Vriendelijk zijn is niet genoeg

Het is mooi werk dat ze doen, dus gaan ze er helemaal voor. De mensen in deze maandelijkse interviewserie vertellen over hun passie en gedrevenheid bij het werk dat ze doen. Vandaag: Soufian El Marsse voelt zich op iedere markt thuis.

ARLETTE DWARKASING

Olijven. Daar is het mee begonnen. Een klem, een zeil, een weegschaal en een emmertje olijven. Zo ging Soufian El Marsse (32) twaalf jaar geleden de woensdagmarkt van Leiden op. Onzeker of hij wel een kraam kon bemachtigen. Vaak genoeg keerde hij onverrichter zake met zijn emmer olijven terug naar huis. "Je bent als nieuweling nooit zeker van een plek. En op een vaste plek kun je soms jaren wachten. De plaatsen gaan vaak over naar kinderen of kleinkinderen van marktkooplieden."

Met de pest in zijn lijf stond El Marsse meermalen op het punt van opgeven. "Maar mijn moeder hè, die is toch wel de belangrijkste persoon geweest in het uiteindelijke succes. Als ik weer eens uitriep: 'Ma, ik heb er geen zin meer in, ik ga ermee stoppen', zei ze: 'Jongen, heb geduld' en dan motiveerde ze me om toch te blijven proberen. En nu nog hoor", glundert El Marsse. "Ik kan wel stoer zeggen dat mijn broertje Ilias en ik de baas zijn, maar eigenlijk is mijn moeder de baas. Als Ilias en ik een meningsverschil hebben, zegt zij hoe het moet."

Zeil en klem zijn al lang ingeruild voor een opvallende marktwagen. Het is een kleurrijk gezicht: schalen met noten, amandelen, cranberries, gedroogde zuidvruchten, zaden en pitten. Maar ook bakken met tapas, tapenades, aioli, ansjovis en sardientjes. En natuurlijk: olijven. Zwarte, groene, Grieks gedroogde of gevuld met feta, knoflook of rode tapenade. Nu nog zon, een glas witte wijn, en het Mediterrane plaatje is compleet. Maar het is vandaag een miezerige herfstdag....

"Met warm weer gaan de tapas beter. Zeker in de zomer, de tijd van barbecues en tuinfeestjes. In de winter verkopen we meer noten en zuidvruchten, maar ook de tapenades en olijven blijven gewild. En straks in december komen de feestdagen eraan en in januari de nieuwjaarsrecepties." Het optimisme klinkt uit zijn stem en straalt uit zijn ogen. Terwijl een van zijn medewerkers met een klant afrekent schept hij wat cranberries op: "Heeft u deze al eens geproefd, mevrouw?" Ondertussen zwaaiend en grappen makend met andere marktkooplieden of langslopende bekenden. "Hé Michelle, hoe lang staat jouw vader al op de markt? Veertig jaar? En nog nooit in de krant geweest hé. Ha, ha, groet hem van mij en vertel het hem. Vindt ie leuk."

Zijn jongere broer en zakenpartner was veertien toen El Marsse op de markt begon. "Ilias was een kleine jongen, maar hij hielp me altijd. Stond ie met een bakje olijven voor de kraam uit te delen. Hij kan zo goed praten, hij verkoopt iedereen alles, toen al. Al hadden we de slechtste plek op de markt, hij wist de klanten toch naar ons toe te trekken. Het is ook zo'n jongen die iedereen kent in Leiden. We hebben een mooi product, maar klanten moeten je de handel ook gunnen. En dat deden ze. Ook omdat we twee jonge broers waren, die het zo leuk deden samen. Maar hoe leuk je het ook doet, als je geen vaste plek hebt red je het niet. Als het regent en jij wil olijven kopen, ga je niet naar me zoeken. En het regent vaak in Nederland."

Inmiddels is Ilias Delicatessen zes dagen per week op vaste marktplaatsen te vinden in Leiden, Zoetermeer, Lelystad en de Amsterdamse Dappermarkt. Waarom heet het bedrijf dat hij toch in zijn eentje is begonnen naar zijn broer? "Het was zo'n jochie. Hij kwam altijd helpen en was altijd vrolijk. En hij kreeg er niets voor in het begin. Ik vond het leuk voor hem. Ach, de naam Soufian op een kar is zo groot. En sommige mensen weten niet hoe ze het moeten uitspreken. Alleen 'Souf' vond ik niet erg uitnodigend klinken."

Als enigen uit het gezin zijn de broers 'op de markt blijven hangen'. El Marsse hielp van kinds af aan in de marktkraam van zijn vader tot het contact met hem verwaterde. Zijn oudere broers en zussen, zegt hij, zagen het nooit zo zitten op de markt. Die hebben nu allemaal elders goed betaalde banen. "Dat marktgebeuren zat gewoon in me. Ik heb het altijd bijzonder gevonden. Lekker met een muziekje op de achtergrond. Een praatje maken met de klanten... Vroeger, in de tijd van mijn vader, ging je als marktondernemer voor het geld en de vrijheid. Nu ga ik vooral voor de vrijheid. Voor een omzet die mijn vader destijds in drie dagen maakte, moeten wij nu een hele week werken. Je moet ook niet per dag kijken naar je omzet. Dan word je gek. Stel ik verkoop vandaag voor 200 euro. Dan denken veel mensen: Daar ga je toch niet een hele dag met drie man voor in de kou staan. Ik bekijk het per week. Wij werken met een luxe product, dat verkoopt niet op iedere markt even goed. Het is ook een weekendproduct. Naar het weekend toe gaat de verkoop omhoog."

Gelukkig is er die vrijheid nog. "Op vrijdag en zaterdag gaat de wekker om vijf uur. Dan gaan we naar het magazijn, spullen opladen, soms nog langs de groothandel, dan op weg naar de markt. Tegen vijf uur 's middags breken we af en gaan we terug naar het magazijn. Verswaren in de koelcel doen, bestellijsten nakijken die via onze website zijn gedaan en de orders bezorgen bij restaurants. Maar doordeweeks doe ik lekker rustig hoor, dan sta ik om zes uur op."

De broers importeren hun grondstoffen en producten uit Spanje, Italië en Marokko. Ze bezoeken er beurzen en boeren. "Om te zien hoe de nieuwe oogst olijven eruit gaat zien." Vooral Ilias houdt ervan nieuwe recepten uit te proberen. El Marsse pakt een cracker en haalt die door een groene tapenade. "Hier, proef maar, deze is nieuw, met noten." Hij vertelt hoe zijn broer met hun vaste bakkers steeds andere kruiden in broden uitprobeert. "Het is spannend om nieuwe dingen te maken. En het is een kunst om dat eigen brood of die zelf bedachte notentapenade dan ook te verkopen aan iemand die eigenlijk alleen voor cashewnoten komt."

Daarvoor, zegt de ondernemer, heb je mensen in je kraam nodig die net zoveel passie hebben als hij en Ilias voor de producten die ze bedenken. "Vriendelijk zijn en mensen een fijn weekend wensen is niet genoeg. Je moet ze dat goede gevoel dat wij hebben over onze spullen mee kunnen geven. Ook als het regent, stormt of sneeuwt. En ja, zelfs dan hebben we schik. Ik ga echt nooit met tegenzin naar de markt. We maken wat mee, we lachen wat af. Steeds met andere mensen om je heen. Ik zie mezelf wel oud worden op de markt. Met m'n broer samen. Nee, we botsen nooit. Natuurlijk ben ik hem weleens zat. En dan zegt hij: 'Ik ben jou ook zat'. We houden zoveel van elkaar, we komen er wel uit. Ha, ha, en anders zorgt mijn moeder daar wel voor."

Hij pakt een zakje gefrituurde groenten uit een doos en legt die op de vitrine. "Mevrouw, heeft u dit al eens geprobeerd?" En wat vind hij zelf het lekkerst uit zijn kraam? "Ik vind alles lekker. Want als het niet lekker is, verkoop ik het niet."

CV Soufian El Marsse
Geboren:

7 december 1978 in Leiden

Opleiding:

1990 - 1994 MAVO

1994 - 1999 MBO-detailhandel

1999 - 2000 een jaar HEAO, nog altijd in Leiden

Werkervaring:

Van jongs af aan geholpen in de marktkraam van zijn vader

2000 - heden met jongere broer Ilias eigenaar van Ilias Delicatessen met twaalf mensen in loondienst

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden