Vrienden kijven, vrienden blijven

Zomer 1982: PvdA-leider Joop den Uyl ontvangt in Den Haag de West-Duitse bondskanselier Helmut Schmidt. (FOTO ANP)

De (West-)Duitse SPD voelde zich vaak als een ongehoorzame scholier behandeld door de Nederlandse zusterpartij PvdA. Soms kwam de kritiek uit Holland goed aan. Een Duitse promovendus stelde de gevoelige relaties te boek.

In december 1949 verscheen in het PvdA-weekblad Paraat een artikel van een Duitse geestverwant, Wilhelm Kaisen, SPD-burgemeester van Bremen, dat – opmerkelijk genoeg – door de redactie van het ‘eigen’ Duitse sociaal-democratische partijblad Neuer Vorwürts was geweigerd.

In het stuk stelde Kaisen zich op als een criticus van zijn eigen partijleider Kurt Schumacher en dan vooral van diens nationalistische Duitsland-politiek en anti-Europese houding. Omdat ook de PvdA-top (Vorrink, Drees) een bijzonder moeizame relatie met Schumacher kende – Vorrink noemde hem zelfs ’een ongeluk voor Duitsland en Europa’ – voegde de redactie van Paraat aan het stuk van Kaisen een commentaar toe, waarin zij uitsprak dat „dit gebrek aan een open discussie over de belangrijkste thema’s in de Duitse politiek niet bepaald een bewijs van innerlijke kracht en democratische gezindheid van de partij [SPD] is”. Deze opstelling hield tevens een impliciete steunbetuiging aan de politiek van Schumachers ’natuurlijke vijand’, de christen-democratische bondskanselier Adenauer in – en misschien stak dat de SPD-top nog wel het meest.

Het gevolg was dat Kaisen van zijn eigen partijbestuur de wind van voren kreeg, maar ook dat de verhouding met de Nederlandse zusterpartij voorlopig ernstig verstoord was. Zo werd de internationaal secretaris van de PvdA, Alfred Mozer – nota bene een in 1933 naar Nederland gevluchte Duitser en een hartstochtelijk Europeaan –, een tijdlang van SPD-congressen geweerd.

Het terrein van de (politieke) betrekkingen tussen Nederland en de nog jonge Bondsrepubliek is al jaren geleden door onder meer Friso Wielenga en Horst Lademacher betreden. Een deel van dat gebied heeft de jonge politicoloog Marc Drögemöller nu gevuld met de handelseditie van zijn proefschrift ‘Zwei Schwestern in Europa’, waarin hij de contacten tussen SPD en PvdA in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog heeft onderzocht.

De hierboven aangeduide kwestie bleek niet de enige rimpeling in de socialistische vijver. Nadat de plooien pas rond 1960 waren gladgestreken – om niet permanent tot de oppositiebanken veroordeeld te blijven, koos de SPD uiteindelijk eieren voor haar geld en wendde haar koers in Atlantische richting –, ging het daarna toch weer een paar keer mis.

Zo hief de PvdA met enige regelmaat een vermanende vinger op tegen de SPD. Dat was het geval rond het wel of niet erkennen van de DDR, de Berufsverbote en de plaatsing van kruisraketten in West-Europa. Steeds hadden de Duitsers het gevoel dat „de Nederlandse partij zich aanmatigde ons als een ongehoorzame scholier te behandelen”, zoals een prominente Genosse jaren later terugblikkend vaststelde. Tegelijkertijd – door Drögemöller met talloze voorbeelden geïllustreerd – was de SPD ook niet ongevoelig voor de kritiek van de zusterpartij uit het kleine buurland.

Bijna parallel aan die irritaties liep een tweede, niet te verwaarlozen wrijvingspunt: de soms ronduit slechte onderlinge verstandhouding tussen een aantal leiders van beide partijen. De verhouding Vorrink/Schumacher is al genoemd en waar het tussen Joop den Uyl en Willy Brandt wel klikte, daar zaten de ’man van weidse vergezichten’ (Den Uyl) en Brandts pragmatische opvolger Helmut Schmidt op volstrekt verschillende golflengten.

Drögemöller heeft het vallen en opstaan binnen deze bijzondere relatie boeiend en met veel inlevingsvermogen voor béide kanten beschreven. Een enkel aspect lijkt wat onderbelicht te blijven: de Nederlandse omgang met de bezettingstijd komt bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde en het belang, óók voor ons land, van de verkiezing van de SPD’er Gustav Heinemann tot bondspresident (1969) had meer kunnen worden uitgewerkt; maar wellicht ligt dit eerder aan de perceptie bij de recensent dan aan een mogelijke omissie van de auteur.

In het inleidende hoofdstuk worden de buiten het onderzoek vallende vooroorlogse contacten tussen Nederlandse en Duitse sociaal-democraten kort aangestipt. Destijds gold de SPD juist als voorbeeld voor de toenmalige SDAP en criticasters zagen in Troelstra c.s. niet meer dan een ’filiaal’ van de Duitse zusterpartij. Daarmee geeft de auteur, onbewust, onmiddellijk een aanzet tot nieuw vergelijkend onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden