VRIENDSCHAP

Een béétje politiek correcte school doet er alles voor om racisme buiten de deur te houden. Toch strooien leerlingen heel gemakkelijk met uitspraken als: buitenlanders moeten in hun eigen land blijven. Behalve als het gaat om hun eigen Turkse vriendje of Marokkaanse vriendinnetje. Daarvoor maken ze een uitzondering op die regel. Zo gaat dat ook tussen Samanta (16) en Mahasin (15), twee leerlingen van het Linnaeus College in Haarlem. Ze zitten allebei in mavo 3. Samanta, uit Volendam, vindt dat er in Nederland genoeg buitenlanders zijn. Mahasin (15) uit Marokko zegt dat Nederlanders de Marokkanen hebben leren stelen. Verder uiteenlopende achtergronden kun je niet bedenken. En toch kunnen ze elkaar niet missen. Portret van een vriendschap.

Bij V & D staat een groep jongens en meisjes. Samanta wijst: “Zie je die goser op die scooter? Die is heel verlegen. Dat is een Turk. Een Turk met blauwe ogen.” De Turk met blauwe ogen kijkt Samanta schuchter aan. Hij mompelt: “Ik ga er vandoor.” Hij schiet weg in het verkeer.

Ze wonen beiden in Haarlem, zitten in de derde van de mavo en voetballen bij dezelfde club. Dat is ook zo ongeveer alles wat ze gemeen hebben: Mahasin, Marokkaanse, en Samanta, een gabberinnetje geboren te Volendam. Mahasin valt op Marokkaanse jongens en vindt Nederlandse jongens griezels. Samanta valt op Nederlandse jongens en vindt Marokkaanse jongens griezels. Mahasin drinkt geen alcohol. Samanta lust graag een biertje. Mahasin vindt dat buitenlanders het recht hebben om in Nederland te wonen, Samanta vindt dat iedereen in z'n eigen land moet blijven.

Mahasin is moslim. Samanta is rooms-katholiek.

En verder? Mahasin zegt: “Met Samanta kun je lachen.” Samanta zegt: “Mahasin, die lult je de oren van het hoofd.”

Het allergelukkigst is Mahasin als ze op vakantie is aan de Marokkaanse kust. “Ik ben daar het beroemdste meisje. Overal hoor je: 'Mahasin, Mahasin'. Daar is m'n eigen cultuur, m'n eigen familie. Ik zal je zeggen: als ik daar loop weten ze meteen dat ik uit Nederland kom. Nee, ik zou daar niet willen wonen. Het is leuk voor vijf weken. Maar wonen? Ik heb hier al m'n vrienden.”

Diepongelukkig was ze toen ze vorig jaar in het ziekenhuis lag voor haar amandelen. Mahasin: “Ik kreeg een naald in m'n arm, ik hoorde de zuster nog 'welterusten' zeggen en binnen vier seconden was ik weg. Toen ik wakker werd wist ik niet waar ik was.

Toen zag ik m'n moeder zitten. Ik dacht: Oh my God, ze zijn geknipt.''

Samanta is pas echt blij als het vrijdagmiddag is en het weekend begint: lekker uitgaan in Haarlem, Noordwijk of Zaandam. “Ik ga niet vaak naar gabberparties, liever naar een gewone discotheek. Ik ben maar een halve gabber. Op parties wordt troep gebruikt. Alleen zo kun je de hele nacht door blijven gaan.”

Bier heeft ze leren drinken van haar gabbervriend Martin. “Eerst stond ik na vijf biertjes al op m'n kop, nu voel ik pas iets na tien biertjes.”

Het stoere gabbertje wordt weer even klein meisje als ze vertelt over een van de ongelukkigste momenten in haar leven, toen haar opa uit

Volendam doodging. “Hij was m'n lievelingsopa.” Ze haalt haar schouders op. “Dus. Hij nam mij en m'n broertje overal mee naar toe, naar de Efteling. . .”

Maandagmiddag op de Grote Markt in Haarlem. Samanta heeft haar fiets mee naar binnen genomen bij McDonald's. De fiets heeft geen slot - ze heeft hem gejat. “Je moet er gewoon heel hard mee rennen”, weet Samanta, “dan gaat het slot vanzelf open.”

“Ga jij aan die man 's effe een roos vragen voor mij”, vraagt Mahasin aan Samanta. Die staat meteen op en loopt naar de opbrekende marktkoopmannen.

Ze komt terug met een rode roos. “Bedankt”, zegt Mahasin.

“Wij hebben overal schijt aan. Soms staan mensen op school daar verbaasd van. Als bijvoorbeeld een meisje een jongen leuk vindt, ga ik naar hem toe en zeg: 'ze vindt je leuk'.”

Samanta wordt onrustig, ze kijkt op haar horloge en zegt: “Ik ga effe m'n moeder bellen dat ik niet thuiskom voor het eten. Wij eten altijd om zes uur.”

Giechelend komen de twee terug. Mahasin: “We hebben ook even de sekslijn gebeld. Samanta zei: 'Ik ben Manuela uit Haarlem' en toen hingen ze op.”

Ze hebben lol met zijn tweeën. En dat vindt Mahasin zo leuk aan Samanta. “Ze is grappig. Je moet haar zien rennen op het voetbalveld met haar handen in de mouwen, zomaar voor de leut.”

En verder praten ze veel samen. Natuurlijk ook over jongens. Over het vriendje van Samanta met wie het dan weer aan en dan weer uit is. Mahasin: “Dan troost ik haar als hij haar niet meer wil zien.” En over de jongens op wie Mahasin een oogje heeft. Mahasin: “Ik val op het innerlijk. Eh, eerst op het uiterlijk. Maar als ik met hem uitga en het innerlijk is niks: weg ermee. Ik hou van een jongen die gevoelig is. Niet zo eentje die denkt: 'haar heb ik gepakt, nou de volgende'.”

Samanta: “Ik ga eerst met een jongen praten. Het uiterlijk vind ik niet zo belangrijk. Soms kijk ik wel als ik een knappe goser zie, maar dan draai ik m'n kop al weer om en kijk ergens anders naar. Ik heb altijd snel contact met mensen. Dat gaat vanzelf. Ik hoef maar ergens te gaan zitten en ze komen op me af.”

Van onderlinge culturele verschillen merken ze niet veel. “Ik heb nog nooit iets gemerkt”, zegt Mahasin, “misschien zij?” Samanta: “Van haar niks. Ik heb wel meer vriendinnen die alleen cola drinken.”

Wordt Mahasin weleens gediscrimineerd? Ze fronst: “Nee, ze weten wat er dan gebeurt. Dan word ik echt boos.” Samanta wel. “Omdat ik uit Volendam kom en gabber ben. Ze noemen me viswijf of kaaskop. Laatst nog een paar skaters. Die zeiden: hé vieze stinkgabber. Ik zei: Heb je wel eens naar jezelf gekeken?”

Samanta vindt dat er meer dan genoeg buitenlanders zijn in Nederland. “Je ziet meer buitenlanders dan Nederlanders.” Mahasin: “Dat is gelul. Hoeveel buitenlanders heb jij hier vanmiddag langs zien lopen? Een of twee Marokkanen of Turken. Kijk dan. Hier Nederlander, daar Nederlander, Nederlander, Nederlander.” Samanta: “Het valt me op dat je nooit ouders van buitenlanders op straat ziet, alleen in de supermarkt.” Mahasin: “Mijn moeder loopt wel gewoon op straat hoor. . . visser die je bent!” Samanta, woont samen met ouders en broertje in een Van der Valkhotel, omdat haar vader daar werkt.

“Soms zijn er bij ons Turkse of Marokkaanse bruiloften. Dan hoor je die muziek, hai-a-hai-aaa.”

Voordat ze naar Haarlem verhuisden had Samanta nog nooit een buitenlander gezien. “Bij ons in Volendam woonde er geen één. Ik had nog nooit een neger gezien. Ik schrok me dood toen ik op school kwam. Een hele klas met Turken en maar vijf Nederlanders. Ik dacht ik zit in Turkije.” En dan zegt ze heel hard, steels kijkend naar de Surinaamse jongen die iets verderop zit: “Of in Suriname.” Mahasin: “Nu ben je aan het uitlokken hoor.” Samanta: “Is hij melk of puur?”

Mahasin zegt pesterig: “Er komen er nog veel meer naar Nederland.” En dan serieus: “Maar de Nederlanders wilden zelf dat wij kwamen om te werken. Dan moeten jullie ook niet klagen. Dat slaat nergens op. Het zijn de Nederlanders die Marokkanen hebben leren stelen, daarvoor deden ze dat nooit. Nu hebben de jongeren dat weer van hun ouders geërfd. Dat heeft m'n vader tenminste zo aan me verteld.” Mahasin gaat op zaterdag- en zondagochtend naar Marokkaanse les. Daar wordt ook de islam behandeld. Mahasin: “Ik doe dat om mijn eigen cultuur te leren kennen. Ik vast ook tijdens de ramadan en ik bid vijf keer per dag.”

Samanta is, zoals het een echte Volendamse betaamt, rooms-katholiek. Net als haar ouders gaat ze niet meer naar de kerk. “Ik heb wel de Heilige Communie gedaan. Mocht ik eindelijk een trouwjurk aan. En met kerst gaan we naar de kerk. Dat vind ik mooi met zo'n grote kerststal. Ik ga alleen niet graag naar voren voor zo'n vies broodje.”

Op zondag komen Mahasin en Samanta pas echt tot bloei: op het voetbalveld. Samanta als clown - “ik vertel moppen aan de tegenstanders, dan roept m'n keeper 'niet lullen, voetballen' ”-, Mahasin als degene die veel doelpunten scoort. Ze noemen het beiden hun grootste hobby. Waarom? Mahasin: “Alles vind ik er leuk aan. Scoren, tegen de bal aanschieten.” Samanta: “Je schopt je agressie eruit tegen die bal. Als ik ruzie heb met iemand kan ik ineens heel ver schieten.”

Ze weten allebei al wat ze later willen worden. Mahasin wil 'politie' worden, “Waarom? Het zal de spanning wel zijn.” Samanta wordt schoonheidsspecialiste. “Ik vind het leuk om aan mensen te kunnen frutten. Niet aan het haar hoor, dat vind ik vies. En ook niet aan voeten, want dan word ik helemaal gek.”

Mahasin pakt de McDonald's placemat en begint te schrijven: I want someone. Dan schrijft ze haar naam in het Arabisch. “Schrijf mijn naam eens”, vraagt Samanta. Ademloos kijkt ze toe hoe de hand van Mahasin sierlijk tekent. “Laat mij eens proberen.” Samanta kopieert het schrift heel nauwkeurig. Dan tekent ze haar Arabische naam met de vulpen op haar hand.

Zijn de twee vriendinnen voor het leven? Mahasin: “Ja.” Samanta: “Zal wel, ik weet niet wat het inhoudt. Dat we altijd met elkaar om blijven gaan? Ja.” Quasi-onverschillig:“Die? Dat kind ken ik niet missen. Al zou ik haar niet tegen willen komen, ze komt toch overal weer aankakken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden