VRIJE MARKT/WETENSCHAP IN RUSLAND

Ooit moest Akademgorodok, eind jaren vijftig onder Chroesjtsjov gebouwd, Siberië - en in het verlengde daarvan de voormalige Sovjet-Unie - opstuwen tot superieure wetenschappelijke hoogten. Maar toen stortte de communistische staat ineen. Terwijl zij vol spanning uitkijken naar de verkiezingen van zondag 16 juni schrapen onderzoekers geld bijeen, maken zij zich zorgen over het vertrek van jonge collega's. En dromen sommigen van een verblijf in het buitenland - vooral: de Verenigde Staten. “Ik heb daar een aangename tijd gehad. Het was als hier in de jaren tachtig.”

In de jaren zestig was dit academische stadje een bruisende voorpost van de Sovjet-wetenschap, waar grootheden als de atoomgeleerde A. Budker en de Nobelprijswinaar voor wiskunde, L. Kantorovitsj, met hun medewerkers baanbrekend onderzoek deden. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie, in 1991, lopen de 6 500 wetenschappers op onregelmatige tijden in en uit de 28 instituten. De warme lunch eten ze meestal thuis, op loopafstand. In de loop van de middag keren ze dan weer terug om hun werk, voorzover dat er is, te hervatten.

In plaats van hun hoofd te breken over complexe wetenschappelijke vraagstukken, ziet de crème de la crème van de Siberische wetenschap zich tegenwoordig gedwongen tot het bijeenschrapen van het nodige geld om het onderzoek gaande te houden. De Sovjet-regering beschouwde wetenschap altijd als een hoge prioriteit en stelde daar onbeperkt middelen voor beschikbaar. In het post-communistische tijdperk heeft de Russische overheid het budget voor Akademgorodok flink teruggeschroefd.

Door commerciële activiteiten trachten de verschillende instituten het hoofd boven water te houden, maar de meeste instituten blijven kampen met ernstige tekorten en lage salarissen. Regelmatig vertrekken daarom goede onderzoekers en studenten van de Novosibirskse Staatsuniversiteit, die voorheen altijd de hoogwaardige instroom van de instituten waarborgde, naar het buitenland. Wanneer de regering dit tij niet zal keren, zal dit unieke wetenschappelijke centrum op afzienbare termijn zijn deuren moeten sluiten.

“Als de staat gezond wordt, zal dat ook voor de wetenschap zo zijn. Andersom kan de wetenschap niet floreren in een onstabiel land,” vat natuurkundige Ilja Ginzboerg de situatie kernachtig samen. Ginzboerg, werkzaam op het Instituut voor Matematica, is een academische bewoner van het eerste uur. Toen hij in 1960 vanuit Moskou naar Akademgorodok verhuisde, drie jaar na de start van het project, was het instituut nog niet gebouwd en werkte hij thuis.

Ginzboergs kamer ademt, net als de rest van het instituut, nog altijd de jaren zestig sfeer. Meubels en boeken zien er oud uit. De lamp op zijn bureau heeft een cylindrische linnen kap met bloemetjes. Het raam is van de vertrouwde Sovjet-kwaliteit, waardoor het uitzicht op de bomen aan de boven- en onderkant wazig is. Slechts de computer en de posters van buitenlandse conferenties geven de kamer een hedendaags uiterlijk.

De aanwezigheid van moderne computers, waarvan sommige zelfs zijn aangesloten op het Internet, behoort tot de positieve gevolgen van de ineenstoring van de Sovjet-Unie. “Zo'n drie jaar geleden kregen wij de eerste behoorlijke computer in ons instituut,” zegt Ginzboerg. Op de begane grond van het Instituut voor Matematica bevinden zich een bank en een computer-bedrijfje. De huur die dit oplevert dient om het krappe budget aan te vullen.

Ginzboerg ziet Akademgorodok als een compromis tussen briljante wetenschappers die geld zochten voor hun onderzoek, en de Sovjet-regering die na de Tweede Wereldoorlog verwoed streefde naar militaire superioriteit over het Westen. Het idee voor de bundeling van verschillende wetenschappelijke disciplines in speciale centra was voor de Tweede Wereldoorlog al geuit door onder meer de natuurkundige I. Koertsjatov, die begin jaren vijftig het team leidde dat de Russische atoombom ontwikkelde. Na de oorlog kwamen de wiskundigen M. Lavrentyev en S. Soboljev, medewerker aan het atoomproject, opnieuw met dit voorstel.

“Ze begrepen”, aldus Ginzboerg “dat een dergelijk centrum alleen tot stand kon komen met steun van de militaire top. Daarom opperden zij bij de regering het idee om fundamenteel onderzoek te combineren met toegepast onderzoek, dat praktisch altijd militair was.”

Omdat Moskou en Sint Petersburg de wetenschappelijke scepter zwaaiden in het westen van Rusland, was Novosibirsk een logische vestigingsplaats. Met 1,5 miljoen inwoners is Novosibirsk de belangrijkste stad in Siberië en, samen met Nizjni Novgorod, de derde in heel Rusland. In Akademgorodok wonen nu 70 000 mensen, waarvan 17 000 werken in de instituten en aan de universiteit.

Een andere belangrijke reden voor de bouw van een wetenschappelijk centrum in Siberië was, volgens geoloog Alexander Obolenski, de rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. “In West-Siberië, waaronder Akademgorodok valt, bevinden zich omvangrijke olie- en gasvelden. Tegenwoordig is de rol van Siberië nog groter omdat ongeveer tachtig procent van alle vreemde valuta uit de export van olie en gas komt.”

Het Instituut voor Geologie, waar Obolenski werkt, concentreert zich al vanaf de start op toegepast onderzoek voor de overheid en het Sovjet-bedrijfsleven. “Ons instituut dient wat dat betreft als voorbeeld”, vindt de geoloog. De overheid financiert nu nog maar zestig procent van de begroting. De geologen zoeken aanvullende financiering door te werken voor Russische bedrijven die brandstoffen, edele metalen of diamanten winnen.

Obolenski moet toegeven dat dit niet meevalt. “Wij maken zware tijden door. Bedrijven die grondstoffen winnen kampen eveneens met de economische crisis. Aan de andere kant is het beter dan vroeger omdat we nu zelfstandiger zijn.” Het aantal werknemers van het instituut is gedaald van 2 600 in de Sovjet-tijd tot 2 000 nu. Daarvan zijn 400 wetenschappelijk medewerker.

De sociale wetenschappen ontbreken nagenoeg geheel in Akademgorodok. Volgens Ginzboerg kozen de oprichters daar bewust voor, omdat “de sociale wetenschap in de Sovjet-Unie slechts het dienstmeisje van de Communistische Partij was.” Er kwam wel een Instituut voor de Economie en de Organisatie van de Industriële Productie, maar dat hield zich vooral bezig met wiskundige economie. Leidende figuren binnen dit instituut waren de Nobelprijswinnaar L. Kantorovitsj en de latere adviseur van president Gorbatsjov, A. Aganbejan.

Al vanaf het begin is het Instituut voor Kernfysica het meest prominente in Akademgorodok. Door de jaren heen is het aantal werknemers constant gebleven op 3 000, waaronder 400 wetenschappelijk medewerkers. Dit instituut vormt eigenlijk een dorp in het dorp.

Opvallend is de grote ronde tafel in het hoofdgebouw. Met deze tafel, waaraan iedere week de wetenschappelijke medewerkers met de directie overleggen, vestigde oprichter A. Budker de democratische traditie van het instituut. “We hadden hier ons kleine eiland van vrijheid,” herinnert kernfysicus Andrej Koedrjatsjev zich. “Onze eerste directeur, Budker, had een talent voor het onderhouden van goede relaties met de autoriteiten.” De diplomatie van Budker bewerkstelligde bijvoorbeeld, aldus Koedrjatsjev, dat het instituut geen toegepast onderzoek hoefde te doen voor het militair-industrieel complex.

Met zijn team bouwde Budker, die onder Koertsjatov had meegewerkt aan de atoombom, de eerste deeltjesversneller ter wereld. Zulke versnellers dienen om het gedrag van elementaire deeltjes te bestuderen maar kennen ook industriële toepassingen, zoals het zuiveren van afvalwater. Al tijdens het Sovjet-bewind kreeg het instituut het privilege om deeltjesversnellers te verkopen, onder meer aan Japan en Polen. “Dat was uniek in de Sovjet-wetenschap,” zegt Koedrjatsjev. Tegenwoordig is de verkoop van deeltjesversnellers, of onderdelen daarvan, de voornaamste bron van aanvullende financiering.

Toen Koedrjatsjev in de jaren zestig vanuit Sint Petersburg naar Akademgorodok kwam, heerste daar het optimisme van de 'post-Stalin' generatie. “Natuurlijk waren de ideeën van het marxisme-leninisme in ons hoofd gestampt, maar in die tijd was dat minder belangrijk. Net als anderen begreep ik dat dat pure theorie was. Want de homo sapiens is te complex om er een eenvoudig gedragsmodel van te maken.”

De jonge bewoners van Akademgorodok discussieerden veel over politiek en lazen ondergronds uitgegeven boeken en kranten. Ginzboerg hechtte vooral veel waarde aan de discussies over onderwijs, in de 'koffieclub'. “Ik, en anderen met mij, heb altijd gevonden dat we de studenten naast natuurkunde ook moesten leren een eigen mening te hebben. Deze nieuwe benadering van het onderwijs, vind ik de belangrijkste politieke daad die wij ondernamen.”

Nagenoeg geen van de wetenschappers in Akademgorodok kan zeggen wat zijn maandsalaris is. Gemiddeld verdienen ze voor onderzoek en onderwijs ongeveer 270 gulden per maand. Daarnaast vragen individuele wetenschappers en onderzoeksafdelingen in hun geheel doorlopend nationale en internationale beurzen aan.

Populair zijn vooral het fonds van de Hongaarse zakenman en filantroop George Soros en het Europese INTAS-fonds. Omdat zijn voorbeeld niet werd nagevolgd, heeft Soros zijn liefdadigheid inmiddels stopgezet, maar toegezegde bedragen betaalt zijn fonds nog wel uit. De geoloog Obolenski schat dat het gemiddelde maandsalaris op zijn instituut, inclusief beurzen, uitkomt op 340 gulden.

De late en onregelmatige betaling van salarissen en beurzen levert soms grote problemen op voor instituten die krap bij kas zitten. In het Instituut voor Chemische Kinetica en Verbranding ligt het werk om die reden bijvoorbeeld dikwijls stil. “We proberen daarom zelf chemicaliën en instrumenten te maken,” legt chemicus Sergej Doebtsov, die in 1982 in dienst kwam, uit.

Veel onderzoekers vinden een positief neveneffect van het beurzenstelsel dat het kaf van het koren wordt gescheiden. Vooral gedurende het Breznjev-regime (1964-1980), de zogenoemde periode van stagnatie, verschenen er nogal wat medewerkers in Akademgorodok met een hoog communistisch maar een zeer matig wetenschappelijk gehalte. Met het oog op de krappe budgetten vindt Ginzboerg dit instrument van 'natuurlijke selectie' daarom uitstekend geschikt om middelmatige academici plaats te laten maken voor jong talent.

Het grootste gevaar dat Akademgorodok bedreigt, is het vertrek van goede en jonge onderzoekers. Van de 400 wetenschappers op het Instituut voor Kernfysica, zitten er 40 voor langere tijd in het buitenland. In het instituut stromen jaarlijks ongeveer 45 studenten in. De helft daarvan vertrekt na enkele jaren voor verdere studie naar Amerika, aldus Koedrjatsjev.

Chemicus Doebtsev schat dat meer dan 60 procent van zijn collega's ouder is dan vijftig jaar. Die vergrijzing neemt alleen maar toe omdat er geen geld is voor het aantrekken van nieuw personeel. Vorig jaar heeft Doebtsov tegen onkostenvergoeding een maand in een Amerikaans bedrijf gewerkt, waaraan zijn instituut een meetapparaat had verkocht. “ Ik heb daar een aangename tijd gehad. Het was als hier in de jaren tachtig. We hadden alle benodigde apparatuur en chemicaliën.” Inmiddels heeft Doebtstov met de collega's van zijn vakgroep, atmosferische chemie, gereageerd op een project in Amerika. Hij zou graag voor één of twee jaar in de Verenigde Staten willen werken.

Voor de oplossing van hun problemen richt de academische gemeenschap zijn blik op het Kremlin. “De toekomst van Akademgorodok hangt af van de politieke ontwikkelingen,” vertolkt Ginzboerg de algemene opvatting. De Russische leiding moet, volgens hem, echter wel haast maken. “Als de huidige situatie zich langer dan vijf, zes jaar voortzet, zullen wij uitsterven. Er zal dan niemand meer zijn om te onderwijzen en de zaak zal worden gesloten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden