Vrij op een eiland in de DDR

Seiler schetst het leven in een artistieke vrijhaven terwijl elders de grenzen open gaan

Het gedeelde Duitsland tot 1989 heeft nog steeds een machtige invloed op de literatuur. Juist de succesvolste Duitse romans van de laatste jaren spelen zich af in de voormalige DDR of tijdens de politieke ommekeer: Uwe Tellkamps magistrale 'De Toren'(2008) en Eugen Ruge's 'In tijden van afnemend licht' (2011) - beide ook in het Nederlands jubelend ontvangen. Ook het nu verschenen 'Kruso', het romandebuut van Lutz Seiler (1963), hoort in dit rijtje thuis. Twee jaar geleden won Seiler met deze roman de Deutscher Buchpreis.

'Kruso' speelt zich af in 1989 op het toen nog tot de DDR behorende Oostzee-eilandje Hiddensee. Vanaf Hiddensee, het 'Capri van het noorden', probeerden veel Oost-Duitsers per rubberboot of op surfplanken te vluchten naar het nabijgelegen Denemarken. Behalve op potentiële vluchtelingen en toeristen oefende het Waddeneiland een sterke aantrekkingskracht uit op intellectuelen en kunstenaars, die hier veelal als seizoenarbeiders emplooi vonden. Hiddensee was bijna een vrijhaven binnen de DDR, 'wie hier was had het land verlaten zonder de grenzen te overschrijden'.

In de vroege zomer van 1989 trekt ook de 24-jarige Edgar ('Ed') Bendler vanuit het provinciestadje Halle, waar hij literatuur studeert, naar Hiddensee om er als bordenwasser in een restaurant te werken. Ed verkeert in een crisis sinds zijn vriendin is verongelukt. Op Hiddensee leert hij de even mysterieuze als charismatische Alexander Krusowitsch alias 'Kruso' kennen, de zoon van een Russische generaal en een jong gestorven circusartieste. Ook Kruso, die bij pleegouders op het eiland is opgegroeid, heeft een traumatische ervaring achter de rug; zijn geliefde zus is op niet geheel duidelijke wijze gestorven.

Tussen Ed en Kruso ontstaat al snel een innige vriendschap, mede omdat beiden een passie voor poëzie hebben en ook zelf gedichten schrijven.

Indrukwekkend is het geheel in mineur gehouden eerste deel van de roman, waarin beschreven wordt hoe de bedroefde Ed op het eiland aankomt (de eerste nachten slaapt hij buiten) en zich gaandeweg een plaats verwerft in het goedbeklante restaurant 'Zum Klausner'. Hier schittert Seiler met natuurschilderingen van stranden, duinen, vlier en riet. Ook het bonte restaurantpersoneel trekt de aandacht; de gepromoveerde socioloog Mirko, een filosoof-letterkundige met de bijnaam Rimbaud of de zwaarmoedige chef Krombach, die het later aan de stok krijgt met de autoriteiten. Allemaal 'dromers en luchtfietsers, mislukkelingen en paria's', luidt het ergens.

Maar je zou net zo goed van een sekte kunnen spreken, aangevoerd door de goeroe-achtige en overactieve Kruso, die iedere nieuweling onderwerpt aan een luguber inwijdingsritueel.

Lutz Seiler schrijft gevoelig en gedetaileerd, in een mooie en soms poëtische taal - door Herman Vinckers voortreffelijk vernederlandst. Het zware dagelijkse werk in het restaurant krijgt net zoveel aandacht als de recreatie: sportfeesten, voorleesavonden, seksuele avonturen (Ed krijgt zijn partners door Kruso toegespeeld) en eenzame zwerftochten over het nachtelijke eiland - waarbij Ed nu en dan een vos toespreekt.

Soms herhaalt Seiler te veel (het 'Indiaanse' uiterlijk van Kruso) en van sentimentaliteit kun je hem niet geheel vrijpleiten. Maar hij heeft een sfeervolle en ambitieuze roman geschreven waarin opvallend veel naar andere schrijvers verwezen wordt: Daniel Defoe's 'Robinson Crusoe', Stevenson, Nietzsche, Peter Huchel en vooral de Oostenrijkse ondergangsspecialist Georg Trakl, wiens droefgeestige verzen regelmatig worden gedeclameerd. Het opvallende ondergangs- of vervalsmotief, alom tegenwoordig in de vorm van keukenafval, kadavers en stank, refereert onmiskenbaar aan de ontbindingsverschijnselen binnen de DDR.

Gaandeweg dringt het via de radio op Hiddensee door dat er elders in de wereld ook nog iets gebeurt. Aan de Hongaars-Oostenrijkse grens verzamelen zich duizenden DDR-burgers, op de Duitse ambassades in Boedapest en Praag wemelt het van de vluchtelingen. We zijn dan in het najaar van 1989. Langzaam stroomt het eiland leeg, ook de personeelsleden van 'Zum Klausner' trekken naar het vasteland.

Uiteindelijk blijft Ed, na een ruzie met Kruso, geheel alleen over. De val van de Muur lijkt hij te hebben verzuimd, blijkens de slotregels: "Alle grenzen waren open. Al dagen."

Lutz Seiler: Kruso Vert. Herman Vinckers. Meridiaan; 365 blz. euro 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden