Vriendjespolitiek in Engeland

Wie morgen de verkiezingen ook wint, één ding zal hetzelfde blijven: Groot-Brittannië wordt gerund door een kliek die elkaar kent van de elite-universiteiten en die invloed heeft op politiek, media en zelfs cultuur. Maar verandering is op komst: niet alleen afkomst maar ook intelligentie telt nu.

Toen de Britse minister van binnenlandse zaken, David Blunkett, afgelopen december ontslag moest nemen vanwege een visumschandaal, vond er binnen de regering-Blair een kleine stoelendans plaats. De personeelswisselingen hadden één ding met elkaar gemeen: de hoofdrolspelers hadden allen een opleiding genoten aan Cambridge of Oxford, de twee elite-universiteiten van het land.

Om te beginnen was daar natuurlijk Labour-premier Tony Blair, de man aan de knoppen, die in Oxford studeerde. Hij verving Blunkett binnen één dag door Charles Clarke, een oud-student uit Cambridge. Die zag zijn plaats als minister van onderwijs ingenomen door het jonge talent Ruth Kelly (Oxford). En om het plaatje compleet te maken, werd Kelly's medeverantwoordelijkheid voor het verkiezingsprogramma van Labour weer in de handen gelegd van iemand uit Oxford, David Miliband.

Twee maanden eerder werd de Booker Prize uitgereikt, de belangrijkste literaire prijs van het land. Hier, op een heel ander terrein, hetzelfde beeld: de complete jury bestond uit vertegenwoordigers van wat in Groot-Brittannië kortweg 'Oxbridge' (samenvoeging van Oxford en Cambridge) wordt genoemd. Als voorzitter trad Chris Smith op, voormalig onderminister voor cultuur voor Labour en afgestudeerd aan de universiteit van Cambridge. En de prijs van 70000 euro ging na uitgebreide beraadslagingen naar het boek 'The Line of Beauty' van Alan Holinghurst, de enige van de genomineerden die Oxford op zijn cv had staan.

Het is onmogelijk te bewijzen dat er in ook maar één van deze voorbeelden sprake was van vriendjespolitiek. Daarvoor zou je de hele stapel boeken moeten hebben gelezen die de Booker-jury kreeg voorgelegd en een compleet beeld moeten hebben van het aanbod aan talent binnen de Labourpartij. Maar het is in ieder geval duidelijk dat een opleiding aan Oxbridge en de dure kostscholen die jongeren al eeuwenlang op deze universiteiten voorbereiden, anno 2005 nog altijd een enorme voorsprong geeft als je ver wilt komen.

Vooral een achtergrond in Oxford is een nauwelijks te onderschatten hefboom. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er slechts drie minister-presidenten geweest die hun studententijd daar niet hebben doorgebracht: Winston Churchill, James Callaghan en John Major. Zelfs Margaret Thatcher, de winkeliersdochter uit Lincolnshire die in een ware klassenstrijd de 'aristocratische kliek' binnen haar Conservatieve partij aan de kant zette, bekleedde in Oxford haar eerste bestuursfuncties. Zij studeerde daar scheikunde.

Het gerenommeerde tijdschrift The Economist deed, net zoals in 1952 en 1972, in 2002 onderzoek naar de invloed van Oxbridge in hoge functies. Conclusie: het aantal mensen in honderd absolute topfuncties (van de koningin, via de voorzitter van de Londense beurs tot de Britse EU-commissaris) met een verleden aan een kostschool of in Oxbridge de afgelopen twintig jaar, is gedaald. Waar in 1972 nog 66 procent naar een dure school was gegaan en 54 procent naar een 'elite-universiteit', waren die getallen in 2002 teruggelopen tot 'slechts' 45 respectievelijk 35 procent. Maar het blad gaf er een van de belangrijkste verklaringen meteen bij: met name in het bedrijfsleven worden de topmensen tegenwoordig vaak uit het buitenland gehaald. Onder het contingent Britten was er minder veranderd.

Overigens is de betekenis van het woord ,elite, inmiddels een andere dan pakweg veertig jaar geleden. Dat vindt althans journalist en historicus Geoffrey Wheatcroft, die in een recent verschenen en veelgeprezen boek over de teloorgang van de Conservatieve partij uitgebreid aandacht besteedt aan de zogenaamde Tory toffs (de Tory chic) en aan de kliekvorming binnen de 'regerende klassen'.

,,Groot-Brittannië heeft nog altijd de naam een enorme klassenmaatschappij te zijn'', vertelt Wheatcroft (zelf oud-Oxford) in zijn ruime huis net buiten Bath. ,,Maar in de praktijk zijn wij meer gelijkgeschakeld dan wij ooit waren. In veel vooraanstaande functies wordt het tegenwoordig zelfs als een voordeel gezien als er bijvoorbeeld een sterk regionaal accent doorklinkt in je stem. Luister maar naar Charles Kennedy, de leider van de Liberaal-Democraten, met zijn Schotse tongval.''

,,Het is waar dat Oxbridge tot op de dag van vandaag een onevenredig grote vinger in de pap heeft in de politiek, de media, ga zo maar door. Maar ook daar is iets veranderd: de vroegere elite, die was gebaseerd op afkomst, heeft plaatsgemaakt voor een elite op basis van intelligentie. Je hoort er representanten van de oude adel geregeld over klagen: in vroeger tijden zouden hun kinderen automatisch worden toegelaten tot Cambridge of Oxford. Tegenwoordig moeten zij echt heel goede cijfers halen om een kans te maken.''

Officieel is iedereen tegenwoordig dus welkom op Oxbridge, mits slim genoeg. De top van het Verenigd Koninkrijk wordt daarmee op papier uit alle lagen van de bevolking gerekruteerd. Maar in de praktijk moeten Oxford en Cambridge hun uiterst best doen om studenten van buiten de kostscholen en de gegoede middenklasse te vinden. Tieners die daar buiten vallen, hebben nog altijd het gevoel dat die universiteiten 'eigenlijk niet voor ons soort mensen zijn', zoals de huidige Conservatieve leider Michael Howard al van zijn onderwijzer in Wales te horen kreeg. (Howard trok er zich overigens weinig van aan en werd toegelaten tot Cambridge).

En voor veel van de mensen van eenvoudiger komaf die wél door het 'glazen plafond' weten te breken, blijft hun afkomst vaak een uiterst gevoelig onderwerp. Zij hebben het gevoel dat zij door 'de snobs' die nog altijd de dienst uitmaken, al niet meer echt serieus worden genomen zodra zij hun mond opendoen.

Dat bleek onlangs nog eens overduidelijk toen minister van volksgezondheid John Reid in het BBC-programma 'Newsnight' werd geïnterviewd door sterpresentator Jeremy Paxman (Cambridge). Nadat Paxman hem had aangeduid als 'de vechthond van Labour', ontstak Reid (afkomstig uit Glasgow) in grote woede. ,,Als je een kakkineus accent hebt van een school als die van u, dan word je kennelijk als niet van de straat beschouwd'', beet hij de interviewer toe.

Een 'gewone' verslaggever van de krant The Guardian -nota bene het lijfblad van progressief Groot-Brittannië- vertelt dat nieuwe collega's vooral naar één ding wordt gevraagd: ,,Naar welke school ben jij geweest?'' En zelfs binnen de Oxbridge-kliek bestaat een duidelijke pikorde. Hoe hoog je op die ranglijst staat, hangt af van welk middeleeuws college je op de universiteit deel uitmaakte. Wie door wist te dringen tot Balliol of New College in Oxford wordt bijvoorbeeld hoger aangeslagen dan iemand die St Peter's of Lincoln achter zijn naam heeft staan.

,,De Engelsen houden nu eenmaal van hiërarchie'', grinnikt schrijver Wheatcroft. ,,Meer misschien nog wel dan van klassen. Dat studeren in colleges verklaart overigens veel van de kliekvorming die je in latere carrières overeind ziet blijven. Mensen leren daar al op jonge leeftijd dat als je in kleine netwerken opereert van mensen waar je 'iets aan hebt', je dan een stuk verder komt in het leven. Daar komen ook de dure herenclubs vandaan waar de beter kringen in Londen elkaar ontmoeten.''

Om terug te keren naar het voorbeeld van de huidige regeringsploeg: minister Ruth Kelly (36) 'netwerkte' al met onderminister David Miliband in hun Oxford-jaren. Sterker, zij hadden daar een verhouding. Samen vormen zij de kern van een groep jonge Labour-talenten, uiteraard allen Oxbridge, waaruit volgens politieke volgers toekomstige partijleiders te voorschijn zullen komen.

En als de Conservatieven de macht op 5 mei, de dag van de Britse verkiezingen, weer overnemen? Dan gebeurt waarschijnlijk precies hetzelfde. Want ook de aanstormende jeugd in die partij (David Cameron en George Osborne) kent elkaar uit Oxford.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden