Vrije zeug kost biggen het leven

In de biologische varkenshouderij sterven biggen eerder dan in de bio-industrie. Paul Vriesekoop van Wageningen Universiteit legt uit waarom.

Hoe hoog is de biggensterfte in de biologische varkenshouderij in vergelijking met de bio-industrie?

„In de gangbare sector is die sterfte tijdens de zoogperiode rond de dertien procent. Bij de biologische varkenshouderij is de sterfte hoger. Die gaat soms wel over de twintig procent heen.”

Hoe komt dat?

Voor biggensterfte zijn twee oorzaken. Zowel de gangbare als de biologische houderij kennen biggen die met achterstand geboren worden, bijvoorbeeld omdat ze langer in het geboortekanaal zaten. Maar in de biologische varkenshouderij zie je, en dat verklaart het verschil, dat zeugen op hun biggen gaan liggen. Doodliggen heet dat. Een pasgeboren big weegt iets meer dan een kilo, een zeug honderdtachtig. Dan begrijp je wat er gebeurt.”

Waarom is doodliggen vooral in de biologische stal een probleem?

„Biologische boeren kiezen voor het welzijn van de zeug. Die mag vrij rondlopen. Keerzijde is het doodliggen, vooral in de eerste drie levensdagen van de big. Als zo’n zeug vrij rondloopt en dan opeens besluit om met al haar gewicht te gaan liggen, kunnen vooral jonge biggen soms niet ontsnappen. Als ze ouder zijn dan drie dagen, kunnen ze snel genoeg weg komen.

„In de intensieve veehouderij ligt de zeug in een soort ijzeren kooi met valbeugels. Gaat ze liggen, dan glijdt zij eerst over die beugels. De val wordt zo geremd en biedt biggen genoeg tijd om te ontsnappen.”

Of is de hoge biggensterfte misschien te verklaren door het aantal biggen per zeug?

„Een zeug levert in beide sectoren 13 of 14 nakomelingen per worp (ook wel toom genoemd, red.). Je hebt daarbij altijd variatie tussen biggen, in grootte, in gewicht en dus ook in overlevingskansen. Dat heeft veel te maken met de plaats van die big in de baarmoeder en de doorbloeding ter plekke. Het vermogen om melk te leveren is niet het probleem. Dat kunnen zeugen wel aan. Als ze meer melk moeten leveren, gaan ze meer eten.”Â

„De Nederlandse fokkerij is erin geslaagd een grote toom te ontwikkelen, waarbij ook op vitaliteit is gelet. Vijftien, twintig jaar geleden was de biggensterfte daarom zo’n twee procent hoger dan nu. Daarin onderscheiden onze boeren zich van boeren in het buitenland.”Â

Topigs, een bedrijf dat sperma en zeugen levert aan de varkenssector, wil het aantal biggen per zeug opvoeren van rond de dertig tot 35 à veertig biggen per zeug per jaar. Is dat haalbaar?

„Foktechnisch kan dat. Topigs heeft wel nadrukkelijk als missie dat het aantal biggen in balans moet zijn met de sterfte. Belangrijk is ook de vraag of de zeug die biggen voldoende vitaal ter wereld kan brengen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden