Vrije markt brengt welvaart en geluk

Sommige christenen wijzen marktwerking af. Maar in dit ondermaanse is er geen beter kompas te vinden.

Sommige christenen beschouwen de markt als een duivels systeem: rijken buiten de armen uit, het milieu wordt geplunderd en ongebreideld consumentisme tiert welig.

Andere christenen zien het anders: de markt stimuleert mensen om hun talenten te ontwikkelen en in te zetten voor anderen. Johan Graafland ontwikkelt als econoom, ethicus en theoloog in zijn boek ’Door het oog van de naald’ een christelijke visie op marktwerking (Trouw van 3 september). Zijn analyse verdient aanvulling en correctie.

In de eerste plaats verdient de markt meer lof. De geschiedenis toont aan dat geen systeem zo veel welvaart genereert als de gedecentraliseerde markteconomie. Een sterke economie kan niet zonder een krachtig sociaal beleid om mensen weerbaar te maken tegen de onvermijdelijke creatieve destructie die het gevolg is concurrentie.

Naast de overheid zijn er nog andere belangrijke instituties, bijvoorbeeld gezinnen en maatschappelijke organisaties die normen en waarden vormen en overdragen. De schade die een gebrekkig moreel kompas kan aanrichten blijkt bijvoorbeeld uit de exorbitante salarissen in de top van het bedrijfsleven. Met dit gedrag schaadt de elite in ons land de legitimiteit van de markt. De markt kan kortom niet zonder een sterke overheid, goed functionerende gezinnen en een krachtig maatschappelijk middenveld.

Naarmate mensen minder rationeel zijn, zou volgens Graafland de overheid een belangrijkere rol moeten spelen. Uit onderzoek blijkt dat mensen van vlees en bloed aanzienlijk minder rationeel zijn dan het traditionele economische mensbeeld van de rationele homo economicus suggereert.

Mensen weten vaak niet wat ze willen, en als ze dat wel weten maken ze systematische fouten en ontbreekt het hen aan wilskracht en informatie om te doen wat ze willen. Met deze inzichten komt het mensbeeld van de hoofdstroom in de economische wetenschap dichter bij het bijbelse mensbeeld. De Bijbel heeft namelijk volop oog voor de beperkingen van de mens. De mens is hierdoor aangewezen op anderen en de Ander: Gods openbaring en Zijn genade. Ook binnen de moderne economische wetenschap groeit theorievorming met als fundament de beperkingen van de mens.

Ik zoek daarom de rechtvaardiging van de markt juist in de beperkingen van de mens. En dat resulteert in fundamenteel andere conclusies over de rol van markt en overheid. Juist omdat we als op dit ondermaanse zo beperkt zijn is de disciplinerende rol van de het marktmechanisme zo belangrijk. De markt stimuleert mensen te experimenteren en daarbij te leren van hun fouten; concurrentie is de belangrijkste drijvende kracht achter innovatie. Verder dwingt concurrentie producenten om zich in te zetten voor de consument.

Vertrouwen op de wijsheid en goedheid van gecentraliseerde, goedwillende overheidsmacht is juist uiterst riskant. Machthebbers zijn immers ook beperkt in moreel, intellectueel en psychologisch opzicht. Juist daarom is zelfs in de politiek concurrentie essentieel. De periodieke strijd om de gunst van de kiezer houdt degenen aan de knoppen van de overheidsmacht nederig en dienstbaar.

Graafland stelt dat economen zich meer bezig moeten houden met geluk als uiteindelijke doelstelling van economisch beleid. Nog afgezien van de meetproblemen en de vraag of elke vorm van genot dezelfde waarde heeft, betwijfel ik of dit een verstandige weg is. De moderne economische wetenschap heeft weinig te melden over geluk maar concentreert zich op het feitelijke keuzegedrag van mensen als het om schaarse, alternatief aanwendbare middelen gaat. Over ’de waarden’ die achter het keuzegedrag schuilgaan, laten economen zich niet uit. En zeker niet over de vraag hoe een mens gelukkig wordt. Dat laten de meeste economen graag over aan anderen.

En dat is maar goed ook. Want geluk gaat veel verder dan het beschikken over voldoende schaarse middelen. Geluk heeft meer te maken met geloof dan met economie. Geloof in een liefdevolle, genadige God blijkt niet voor niets één van de belangrijkste verklarende factoren voor geluk. Verder leert de Bijbel dat de wij mensen gelukkig worden als wij ons geluk vinden in dat van anderen en als anderen hun geluk vinden in ons.

Met andere woorden: geluk en liefde zijn niet los verkrijgbaar. Dat aan mensen duidelijk maken is niet de primaire taak van de markt of de overheid. Om een uitspraak van minister Donner over de overheid te parafraseren: De taak van de markt is niet het creëren van de hemel, maar het voorkomen van de hel. Voor een stukje hemel op aarde zijn we aangewezen op intieme relaties.

Als we te hoge, hemelse verwachtingen koesteren van marktwerking lopen we het risico het geluk op de verkeerde plaats te zoeken. Bij het ontbreken van geluk nemen we dan al snel onze toevlucht tot het verkeerde medicijn, zoals een overdosis aan ingrijpen door de overheid. Onze onrealistische verwachtingen over wat de economie vermag, brengen ons zo verder van huis: verder van de hemel en dichter bij de hel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden