Vrij willen en kunnen denken is a hell of a job

(\N)

Wat is verlichting? In een boek en op een symposium, morgen in Nijmegen, worden de oosterse en westerse verlichtingstradities naast elkaar gelegd. De overeenkomsten zijn groter dan gedacht. Grootste gemene deler: gebruik je gezonde verstand.

Over de westerse Verlichting zijn boeken vol geschreven en over de oosterse verlichting ook. Maar wie het begrip verlichting opzoekt in de vrije internetencyclopedie Wikipedia, vindt daar alleen uitleg over de westerse versie: de Verlichting als politieke en filosofische beweging uit de 17de en 18de eeuw, die de opvattingen over de grondslagen van de politiek, filosofie, wetenschap en religie in de westerse wereld ingrijpend wijzigde. Pas als je gaat kijken onder boeddhisme, zul je daar het oosterse begrip verlichting tegenkomen.

De twee worden dus doorgaans niet met elkaar in verband gebracht. En dat is eigenlijk opmerkelijk, vindt zenmeester Rients Ritskes, „want in essentie gaat het bij zowel Verlichting als verlichting om hetzelfde doel.” Tot die conclusie komt hij, na vergelijking van de vier bijdragen aan het boek ’Wat is verlichting’, dat – onder zijn redactie – vandaag verschijnt.

Twee van de bijdragen, van hemzelf en van zenmeester Nico Tydeman, zijn vanuit oosters perspectief geschreven. De twee andere, van filosofe Miriam van Reijen en de Nijmeegse hoogleraar spiritualiteit Kees Waaijman, vanuit westers – filosofisch en christelijk – perspectief. De vier auteurs en schrijver Kader Abdolah, die het zal hebben over Verlichting in de islam, spreken morgen op een symposium in Nijmegen, waar het boek wordt gepresenteerd.

Op een terrasje in Utrecht licht Ritskes zijn conclusie, dat het bij de oosterse en de westerse verlichtingstradities in wezen om hetzelfde zou gaan, toe. „De westerse Verlichting was een reactie op het overheersende dogmatische autoriteitsgeloof, en grijpt terug op Kants definitie van Verlichting: ’Het vertrek van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hijzelf schuld is’. Daarbij hoort ook Kants oproep tot Verlichting: ’Durf je eigen verstand te gebruiken’. Die onmondigheid verwijst naar de kerk en de staat, die de mensen onmondig hielden. Daarom wordt het begrip Verlichting in het Westen gebruikt in verband met de scheiding van kerk en staat, als een minimumrandvoorwaarde waarbinnen verlichting kan beginnen.”

Het oosterse begrip verlichting kan vertaald worden als ontwaking of begrijpen, zegt Ritskes. „Dat is de letterlijke vertaling van het Sanskriet woord ’bodhi’. Voor mij zijn de oosterse en westerse variant twee kanten van dezelfde medaille, namelijk mensen stimuleren hun eigen gezond verstand te gebruiken. In de oosterse opvatting gaat het om persoonlijke verlichting, om loskomen van persoonlijke onmondigheid, om vrij te kunnen denken, los van invloeden van opvoeding, onderwijs, cultuur en commercie. In de westerse filosofische opvatting van Verlichting gaat het om het scheppen van de maatschappelijke voorwaarden om vrij te mogen denken en je gedachten te mogen uiten.”

Bij sommige grote westerse denkers, zoals Spinoza, Galileï en Hume, was volgens Ritskes ook sprake van persoonlijke verlichting – dus van de oosterse versie van het begrip. „Zij liepen juist aan tegen het toen nog maatschappelijke gebrek aan Verlichting. Vandaar Spinoza’s waarschuwing: ’wees voorzichtig’. In haar hoofdstuk over Spinoza’s bijdrage aan de Verlichting, in het boek ’Wat is verlichting?’, gaat Miriam van Reijen in op deze samenhang tussen persoonlijke en sociaal politieke verlichting. Spinoza is een rationalist, maar aan het einde van zijn hoofdwerk, de Ethica, schrijft hij dat intuïtieve kennis boven rationele kennis staat. Van Reijen citeert Jon Wetlesen, die ervan overtuigd is dat Spinoza een mystieke eenheidservaring moet hebben gehad, omdat hij anders nooit zo prachtig en vol overtuiging over intuïtieve kennis had kunnen schrijven.

Te bewijzen valt het niet, en zelf heeft Spinoza er niet over geschreven, maar Ritskes denkt dat Wetlesen gelijk heeft met zijn conclusie dat Spinoza een persoonlijke verlichtingservaring heeft gehad. „Zo’n ervaring volgt vaak op een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven. Ik heb het vermoeden dat het wel eens het tragische lot kan zijn geweest van de Amsterdamse joodse filosoof Uriël da Costa, waardoor Spinoza is wakker geschud. Spinoza was acht jaar oud, toen vrijdenker Da Costa vanwege zijn onorthodoxe ideeën in de synagoge werd gegeseld en vertrapt. Dat kan heel goed gebeurd zijn voor de ogen van de jonge Spinoza, die als joods jongetje met zijn ouders meeging naar de synagoge. Da Costa, een van de grote voorvechters van de Verlichting, heeft Spinoza in hoge mate geïnspireerd, en wat hem is overkomen, kan op een gevoelige geest als Spinoza diepe indruk hebben gemaakt en hem misschien wel tot persoonlijke verlichting hebben gebracht.”

Ritskes staaft deze veronderstelling met zijn eigen ervaring. „Ik was elf jaar, toen mijn negenjarige broertje, na een jarenlange spierziekte en een vreselijk aftakelingsproces overleed. Voor mij is mijn spirituele interesse daar begonnen. Ik kon zijn lijden en dood niet begrijpen. We hadden natuurlijk wel eens ruzie. Was ik misschien schuldig aan zijn dood? Mijn spirituele zoeken, dat voor mij een noodzaak was om een uitweg te vinden uit mijn existentiële crisis, heeft mij op mijn zeventiende tot mediteren aangezet. Ik was 27, voordat ik eraan toekwam deze grondoorzaak van mijn spirituele zoektocht onder ogen te zien. Dit jeugdtrauma verwerken was natuurlijk niet de enige reden voor mijn interesse, maar wel een belangrijke steen op het pad.”

Vrij denken kan dus, zoals bij Da Costa en later ook Spinoza, gedwarsboomd worden door een gebrek aan sociaal politieke Verlichting, maar omgekeerd is het hebben van de maatschappelijke mogelijkheid om vrij te denken nog geen garantie dat we die vrijheid ook gebruiken.

Ook dat had Spinoza al door. De filosoof roept op om vrij te denken, maar niet te denken dát je al vrij denkt.” Vrij willen, mogen en kunnen denken is dan ook a hell of a job, zegt Ritskes uit persoonlijke ervaring. „Wat zijn bijvoorbeeld eigen keuzen, die niet zijn opgelegd of opgedrongen door bijvoorbeeld opvoeding, onderwijs en reclameboodschappen? Waarom kopen mensen alleen A-merken? Omdat ze werkelijk kwalitatief beter zijn dan B-merken of omdat de reclame hen ervan overtuigt dat A-merken toch echt de beste zijn?”

Is er in het leven van Spinoza niet alleen sprake van westerse verlichting, de christelijke mystieke traditie, in het boek beschreven door Kees Waaijman, heeft zelfs veel meer weg van verlichting in oosterse dan in westerse zin, concludeert Ritskes. „Hij schrijft bijvoorbeeld: ’Loutering is het loslaten van alle zelfconstructies die de werkelijkheid, inclusief God, gevangen houden in hun angstige houdgreep’. Ook benadrukt hij hoe moeilijk het is om los te komen van onze vaste overtuigingen en hoe ook de mystici in de christelijke traditie er met veel pijn en moeite aan hebben gewerkt om open te leren staan en zich geestelijk te bevrijden.”

Zenmeester Rients Ritskes als leider van de cursus ¿Back to Business¿ in klooster ZIN in Vught. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden