Vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen, ja of nee?

Beeld thinkstock

Wetenschappers willen dat in 2020 alle publicaties en artikelen vrij toegankelijk zijn. De reacties zijn verdeeld.

Iedereen doet net alsof de uitgevers allemaal boeven zijn, zegt Adam Cohen, en de universiteiten alles goed doen. "Dus als zij de boel overnemen, zou het goed komen?", schampert de Leidse hoogleraar farmacologie. "Het is een Trumpiaanse oplossing: breek alles af en begin iets nieuws. Maar krijgen we met dat nieuwe systeem dezelfde kwaliteit voor minder geld?"

Die dure kwaliteit van nu zijn de wetenschappelijke tijdschriften. Universiteiten betalen jaarlijks ruim veertig miljoen euro aan abonnementskosten zodat hun onderzoekers kunnen lezen over het werk dat door diezelfde universiteiten is bekostigd. Wereldwijd gaat het om miljarden.

Die artikelen moeten vrij toegankelijk worden, bepleitte een consortium van iedereen die er in wetenschapsland toe doet bij staatssecretaris Sander Dekker. Een pleidooi voor 'open science': alle wetenschappelijke artikelen en onderzoeksgegevens moeten over drie jaar voor iedereen niet alleen vrij toegankelijk zijn, maar ook vindbaar en bruikbaar.

Nobelprijswinnaar Ben Feringa wierp de vraag op wie dan toezicht houdt op de kwaliteit van die gegevens. De uitgeverijen hebben een heel stelsel van zogeheten peer reviewers die ingezonden artikelen beoordelen. Als alles in een vrij toegankelijke databank komt, wie scheidt dan het kaf van het koren?

Deze zogeheten open access hoeft niet slecht te zijn voor de kwaliteit, zegt de Nijmeegse hoogleraar Sijbrand de Jong. Zijn vakgebied, de deeltjesfysica, heeft er al ervaring mee. De deeltjesversneller in Genève waar hij veel werkt heeft samen met universiteiten en bibliotheken contracten afgesloten met uitgevers. Zij krijgen een vast bedrag waarvoor ze de peer review doen, waarna de onderzoekers vrij toegang hebben.

In Nederland wordt geëxperimenteerd met een online tijdschrift voor natuurkunde. "Dat kent ook een beoordeling. Die reviewers zijn immers ook wetenschappers die dit werk er in de avonduren bij doen."

Net van uitgevers

Toch is de wetenschap verstrikt in het net van de uitgevers, zegt De Jong. "Dat zie je met name bij de beoordeling van projecten. Veel mensen hebben de tijd niet om al die voorstellen tot in detail te bestuderen. In plaats daarvan kijken ze snel of de uitvoerder in de grote bladen heeft gestaan. O, hij heeft al vier keer de cover van Nature gehaald, zien ze dan: dat moet een goeie zijn."

Alsof alles goud is wat in de Nature blinkt, moppert hij. "Het is ook een commercieel blad dat gaat voor de sexy onderwerpen. En er soms wel eens naast zit, hoor. Maar ja, het is een Catch22: menigeen staart zich blind op de hoge ranking van Nature en wil daarom liever niet in zo'n nieuwe open access, dat die ranking nog moet opbouwen."

René Medema, wetenschappelijk directeur van het Antoni van Leeuwenhoek, erkent dat ook de Nature wel eens missers heeft, maar dat neemt niet weg dat het nu de top is. "Het merendeel is zeer goede wetenschap en daar ligt de uitdaging voor de open bladen: hoe houden we zichtbaar waar de beste wetenschap wordt bedreven." Het zou mooi zijn als de wetenschappelijke wereld zelf het werk van de uitgeverijen zou overnemen, maar dan is er wel een omslag nodig. "De open access moet meer waardering krijgen. Het zou veel schelen als gevestigde wetenschappers zouden verklaren dat ze alleen nog maar daarin publiceren. Dat zou voor een kantelpunt kunnen zorgen."

Onder de maat

Dat vindt Cohen niet voldoende. "Eén van de problemen is dat er ontzettend veel druk op het publiceren staat. Veel onderzoek is onder de maat, er is nauwelijks ruimte voor het reproduceren van eerdere resultaten. Ik denk dat er veel te winnen zou zijn als de universiteiten meer de nadruk zouden leggen op minder onderzoek, maar dan wel van hogere kwaliteit."

Barend Mons, ook hoogleraar aan het Leidse UMC, vindt het een achterhaalde discussie. Open access is maar een fractie van het probleem, zegt Mons die voorzitter is van een Europese commissie die ijvert voor 'Open Science'. "De strijd duurt nog wel even maar de afloop staat vast: die open access komt er."

Waar het om gaat is dat er zo'n gigantische productie van wetenschappelijke data is - elk half een verdubbeling - dat er wat moet gebeuren. "Het gaat om het maximale hergebruik van gegevens. Een promovendus is de helft van zijn tijd kwijt aan het zoeken en ordenen van zijn gegevens. Het wetenschappelijke artikel is zo zeventiende-eeuws. Dat moet je lezen, daar kan een computer niet in zoeken. En de links naar de data zijn vaak na een paar jaar verouderd. Dan kun je het dus niet meer vinden."

We moeten naar een open systeem waarin al die data toegankelijk en bruikbaar zijn, benadrukt hij, dat is pas open science. "Nederland was daarin gidsland. Nu moeten we doorpakken, anders hobbelen we straks weer achteraan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden