Vrijdag premiere van Ton Simons' 'Pantheon's Pace'

ROTTERDAM - Uitgeput en bezweet happen acht dansers van de Rotterdamse Dansgroep naar adem. In een repetitie van anderhalf uur snelden zij in driekwarts maat op hoog tempo door 'Pantheon's Pace', Ton Simons' nieuwe choreografie op Mozarts laatste Pruisische strijkkwartet (KV 590).

De choreograaf uit Limburg, die al jaren in New York woont, wil dat zij hun lichamen even snel als de vingerkootjes van de leden van het Alban Berg Kwartet bewegen. Onderwijl tellen zij zich suf, met verbluffend resultaat. De lange Oerm Materm en Raymond Esterhuizen hebben het een stuk moeilijker dan de kwikzilver snelle, kleine Johanna Laber of Inge Buyls. Ook Gaby Allard, Tim Persent, Anouk van Dijk en Rick Kam geven elk weer andere accenten. Simons wil dat zij zich daarin zoveel mogelijk laten gaan.

Alleen al de naam van dit ballet is een voltreffer. De premiere van komende vrijdag belooft een juweel te worden. Nogmaals wordt bevestigd waarom Ton Simons zo volkomen terecht in 1990 de nationale choreografieprijs kreeg, naar aanleiding van zijn huzarenstuk 'Grace' op Mozarts Mis in C. Waren Merce Cunningham en Pablo Picasso jarenlang zijn twee grootste leermeesters, sinds het midden van de jaren '80 is Mozart zijn grootste inspiratiebron. "Het is nog steeds of ik een nieuwe wereld ontdek."

Al vijftien jaar terug maakte hij in 1976 bij het Werkcentrum Dans (voorloper van de Rotterdamse Dansgroep) zijn eerste Mozart-choreografie, 'Throw wood at green'. In de tussenliggende jaren is zijn hang naar simpelheid en zuiverheid gebleven, maar de passen, frases en visuele ontwerpen om dit te bereiken zijn zeker niet eenvoudig. Simons heeft zijn bewegingsmateriaal gecondenseerd en zo op details toegespitst, dat hij steeds meer het toeval losliet. Althans in de definitieve versies van zijn balletten, niet tijdens het ontwerpen en construeren daarvan.

"Destijds maakte ik ook tijdens de optredens zelf gebruik van toeval, om mezelf uit het spoor te tillen. Nu is het zo complex wat ik maak, dat ik juist moet sturen, willen de dansers geen ongelukken krijgen. Ik streef heel bewust naar duidelijke articulatie. Mijn volgende ballet zal 'My idea of order' heten, ontleend aan een dichtregel van Wallace Stevens. Ik focus mij nu helemaal op het ordenen, in plaats van het loslaten en het ontregelen. Die tegenstelling van chaos versus orde in ons bewustzijn houdt mij al lang bezig. Ik wring me voortdurend in allerlei bochten om aan de structuren van Mozarts muziek te ontkomen, maar er valt niet aan te ontkomen, moet ik steeds weer ontdekken."

"Het leven is groter dan we kunnen vormgeven. 'Pantheon's Pace' maak ik bewust groter dan de toneelvloer van de Rotterdamse Schouwburg aan ruimte te bieden heeft. Dat betekent dat dansers ook in de coulissen dansen en als zij het front naderen hier letterlijk tot halverwege overheen zullen rollen. De achterwand zal wit zijn, evenals de belichting. De kostuums zijn zwart/wit. Rechts voor komt een schedel te hangen. In zijn beroemde 'Mozart Book' schreef Alfred Einstein over dit strijkkwartet: na het luisteren hiernaar besef je hoe mooi, hoe zoet, hoe kort het leven is. Mozarts muziek heeft die prachtige mengeling van melancholie en ironie, vol absurdistische invallen. Mozart leert me dat hoe meer je doet, hoe meer je beseft dat je zo weinig weet. Ik kan er eindeloos naar luisteren. We leven maar een keer en werken is voor mij heel ingrijpend, intensief en moeilijk. Want ik wil risico's nemen, uitersten verkennen. Ik ben een tamelijk maniakale persoonlijkheid, ben ik bang."

Planeten

"Met Mozart heb ik het beste gezelschap gekozen om mee te communiceren. Dvorak zei toch al: Mozart is de zon, alle andere componisten draaien daar als planeten om heen. Wat ik hoor is zijn gevoel voor humor en het absurde, zijn gevoel voor dosering van de capaciteiten van het menselijk bestaan. Bach is glorieuzer, Mozart is minder protestants. Ondanks de komst van de elektronische muziek is ons idee wat muziek is, toch door hen bepaald. Het classicisme gaat uit van ideale proporties en harmonie. Sinds Einstein weten we dat alles relatief is. Wijzelf bepalen dat wereldbeeld. Om ons beeld aan dat van Mozart te toetsen, is een intrigerend gegeven. Zijn wereldbeeld was minder complex. Tijd is een kromming, 'curved', energie is afhankelijk van het apparaat waarmee het gemeten wordt. Niets is absoluut; er is geen wet van Meden en Perzen. Mijn dans gaat enkel over dans, zoals ook Hans van Manen dat zo terecht stelt."

"Toen ik met dansen begon, werd de pyromaan in mij geboren. Ik houd erg van vuur, associeer dat met passie, met bewegen op het scherp van de schede. Daarom wilde ik ook naar New York, waar het vuur brandde. Nu de zaak in brand staat, moet ik kijken wat ik verteer. Het leven in New York prikkelt mij nog altijd, hoewel er op dansgebied nu veel minder gebeurt dan vijftien jaar terug. Balanchine en Graham zijn dood, Cunningham is erg oud. Het is alsof men er een kater beleeft, na de 'boom of the eighties'. Financieel is het allemaal ook veel zwaarder geworden, nu het budget van de State Council of the Arts met zestig procent gereduceerd is."

"In feite komen de Amerikanen hier in Europa hun geld verdienen om in de Newyorkse jungle te overleven. Kijk naar Bob Wilson, Trisha Brown, Merce Cunningham. Maar de schaal van het land, van alles in Amerika, fascineert me nog altijd. Ondanks die kater maken mensen er nog heel interessante dingen. Op de een of andere manier voelt Nederland zoveel kleinschaliger. Het is alsof in New York de horizon verder weg ligt. Maar ik houd erg van Europa. Uiteindelijk moeten we de wereld verbeteren, humaner maken. Daarvoor moet je uit je achtertuintje tevoorschijn komen, ervaringen opdoen. We gebruiken absoluut te weinig procent van onze hersenen."

Koppels

Het gebruik van koppels die geen echte koppels zijn, is een terugkerend 'visual device' in Simons choreografisch oeuvre. Zowel in zijn vele duetten als in grotere balletten past hij het beeld van 'twins' toe. "Die dubbelheid heeft te maken met ons idee van samenhang. Maar visueel schept het ook duidelijkheid. Ik wil dat gegeven analyseren, door het steeds af te breken, maar ook terug te laten keren." In 'Pantheon's Pace' werkt hij met vier paren: twee m/v-koppels naast twee jongens en twee meisjes, die voortdurend uit elkaar schieten maar soms unisono of als elkaars spiegelbeeld dansen. "Ditmaal heb ik niet, zoals bij 'Grace' op Mozarts Grote Mis in C, de partituur bestudeerd, maar duizenden keren naar het strijkkwartet geluisterd. Dan schrijf ik uit wat ik hoor, in een eigen, primitieve notatie, met kronkels, kriebels, zigzags, blokjes. Met de creatie van een eigen, dus herkenbare stijl houd ik me niet bezig. De passen en frasen die ik met de dansers test, zien er meer bizar uit dan het voelt, hoor! Laatst hoorde ik een van hen zeggen, dat alles wat ik maak zo logisch is. Dat was een enorm compliment."

"Ik ben geen beul of bottenbreker, maar ik wil wel het nog net mogelijke zoeken. Daarom vraag ik altijd of het wel gaat. Zelf vind ik het nog heel plezierig om les te doen: het is alsof iemand je helpt om je ballet schoon te maken. Een les is geen commando, maar een cadeau: het brengt je hart in het ritme om repetities te doen. Soms ben ik bang dat 'Pantheon's Pace' als een navrant zwart stuk zal overkomen. Toch zit er veel grillige, komische dramatiek in, maar niet expliciet: de emotionaliteit zit in de ledematen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden