hier zijn. Gewoon, op deze wereld moet het gebeuren. Híer moet het Koninkrijk van God gestalte krijgen. Daar is niets relativerends aan. We durven nog steeds goed en kwaad aan te wijzen. Vroeger dachten we bij zonde aan seks voor het huwelijk of kleren kopen op zondag. Dat noem ik nu klein moralisme. Nu zie ik het zo: zonde gaat over de manier waarop de maatschappij in elkaar zit. Dus: zeggen dat het in gevaar brengen van wat zwak is altijd kwaad is, dat we eerlijk moeten zijn met voedsel, moeten kijken waar onze kleding vandaan komt."

Beide mannen studeerden aan de Theologische Universiteit in Kampen. In hun jeugd was het vasthouden aan de gereformeerde traditie van het allergrootste belang. Vrienden, familie en gezin: iedereen zat op zondag in dezelfde vrijgemaakt-gereformeerde kerk en geloofde op dezelfde manier.

In dat voetspoor gingen Voorberg en Horsman aanvankelijk ook, maar tijdens hun studie veranderde er wat. De zekerheden vielen een voor een aan gruzelementen. Geleidelijk kwam het inzicht dat de Bijbel geen eenduidige boodschap bevat over de waarheid en over God. Voorberg: "Wat eerst allemaal precies en rationeel klopte, was me uit handen geslagen. Ik wist zelfs een tijd niet meer of er een God was. Dat kwam trouwens niet door de docenten, die waren heel hard bezig om dat alles overeind te houden." In een nieuw boek dat het duo onlangs schreef, beschrijft Voorberg het zo: 'Vroeger wist ik dat wel: je moest je door Jezus laten verlossen van de zonden. En als mensen niet wisten wat zonde was, konden we dat ook nog wel uitleggen.'

Horsman: "Twijfel, woede, lust en jaloezie zijn voor ons niet meer de vijanden van het ware geloof. Het zijn elementen die horen bij een mens. Dus ook bij een gelovig en zoekend mens." Voorberg: "Ons geloof is experimenteler geworden."

Wat drijft jullie om in de stad het geloof te verspreiden?
Horsman: "Wat mij drijft is in deze stad meebouwen aan een gemeenschap waar mensen God, liefde, waarheid en dergelijke kunnen ontdekken. Dat is de relevantie van een christelijke gemeenschap in de stad."

Willen jullie dat mensen kiezen voor Jezus?
Horsman: "Bij het idee om mensen tot Jezus te brengen voelen we ons niet helemaal senang. Het heeft iets eenzijdigs, iets arrogants."
Voorberg: "Als je denkt dat je met een keus voor Jezus een ticket voor de hemel koopt, kies er dan alsjeblieft niet voor. Als het betekent dat jij net zo dwars en eigenwijs en vertrouwend in de werkelijkheid staat als Jezus deed, dan graag."
Het tweetal mag dan anders tegen het geloof zijn gaan aankijken, toch zeggen ze nog steeds achter de regels te staan van de kerk die hun salaris betaalt. Wie in de vrijgemaakt-gereformeerde kerk actief wil zijn, moet de belijdenisgeschriften onderschrijven zoals die in de zeventiende eeuw vorm kregen. Kerkelijke discussies lopen hierdoor vaak hoog op. Zo besprak de vrijgemaakte synode anderhalve maand geleden de vraag of vrouwen predikant, ouderling of diaken mogen worden. De uitkomst, na dagen praten: nee.

Wat betekent de gereformeerde traditie voor jullie? Ik hoor geen klassieke dogma's, bijvoorbeeld dat niemand tot de Vader komt dan door de Zoon.
Voorberg: "Wij zullen dit soort zinnen niet zeggen zodat iedereen hoort dat we nette gereformeerde jongens zijn."
Horsman: "Dat wordt ook niet van ons gevraagd." Voorberg: "Wij zijn door onze kerk gevraagd om iets nieuws te doen, niet om ervoor te zorgen dat iedereen die gereformeerde belijdenisgeschriften weer onderstreept."

Als iemand je vraagt 'Wie is Jezus voor u?', wat zeg je dan?
Voorberg: "Een van de eerste dingen is dan: 'Ik ken geen beter verhaal over de mens dan dat van Jezus.' Daarna volgen allemaal zoekende beschrijvingen."
Horsman: "Die vraag alleen al... Een seculier iemand in de stad vraagt zoiets niet. Die vraag irriteert me."

Waarom reageert u geïrriteerd?
Horsman: "Wat wil je nu dat ik zeg? Achter deze vraag, zo is mijn ervaring, zit een normering. Ik moet één bepaald antwoord geven. Dat wil ik best, maar wat weet je dan van mij?"

Jullie zeggen je te committeren aan de gereformeerde belijdenis. Daar staat heel precies wie Jezus is: namelijk de zoon van God. Wat betekent zo'n uitspraak nog voor jullie?
Horsman: "Ik committeer mij aan God, Jezus en de christelijke gemeenschap."

Waarom kost het jullie moeite om dit uit te leggen?
Horsman: "Dáárom verzet ik mij tegen deze vraag: het is alleen oké als ik het 'juiste' antwoord geef. De uitdaging van het geloof is niet: roepen dat Jezus Heer is, maar om zo'n leven te leiden dat mensen zien dat er iets is veranderd."
Voorberg: "We proberen te ontdekken wat het in vredesnaam betekent dat ooit is besloten Jezus de zoon van God te noemen."

Dit soort zoekende beschrijvingen is niet vanzelfsprekend in de kerk waar jullie uitkomen. De regels zijn er glashelder. Er wordt gesproken over de vraag of vrouwen op leidinggevende functies mogen, homostellen kunnen er niet trouwen.
Voorberg: "Wij zijn vrijgesteld van die vragen. Wij voeren daar als gemeentestichters geen gesprekken over."
Horsman: "Wij zijn bezig met de kernpunten van het christelijke verhaal."

Goed. Maar als een homostel door jullie getrouwd wil worden, is dat dan mogelijk?
Horsman: "We gaan daar geen statements over doen. We gaan er pas iets over zeggen, we gaan er pas iets over vinden, als de casus op tafel ligt. Ik weet dat onze traditie het afwijst. Ik weet niet zo goed wat ik er zelf van vind. Ik wil er niets over zeggen."
Voorberg: "Ik zou het gesprek wel aangaan. De meeste homoseksuelen uit mijn netwerken denken er trouwens helemaal niet over om te gaan trouwen."

Kunnen jullie wel een eigen koers varen?
Voorberg: "Dat doen we, toch?"
Horsman: "We varen met heel veel dingen onze eigen koers. Kijk, ik haat gewoon grote statements."

Hoezo is een antwoord op de vraag of jullie homo's trouwen een groot statement?
Horsman: "Wat ik bedoel is dit: ik kan wel gaan zeggen wat ik van dingen vind, maar we gaan gewoon onze eigen weg. In de gevestigde vrijgemaakte kerken mogen vrouwen niet in de leiding. Bij ons wel. Niet door te zeggen 'dikke vinger', maar omdat we denken dat we dat moeten loslaten. Uiteindelijk werd het geaccepteerd."

Waarom wilt u dan geen antwoord geven op de vraag of een homostel kan trouwen?
Horsman: "Omdat het niet kan. Ik ben niet bang, maar ik ga niet over dit onderwerp praten voordat het een discussie is in onze kerk."

Jacob als stadse dertiger
De bijbelse figuur Jacob is een goed voorbeeld voor stadse dertigers, schrijven Rikko Voorberg en Martijn Horsman in hun eerste gezamenlijke boek. Het is een bundel waarin de twee aan de hand van het bijbelse personage spreken over thema's als verlangen, heimwee, leegte en onzekerheid. "Tijdens ons lezen is Jacob voor ons een stadse dertiger geworden. De tenten van zijn ouders werden een Vinexwijk, de woestijn werd als de eerste eenzame maanden in de stad."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden