VRIJ MAAR NIET GELIJK

Ooit gold Zimbabwe voor Zuid-Afrikanen als het grote voorbeeld. Bij de onafhankelijkheid in 1980 stonden de 'Rhodies' hun politieke macht af aan de zwarte meerderheid. Daarna moest de samensmelting op gang komen. Anno 1996 leven blanken en zwarten er in vrede naast elkaar. Maar de onderlinge verschillen blijven groot en inmiddels steken anti-blanke sentimenten de kop weer op.

De jongen lijkt er niet om te malen; hij kijkt een andere richting op. Er is niets gebeurd. Het voorval is moeiteloos inwisselbaar voor andere en typerend voor de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen in Zimbabwe. Al zestien jaar is het Afrikaanse land onafhankelijk en bevrijd van de heerschappij van de Rhodies, de nazaten van de blanke, Engelse kolonisten. Toen in 1980 de marxistische georiënteerde guerrillaleider Robert Mugabe de politieke macht overnam, predikte hij tot opluchting van de achtergebleven blanken verzoening. Niemand zou “de zee ingedreven” worden - het jarenlange angstbeeld van de blanken. Men moest zich alleen schikken naar de nieuwe politieke toestand. Blanke boeren mochten voorlopig hun vruchtbare land behouden, bezitloze zwarten konden beginnen op de ruime, braakliggende stukken landbouwgrond. Er zouden meer banen komen, zwarten konden vrij onderwijs genieten en van gratis gezondheidszorg gebruikmaken. Het proces van verandering kreeg een bedding van raciale harmonie. Zo wilde de nieuwe regering het, en zo gebeurde het ook jaren achtereen. Zimbabwanen gingen eendrachtig aan de slag. Het land kende een van de sterkste economieën in zuidelijk Afrika. Dankzig een enorme maïsproductie kon het land zichzelf voeden, een zeldzaamheid op het continent. In de hele wereld, en zeker in het toen nog door blanken gedomineerde Zuid-Afrika, richtten alle ogen zich op het toonbeeld Zimbabwe. De vrijheidsoorlog had wel dertigduizend levens gekost, maar een uniek multiraciaal experiment stond nu dan toch op het punt om tot bloei te komen.

Zoveel jaren later krijgt het optimisme sleetse plekken. Niet dat iemand - blank of zwart - nog denkt aan een herhaling van de gruwelijke oorlog. Wel krijgen de klagers de overhand. Blanken kunnen, ondanks hun ommuurde en door zwart veiligheidspersoneel bewaakte villa's, hun heimelijke vrees voor zwarten soms maar moeilijk onderdrukken. Ze trekken zich terug in hun “splendid isolation.” En steeds minder zwarten brengen het op om geduldig te wachten op de financiële vooruitgang die de vrijheid hen zou brengen. Nu de economie een veer laat, kraakt meteen de fragiele multiraciale samenleving. De frustratie onder zwarten groeit. Blank en zwart zouden Zimbabwe samen opbouwen, zo hield de regering hen jaren achtereen voor. “We hebben de verzoening een warm hart toegedragen”, zegt Banny Mapondera, eigenaar en enig redacteur van The High Density Mirror, een jonge krant speciaal voor de townships. “Nu breekt het moment aan dat het tot ons doordringt: waarom hebben we die houding aangenomen? Wat heeft het ons zwarten opgeleverd? Zwarten zijn bereid te delen, blanken niet.”

De reactie is te plaatsen voor wie in Zimbabwe gewoon al om zich heen kijkt. De bepleite verzoening heeft blank en zwart nauwelijks tot elkaar gebracht. Het uiterlijk van de samenleving is weinig veranderd. In auto's zie je ofwel alleen blanken ofwel alleen zwarten. De meeste en duurste auto's behoren blanken toe. Zwarten lopen of laten zich in overvolle minibusjes vervoeren. Gemengde huwelijken zijn een zeldzaamheid.

In een winkel antwoordt een zwarte verkoopster met een onderdanig “Yes, mam”, als een blank, gebogen vrouwtje op gebiedende toon om inlichtingen vraagt. Op straat smeken dakloze kinderen klappertandend onder hun sleetse dekens: “Please, boss.” De uitgestoken handen zijn zwart.

In de voetbalstadions van de townships waagt geen blanke zich tussen de tienduizenden zwarte supporters. Op het malsgroene gras van de Royal Harare Golf Club loopt de zwarte caddy nog steeds achter de heren in hagelwit kostuum aan, ook al staat de club tegenwoordig officieel open voor iedereen. Maar wie kan het dure lidmaatschap betalen? Ook de bowlingclub is een zichzelf in stand houdend reservaatje voor verstijfde, beschaafd om elkaars prestaties applaudisserende grijsaards. Alleen de portier is zwart.

Elk weekeinde komen de bowlers nog samen in het hart van de Harare Gardens, een groot maar intiem park, waar zwarten 's zondags massaal aan het flaneren slaan. Voorbijgangers kunnen achter de hekken meewarig kijken naar het laatste restant van de Rhodies, de blanken op wie de verandering toch geen vat meer kan krijgen. “Dit heeft niets met racisme te maken”, zegt een jong zwart stel begripvol. “Dit zijn de aandoenlijke stuiptrekkingen van een stokoude en snel verdwijnende generatie. Laat ze toch.”

Sport en parken, zo vinden velen, zijn slechts uiterlijkheden. Hun echte gram komt voort uit de economische ongelijkheid. Honderden zwarten zijn doorgedrongen tot in de hoogste echelons van banken en bedrijven. Maar de beslissingsbevoegdheid ligt in veel gevallen nog bij blanken, die elkaar blijven opvolgen. Tot woede van regering en zwarte ondernemersverenigingen haalde de prestigieuze Standard Chartered Bank onlangs zelfs een Brit - uiteraard blank - naar Zimbabwe voor de hoogste post. De bank zag zich gedwongen om in een paginagrote advertentie zijn beleid uit te leggen.

Maar uit uitgelekte correspondentie van andere bedrijven blijkt dat het aantrekken van zwarten in de top niet de hoogste prioriteit geniet. Hebben een zwarte en een blanke dezelfde kwaliteiten, dan gaat de laatste toch voor, zo leert de praktijk. Ambitieuze en capabele Zimbabwanen voelen zich door blanken tegengewerkt. Blanke ondernemers zouden zich in eigen syndicaten verschansen. “De oorlog is nog niet voorbij”, meent Enoch Kamuchinda, secretaris-generaal van het Inheemse Centrum voor Bedrijfsontwikkeling. “Hoe lang nog moeten we krakers zijn in onze eigen achtertuin? We moeten nu de handen ineen slaan om de blanke heerschappij te bestrijden. De blanken in dit land zijn niet werkloos, ze hebben geen dakloze straatkinderen en schuldeisers zetten hen niet uit hun huizen.”

Het wapen waarmee de zwarte ondernemers de strijd aanbinden, heet indigenisation, ofwel 'afrikanisering'. Geen krant, toespraak of discussie en het slagwoord valt wel een keer. Het is een eufemisme voor: vervang blank door zwart. Negentig procent van de economie is nog in blanke handen, zeggen de zichzelf 'inheems' noemende ondernemers. Het percentage is omstreden. Uit blanke hoek komt een cijfer van dertig procent. Toch geven ook blanke economen toe dat zwart ondernemerschap moet worden aangemoedigd. Het moet hen gemakkelijker worden gemaakt met betere opleiding, eenvoudiger toegang tot de markt en veel lagere rente op kredieten.

Een groep van ongeduldige zwarte ondernemers, behorend tot de Affirmative Action Group, uitte onlangs radicale taal. Ze eisten in een brief aan 75 ondernemingen een meerderheidsaandeel voor zwarten. De groep dreigde bij uitblijven van voortgang met boycots van consumenten. Gebruik van geweld viel niet uit te sluiten. Demonstraties in het centrum van Harare begeleidden de oproep van de zwarte aspirant-ondernemers. Ze krijgen steun van andere zwarte pressiegroepen. De krant The Sunday Mail plaatste een grote advertentie. Onder de kop “A nation in waiting” keren neo-marxistische activisten zich daarin namens de “lijdende massa's van Zimbabwe” tegen het blanke volksdeel. “Het verhaal van de zwarten in Zimbabwe is vandaag de dag werkelijk triest. Ze werden beroofd van hun rijkdom en macht door de kolonisten, die zich tussen 1820 en 1830 in dit deel van Afrika vestigden. Ze werden gereduceerd tot een klasse van ploeteraars in de steden en de mijnen en tot een massa op het platteland, die in armoede is gevangen.” Zwarten, zo betogen de schrijvers, zijn tot op heden volledig weggehouden van de nationale rijkdommen, van de grond, de mineralen en de industrieën “In een land als Zimbabwe, waar elf miljoen landloze zwarten wonen, is de veroverde onafhankelijkheid daarom verworden tot een wrede grap van de geschiedenis.” De taal mag ronkend zijn en de cijfers voor eigen gebruik ruim geïnterpreteerd, het maakt de bewering niet geheel onwaar. Zestien jaar na de onafhankelijkheid is 11 van de 33 miljoen hectare landbouwgrond nog steeds in handen van een elite van vierduizend blanke boeren. Een handvol zwarten, zo'n honderd in totaal, heeft zich naast hen op het “commerciële land” kunnen vestigen. Zo'n 1,3 miljoen zwarten wachten nog altijd op toewijzing van een stukje grond. De blanke boerengemeenschap, zo luidt de conclusie, is heer en meester over drie kwart van de rijkste landbouwgebieden. Zwarten behelpen zich op de schrale aarde van 'hervestigingsgebieden' en 'communale gronden', de vroegere door blanken ingerichte reservaten. Ze hebben wel de vrijheid, niet het land. De 'landkwestie', de verdeling van de grond, is in Zimbabwe nog lang niet opgelost. Even buiten de hoofdstad Harare sproeien honderden meters lange irrigatiepijpen kostbaar water over de volrode, golvende aarde. Het onmetelijke land hoort toe aan blanke boeren. Ze voeden de hele hoofdstad. Decennia lang bewerken ze er al het land, hún land.

Zo'n boer is ook Stewart Pattison. Met zijn gespierde bouw, korte broek en brede flaphoed is hij het prototype van de blanke boer. Het ontbreekt hem aan niets. Zijn 1 400 hectare grote land bereist hij met een airconditioned terreinwagen of, als hij haast heeft, met zijn één-persoonsvliegtuigje, gestald naast zijn luxueuze, door zwarte tuinmannen en bedienden onderhouden villa. Zo'n 170 zwarten bewerken zijn land en verwerken de maïs, tabak en lysimachia, bloemen voor de export naar Nederland. Een blanke manager geeft leiding aan het bedrijf. “Hem vertrouw ik volledig”, zegt Pattison, met de potige handen in zijn zij. “Een zwarte blijft onvoorspelbaar.” Hij wijst op de goed onderhouden huisjes met rieten daken, waar de gezinnen van zijn werknemers wonen. De nederzetting staat op zijn land. Stewart Pattison heeft het dorpje zelf gebouwd. Zelfs de stenen heeft hij gebakken. Een kinderjuf leidt de crèche, waar de kinderen overdag verblijven als de mannen en vrouwen aan het werk zijn. Binnenkort kunnen ze er ook naar de kerk. Naast een schuur waar tabaksbladeren worden gedroogd, rijden werknemers met kruiwagens stenen naar de plaats waar de voorman iedere zondag de dienst zal leiden. Pattison wist niet dat zijn arbeiders gelovig waren. “Iets christelijks”, weet hij nu. De herenboer zegt alleen het beste te willen voor zijn mensen. Met waterleidingen, sanitaire voorzieningen en eigen moestuintjes vormen de woonhuisjes een modeldorpje. Maar hoe hij zich ook voor zijn personeel inzet, hij begrijpt ze niet. Waarom verstoppen ze de toiletten met afval? Ondankbaarheid is vaak wat hij terugkrijgt voor ziin sociale gevoel. Hij schonk eens een sinaasappelboom aan een gewaardeerde medewerker. Bij vertrek naar een andere boer hakte de man de boom om, zonder iets te zeggen. “Ik werk mijn hele leven al met ze, je denkt toenadering tot ze te krijgen en dan doen ze dit”, zucht Pattison. “Je doorgrondt ze nooit helemaal.”

De scheiding tussen de haves en have-nots ligt niet strak langs de lijn blank en zwart. De ruim honderdduizend blanken hebben gezelschap gekregen van een toplaag van zwarte ondernemers. In het centrum van Harare ziet men opvallend meer zwarten in glimmende BMW's die via de mobiele telefoon hun lucratieve zaken regelen. Samen met de blanken vormen ze een kleine minderheid binnen de elf miljoen Zimbabwanen. Een economische hoger en middenkader verwijdert zich van het enorme leger van armen. De verworven rijkdommen krijgen wel een aparte status toebedeeld. De arme zwarten van Highfield gunnen een zwarte eerder zijn magnetron en satellietschotel dan een blanke. De eerste heeft het in hun ogen op eigen kracht gemaakt. De aangeboden vrijheid die de onafhankelijkheid schonk, is ten volle benut. De blanke is de weelde in de schoot geworpen en is niet bereid om te delen, menen veel zwarten.

Stadsdelen als Highfield waren in vroeger dagen al broedplaatsen van politiek activisme. Dat kan zich keren tegen zowel de blanken als tegen de regering. De grote werkloosheid en de daaruit voortvloeiende alcoholverslaving en ontwrichting van gezinnen hebben een langdurige apathie geschapen, die echter gemakkelijk kan omslaan. De inmiddels 72-jarige president Mugabe heeft in zijn machtsperiode grote politieke behendigheid getoond. Aan blank en zwart kwam hij telkens tegemoet, opdat het dunne raamwerk van raciale verhoudingen ongeschonden bleef. In verkiezingscampagnes, begin dit jaar, nam hij het op voor zijn zwarte electoraat. De blanke gemeenschap moest het dit keer ontgelden. “Het is duidelijk dat we niet kunnen voortgaan met het ontwikkelen van een economie die grotendeels eigendom is van buitenlanders en waarin voor inheemse Zimbabwanen heel weinig is toebedeeld.” Tot ergernis van blanke boeren onteigende hij daarop eenzijdig grote stukken land en gaf het aan zwarten. Eerder door blanken aangeboden land weigerde hij. Een besluit voor eigen politiek gebruik, zo vinden de getergde boeren. Ze dachten eindelijk met rust te worden gelaten, maar nu vrezen ze weer het doelwit te worden van hetzerige, wraakzuchtige zwarten. Die onzekerheid verdwijnt nooit, ook al weten ze zich in krantenartikelen gesteund door gematigde zwarten (“Op blanken beuken is zelfvernietiging”). Stewart Pattison geeft het toe: “Wij blanken leven nog altijd met die verborgen angst. Dat ze zich op een dag tegen je keren. Er hoeft maar iets te gebeuren, dat weet je, en de vlam slaat in de pan. Iedere dag vrezen we het nieuws te horen, dat president Mugabe door een blanke is vermoord. Dan ben ik hier op mijn eigen boerderij mijn leven niet zeker.”

De Zimbabwanen zijn tot elkaar veroordeeld en wensen er het beste van te maken. Het vermogen tot het leveren van zelfkritiek is opvallend, ook bij boeren die grootgebracht zijn met racisme. Stewart Pattison zegt door de openheid en nieuwe contacten een andere kijk op zijn land en zichzelf te hebben gekregen: “Toen het nog Rhodesië was, dachten we: we zijn superieur. Echt, dat voelden we zo. We kenden de wereld nauwelijks, we dachten dat alles om ons draaide. Nu weten we wel beter. Het land hoort ons allen toe.” Inmiddels is een nieuwe generatie van zelfbewuste zwarte Zimbabwanen opgestaan. Ze ontlenen hun werklust niet aan de prestaties die blanken leveren, maar aan hun eigen kunde. Na een diplomatieke dienst die hem tot plaatsvervangend ambassadeur in Moskou bracht, heeft Godfrey Chanetsa zich bewust gevestigd op weerbarstig communaal land. Zijn buren zijn de allerarmsten. Naast zijn baan als public relation-manager voor Coca Cola voert hij er een bestaan als varkensfokker. Hij wil een 'rolmodel' zijn voor de mensen uit de streek. Hij wil bewijzen dat een zwarte met doorzettingsvermogen en geloof in eigen kunnen zich staande kan houden op afgeschreven land. Toen hij zijn voornemen aan zijn vrienden vertelde, versleten die hem voor gek. Maar inmiddels bouwt Godfrey zijn eigen abattoir en komen per dag tientallen mensen bij hem vragen om werk. Hij speelt met een flesje cola als hij in een paar zinnen het credo van Zimbabwes jongste generatie weergeeft: “Sinds de onafhankelijkheid wandelen we in de te grote schoenen van de blanken. We geven de blanken van alles de schuld. Maar kunnen zij het helpen dat ze sneller lopen dan wij? Zij ontwikkelen zich, wij niet. Het komt omdat we zelf niets creëren.” Hij stopt even, neemt een slok cola. Het droge land maakt stoffig. “Het eerste wat we na de onafhankelijkheid deden, was het veranderen van de namen van straten en steden. Rhodesische namen kregen Shona namen. Salisbury werd Harare, Umtali werd Mutare. Het was cosmetisch. Het was het enige wat we deden. Het wordt tijd dat we de straten en steden zelf gaan bouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden