Vredesberaad over Bougainville onder slecht gesternte

AMSTERDAM - Het overleg over de staatkundige toekomst van het 'kopereiland' Bougainville begon slecht.

Sam Kauona, leider van de seperatistische rebellen kwam maandag niet opdagen bij de vredesonderhandelingen met de regering van Paoea-Nieuw-Guinea. Vorige week zei Kauona bang te zijn om gearresteerd te worden tijdens de vredesonderhandelingen in Arawa, de hoofdstad van het eiland. De Papoea-Nieuw-Guinese premier Sir Julius Chan verzekerde hem dat dat niet zou gebeuren maar het wantrouwen van de leider van het Revolutionaire leger van Bougainville (RLB) tegen het nationale leger bleek diep geworteld.

Chan moet nu pas op de plaats maken. Vorige maand zag het er nog rooskleurig uit voor het economisch belangrijke eilandje in de Stille Zuidzee, ooit goed voor 20 procent van de begroting van Papoea-Nieuw-Guinea. Toen sloten de rebellen eindelijk met de regering een bestand in de al zes jaar durende afscheidingsoorlog. Nauwelijks was Chan eind augustus beëdigd of hij vloog naar de Solomon-eilanden om direct te onderhandelen met de rebellen. De kwestie Bougainville stond bovenaan de nationale agenda. Hij kwam thuis met een bestand waarmee een adempauze werd bereikt in de slepende oorlog op het achthonderd kilometer van het Papoea-Nieuw-Guinese moederland gelegen Bougainville. Daar waren inmiddels al zo'n duizend burgers omgekomen door gebrek aan medicijnen en voedsel. Nog eens vele duizenden waren sinds begin van de oorlog op de vlucht geslagen.

Het conflict draaide om een van de grootste kopermijnen ter wereld, de Panguna-kopermijn op Bougainville. Tot het begin van de oorlog, in 1988, exploiteerde een Australisch bedrijf de mijn. Maar rebellerende eilandbewoners vonden dat zij onvoldoende profiteerden van de enorme koper-opbrengsten. Ze wilden afscheiding van Paoea-Nieuw-Guinea. De regering in Port Moresby wilde daar niets van weten en stuurde troepen.

Al voordat Chan premier werd oordeelde hij dat de eis voor een groter aandeel in de (inmiddels gestaakte) koperproduktie redelijk was. Ook verving Chan legercommandant Robert Dademo - een strategische zet: het leger had in het verleden regeringsorders vaak aan de laars gelapt in de jacht op de rebellen.

“Ik ben de hoogste commandant. Elke militair zal hetzelfde marslied zingen en ik bepaald welk”, waarschuwde Chan de militaire top. Dit gespierde taalgebruik en zijn onmiddellijke onderhandelingen gaven de rebellen vertrouwen om te praten met Chan, “de eerste premier die ons serieus neemt”.

Water bij de wijn

Zelf deden de rebellen ook alvast wat water bij de wijn. Zij lieten weten dat de eis voor onafhankelijkheid in te ruilen was voor een verregaande vorm van autonomie op Bougainville. Intussen werd op het eiland Fiji een akkoord gesloten door landen in de Stille Zuidzee dat in de toekomst belangrijk zou kunnen worden voor Bougainville. De eerste vredesmacht in de regio stond gereed om in oktober naar het eiland te vertrekken ter ondersteuning van een definitief vredesakkoord met de rebellen.

Alles leek klaar voor een definitief vredesakkoord met de rebellen op Bougainville. Tot Kauona eind vorige maand het bestand dreigde op te zeggen. Regeringstroepen voerden ondanks de afspraak de positie van legertroepen 'statisch' te houden, patrouilles uit, zei hij.

Desondanks voerde hij zijn dreigement niet uit en het wankele staakt-het-vuren hield stand. Begin deze week wees alles erop dat de partijen toch tot besprekingen zouden komen, die naar een definitief vredesakkoord moesten leiden.

De grote vraag is nu of het vertrouwen dat de rebellen in Sir Julius Chan hebben, genoeg is om hen wederom aan de onderhandelingstafel te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden