Column

‘Vreemde smetten’ worden links en rechts gevreesd

Ger Groot nieuwe foto Beeld Trouw

Werd ‘Wien Neerlands bloed’ in 1932 als volkslied afgeschaft vanwege de tweede regel: ‘van vreemde smetten vrij’? Volgens het hoofdredactioneel commentaar van deze krant wel – al lijkt dat voornamelijk op een misinterpretatie van de tekst te berusten. 

Hendrik Tollens, die de tekst schreef nadat Nederland in 1813 bevrijd was van de Franse bezetting, had daar geen racistische bedoelingen mee. Die ‘vreemde smetten’ drukten eenzelfde weerzin jegens de Fransen uit als Nederlanders na 1945 voelden ten opzichte van de Duitsers.

Anti-Franse gevoelens zijn in ons land nog steeds niet ver te zoeken. Al zo’n twintig jaar geleden gaf de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, Annemarie Jorritsma, ruim baan aan haar liefde voor ‘la douce France’, alleen – zo voegde zij eraan toe – ‘jammer dat er Fransen wonen’. Ik vrees dat heel wat Nederlanders haar daarin – stilzwijgend of hardop - nog steeds bijvallen. Van Franse ‘smetten’ blijven wij ook nu nog het liefste vrij. We gaan er graag met vakantie, maar slepen volgens het cliché in caravan of achterbak liefst wel onze eigen voorraad aardappelen en een kratje Heineken mee.

Toch is Frankrijk ons diep onder de huid gekropen. We hebben Franse voornamen, eten Frans, lezen Franse filosofen (zij het in vertaling), vereren Simone de Beauvoir, waren opgetogen over de TGV en kunnen ons zwoele zomeravonden niet meer voorstellen zonder glaasje rosé – ook wanneer dat inmiddels van elders komt. De Nederlandse taal is diepgaand door het Frans ‘besmet’; het Nederlandse lied zou zonder het Franse chanson niet geweest zijn wat het is.

Heel die cultuur hebben we ons toegeëigend, zo vanzelfsprekend dat we het nauwelijks nog beseffen. Daar deed geen lieve moedertje iets aan, en Tollens al helemaal niet. Zijn idee van nationale zuiverheid heeft nooit enige grond gehad in de werkelijkheid en is sinds decennia ook filosofisch en moreel in diskrediet geraakt. Cultuur is altijd vermenging, uitwisseling, ‘métissage’, zoals het in de antropologie op z’n Frans heet.

Zondige promiscuïteit

Beschavingen die zich daarvoor afsluiten, sterven af en wie een collectieve cultuur angstvallig voor zichzelf wil houden is niet alleen wereldvreemd, maar ook lichtelijk belachelijk. Rechts-nationalisme bewijst er keer op keer zijn onhoudbaarheid mee. Muziek en mode, religie, kunst en keuken kennen geen grenzen – hoe hard deze week een Amsterdamse verhuurder zich ook trachtte te verzetten tegen de geurhinder van ‘urenlang koken met teveel kruiden’. 

Inmiddels heeft dit rechts-nationalisme gezelschap gekregen van een links-nationalisme dat niet zozeer het vreemde buiten als wel het eigene bínnen de deur wil houden. ‘Métissage’ geldt daar niet als besmetting van gekoesterde zuiverheid, maar als roof en ‘culturele appropriatie’ door de anderen. Beide ideologieën zijn elkaars negatieve spiegelbeeld, maar het resultaat is hetzelfde. Culturen worden gescheiden door strenge muren en verkeer daartussen is zondige promiscuïteit. Werd de deze week veertig jaar geleden overleden Elvis Presley ooit door het ene kamp veroordeeld vanwege zijn voor blanken onbetamelijke ‘zwarte muziek’, nu geldt hij in het andere kamp als dief van diezelfde ‘zwarte muziek’ ten koste van de rechtmatige erfgenamen.

Je zou het de ironie van de geschiedenis kunnen noemen, als het niet zo treurig was. En als ‘links’, dat zich van oudsher heeft ingezet voor een mensheid zonder onderlinge barrières, zich er niet zo gemakkelijk door liet meeslepen. Neem een paar kwasi-emancipatoire termen, een flinke scheut gepretendeerde diepzinnigheid, blus af met ideologisch obscurantisme - en daar verspreidt het potje van de nieuwe cultuurcuisine al zijn kwalijke lucht ‘met teveel kruiden’. Voor één keer zullen de buren er niet over klagen. Klaarstaand met airwick en zuiveringszout beogen zij met andere middelen precies hetzelfde: een strikt isolement in hun eigen welriekendheid.

Ook al was Tollens in zijn gewraakte verzen geen racist, ongelijk had hij wel. Dát had Nederland in ieder geval snel begrepen en de tweede regel van zijn volkslied werd na korte tijd veranderd in: ‘Wien ’t hart klopt fier en vrij’. Daarbij mag iedereen denken wat hij wil – maar vrijheid is nooit gebaat bij verboden toegang, eigendomsexclusiviteit en smetvrees. Ze is ruimhartig, gul en inclusief. Onder culturele benepenheid, of die nu komt van links of rechts, kan ze alleen maar verkommeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden