'Vrijgekomen verdachten kan niets worden verplicht'

interview | Onderzoeker: Meldplicht of enkelband erg ingrijpend

WILFRED VAN DE POLL

Niet iedereen kreeg in het jihadproces zware straffen. Drie van de negen staan direct, of vrijwel direct, weer op vrije voeten. Bij 'meelopers' Jordi de J. (22) en Moussa L. (40) valt de hoogte van hun celstraf samen met hun voorarrest. Amin B. (25), de vrouw van Azzedine C. moet zeven dagen zitten, daarna kan ook zij naar huis.

En dan? Hoe zorg je ervoor dat ze geen bedreiging meer vormen?

Eén ding is zeker: verplichten kun je ze tot bijna niks, zegt Daan Weggemans. Hij onderzoekt deradicalisering en reïntegratie van extremisten voor het 'Centre for Terrorism and Counterterrorism' van de Universiteit Leiden. Met Beatrice de Graaf schreef hij 'Na de vrijlating' (mei 2015), over hoe het ex-terreurverdachten en vrijgekomen jihadisten vergaat.

De drie verdachten die nu vrijkomen, stellen de overheid voor een dilemma. Weggemans: "Ze moet nieuwe veiligheidsrisico's tegengaan, maar kan niets afdwingen. Hoe lager de straf, hoe beperkter de voorwaarden die je aan iemands vrijheid kunt stellen. Meldplicht, enkelbanden, gebied- en contactverboden, dat kan hier allemaal niet."

Dat beseft ook justitie-minister Van der Steur. Daarom heeft hij deze week een wetsvoorstel bij de Kamer ingediend. Via een 'tijdelijke bestuurlijke maatregel' wil hij - 'ter bescherming van de nationale veiligheid' - deze groep toch een meldplicht of gebiedsverbod op kunnen leggen. Weggemans is kritisch. "Ik snap het gevoel van onmacht bij de minister, maar zo'n stap is erg ingrijpend en brengt allerlei rechtsstatelijke dilemma's met zich mee. Je tast het recht op een privéleven en vrijheid van verplaatsing aan."

De paradox is dat er met jihadi's die wél een celstraf moeten uitzitten meer te doen valt. Je kunt al ín detentie beginnen met deradicalisering en het voorbereiden op het leven erna. En er is sinds enige tijd een speciaal team bij de reclassering: het Ter-team (Team Terroristen, Extremisten en Radicalen). Weggemans: "Zij weten iets van de ideologie, kennen de netwerken en kunnen deze mensen opvangen".

Maar: de drie die nu vrijkomen, hoeven een dergelijk langdurige bemoeienis vanuit reclassering niet te verwachten, zegt Weggemans. Daarvoor zijn hun straffen te kort.

Hoe kan de overheid dan toch toezicht over ze houden? Alleen de veiligheidsdiensten en politie blijven over. "Informatie verzamelen, controleren, desnoods verstoren. Repressie dus. Maar of dat hen op het goede pad brengt, is twijfelachtig."

Mochten ze van goede wil zijn, dan ligt het anders. Er zijn binnenkort 'exit-programma's'. Ooit bedacht voor extreem-rechtse hoek, worden ze in Nederland nu ook opgezet voor geradicaliseerde moslims. Ze kunnen begeleiding krijgen bij het vinden van een baan of scholing, gekoppeld worden aan een imam, mentor, of psycholoog.

Of de nu vrijgekomen verdachten zo'n programma in zullen stromen, hangt vooral af van hoe graag ze dat zelf willen, zegt Weggemans: "En dat is moeilijk te voorspellen. Neem Jordi de J. Die kwam teleurgesteld terug uit Syrië en leek te deradicaliseren. Later leek hij toch terug te vallen in oude netwerken."

Vaststaat in ieder geval dat hun vrijwillige medewerking nodig is. Van der Steur vindt het 'niet zinvol' deelname aan dit soort 'deradicaliseringsprogramma's te verplichten', schreef hij de Kamer deze week. Weggemans: "Pas als iemand zélf zegt: 'ik wil veranderen' kun je echt iets doen. Dan kun je zeggen: 'prima, we helpen je, maar daar zetten we wel eisen tegenover'."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden