Vrij in een hal of gebonden in pluche

Je kijkt even een andere kant op, en prompt wordt er vanuit onverwachte hoek een nieuwe impuls gegeven aan de discussie over het eigen theater waaraan Toneelgroep Amsterdam zo'n behoefte heeft.

Kort geleden druppelde het nieuws naar buiten dat Hanneke Rudelsheim (directeur van de Theatercombinatie BellevueNieuwe de la Mar) de gemeente Amsterdam het plan heeft voorgelegd om theater Bellevue en het bioscoopcomplex BellevueCinerama/Calypso, beide vlak bij het Leidseplein gelegen, samen te voegen tot een nieuw theater. De ruggelings aan elkaar grenzende panden zouden ooit een groot gebouw gevormd hebben. Rudelsheim wil deze situatie herstellen en die ruimte aan Toneelgroep Amsterdam geven, die nu gehuisvest is in de Stadsschouwburg. Dat is attent van haar, want bij monde van artistiek leider Gerardjan Rijnders klaagt het gezelschap er al tijden over dat het geen eigen baas is in de schouwburg.

Ter herinnering: de groep houdt er kantoor en brengt er als vaste bespeler een deel van zijn voorstellingen uit. Maar schouwburgdirecteur Cox Habbema is de baas, en vanaf het begin van hun gedwongen samenwoning heeft zij niet verbloemd dat zij Rijnders' artistieke opvattingen niet deelt. Dat staat haar vrij (omgekeerd geldt voor hem hetzelfde), maar lekker inspirerend samenwerken zit er dan niet in.

Daar komt bij, dat Rijnders de mogelijkheden van de met een traditioneel lijsttoneel toegeruste zaal te beperkt vindt. Hij wil, als een voorstelling dat vereist, de vrijheid hebben om een paar rijen stoelen weg te halen of het publiek rondom het speelvlak neer te zetten. In dat tot monument verklaarde pand aan het Leidseplein kan hij zulke ingrepen wel vergeten.

Bovendien moeten regisseur en spelers voor repetities hun heil vaak elders zoeken en kunnen ze, vanwege andere, door Habbema binnegehaalde voorstellingen, slechts luttele dagen voor de premiere in de zaal in het decor repeteren. De wens om een eigen huis te hebben, waar ze rustig aan een voorstelling kunnen werken en de leiding kan bepalen of een produktie langer op het repertoire blijft staan danwel voortijdig wordt afgevoerd, die wens valt dus alleszins te begrijpen. Enige tijd terug al meldde deze krant, dat Habbema daar een geheel eigen interpretatie aan gaf: als Rijnders zijn draai niet kon vinden in haar zaal, gunde zij hem van harte een schuur in Winterswijk. Tsja.

Aan de ander kant, beter een schuur of kale hal die theatermakers naar hun hand kunnen zetten dan een pluche-en-franje schouwburg die hen aan banden legt. Het RO Theater in Rotterdam bij voorbeeld heeft zo'n vier jaar lang noodgedwongen in de voormalige watertoren aan de Maas gebivakkeerd, in afwachting van de voltooiing van de schouwburg die nu tegenover de Doelen staat. Om die afgelegen, Hal 4 geheten locatie te bereiken moest je je eerst door een desolate woonwijk in aanbouw heen banen en vervolgens zorgen dat je in het donker niet in de met water gevulde bassins viel. Al dat ongerief ten spijt, was het duidelijk dat die van elke opsmuk gespeende ruimte de groep veel voordelen bood. Het artistiek leidersduo Jos Thie en Antoine Uitdehaag greep dan ook de kans om daar groot gemonteerde voorstellingen te ensceneren, waarbij het publiek van de ene plek naar de andere verhuisde. Gewoon een toeschouwerstribune tegenover een podium kwam ook voor, al wist je vantevoren nooit op welke manier die tribune in de ruimte neergezet zou zijn.

Gelukkig voor Thie en Uitdehaag bezat ook de grote zaal van de nieuwe schouwburg voldoende plooibaarheid om daar, indien gewenst, flink uit te pakken. Van die mogelijkheid maakten ze optimaal gebruik in hun afscheidsvoorstelling 'Straat'; het opmerkelijkst was wel dat driekwart van de stoelen was weggehaald om plaats te bieden aan een realistisch nagebouwd straatdecor. Vergelijken we dat met de speelruimte in de Amsterdamse schouwburg, dan is het voor Rijnders en de zijnen inderdaad maar behelpen.

Toch stelt ook de Rotterdamse schouwburg grenzen aan het RO, want net als Habbema kan directeur Carel Alons zelf voorstellingen van elders binnenhalen. Maar anders dan in Amsterdam heeft dat tot dusver niet tot openlijke wrijvingen met het huisgezelschap geleid.

Onmin zal dan ook niet de reden zijn dat het RO met 'Gouda's Glorie' (geschreven en geregisseerd door Leopeold Witte en Johan Timmers) weer in Hal 4 is neergestreken. De beslissing om deze locatie voor langere tijd te huren lijkt vooral gedicteerd door het feit dat het gaat om een theaterfeuilleton in drie afleveringen, uitgesmeerd over een speelperiode van drie maanden. Een

gelijke opzet vraagt om continuiteit; prettig dus, als het werken aan en spelen van de voorstelling niet doorkruist wordt door de programmering van een schouwburgdirecteur. De door een stichting beheerde Hal 4 kent een dergelijke functionaris niet. Dat kwam mooi uit, want vorige week lichtte artistiek leider Peter de Baan de critici persoonlijk in dat deel 1 van het feuilleton - waarin Witte en Timmers het imago van het gezin als hoeksteen van de samenleving trachten los te wrikken - nog onvoldoende scherpte had. Geen officiele premiere dus en liever geen recensies, al is iedereen welkom te komen kijken naar het voortgaande werkproces. Han Romer is bereid gevonden 'er voor te zitten' (maar kan zich pas begin april vrij maken), het schrijversduo zal zich niet meer met de regie inlaten.

Wat een bof dat de groep de hele speelperiode over Hal 4 kan beschikken, zodat zij zonder onderbrekingen aan deze eerste aflevering kan doorknutselen en ter plekke kan repeteren aan het vervolg. Zo'n situatie zou je elk gezelschap toewensen. Monter meldt De Baan dat die situatie voor sommige (kleine) projecten vanaf september permanent wordt: dan zal het RO beschikken over een eigen 'atelier', waar de mogelijkheden van een stuk met vallen en opstaan ongestoord kunnen worden onderzocht.

Het plan van Hanneke Rudelsheim biedt Toneelgroep Amsterdam een vergelijkbare vrijheid. Bovendien zijn Habbema en Rijnders dan van elkaar af, en het gezelschap blijft bij het Leidseplein, in plaats van eventueel te moeten verkassen naar een minder aantrekkelijke locatie buiten het stadscentrum. Voor Rudelsheim zelf is het mooi meegenomen dat zij daardoor dicht bij het vuur komt te zitten. Maar iemand die met een aardig plan probeert de Stadsschouwburgimpasse te doorbreken, die mag van mij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden