Vrede bewaren in land en stad

Het verhaal van het CDA is slappe koffie geworden, vindt Pieter Jan Dijkman, hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen. "Ik zou het zoeken in de klassieke christelijke waarden. Luisteren, vertrouwen, vergeven."

Bij Christen Democratische Verkenningen, kwartaalschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, werken ze een jaar vooruit. Het was dan ook toeval dat het onlangs verschenen herfstnummer geheel gewijd is aan 'het christelijke in de Nederlandse politiek' onder het motto 'Dood of wederopstanding?'

Niemand kon immers een jaar geleden bevroeden dat het gedoogkabinet zou vallen, dat er nieuwe verkiezingen zouden komen, en vooral: dat het CDA daarbij zo dramatisch zou verliezen. In 2006 had de partij nog 41 zetels, nu zijn er nog dertien over. "Dit is het einde van de christen-democratie", voorspelde politiek commentator Frits Wester.

Na enig aandringen wil Pieter Jan Dijkman, hoofdredacteur van het kwartaalschrift, best vertellen hoe hij denkt over de toekomst van zijn partij. Helemáál toeval, zegt hij in het Haagse etablissement waar we hebben afgesproken, was de keuze voor het thema nu ook weer niet.

"Dat de christen-democratie zich niet in de gelukkigste periode van haar bestaan bevindt, was een jaar geleden al duidelijk. En dan moet je terug naar de bronnen, naar de diepste wortels. We hadden twee doelen met dit themanummer. We wilden het belang van het christelijke voor het politieke aantonen. En we wilden de verlegenheid doorbreken die er heerst in de christen-democratie."

Is het niet vooral de secularisatie die het CDA parten speelt?
"Nou, secularisatie als verklaring is onbevredigend, want die grijpt al veel langer om zich heen. Uit onderzoek blijkt iets anders: niet de ontkerkelijking is doorslaggevend voor het verlies na 1994, maar veel meer het feit dat ook gelovige kiezers zich van het CDA hebben afgekeerd. Mensen die zoeken naar zingeving zijn wel degelijk bereid om op de partij te stemmen, maar dan moet er wat te kiezen zijn. Dan moet het CDA wel de eigen christen-democratische waarden serieus nemen."

Afgelopen zaterdag op het CDA-congres zei Ton Rombouts, voorzitter van de commissie die de verkiezingsnederlaag onderzocht, dat de partij de C in de toekomst niet gaat verloochenen "maar wel minder geprononceerd naar buiten brengen". Wat vindt Dijkman daarvan?

"Het is de verkeerde discussie. De vraag is niet of de C explicieter of implicieter gestalte moet krijgen. De vraag is of het CDA erin slaagt een politiek met waarden als gerechtigheid, menselijke waardigheid en solidariteit op een natuurlijke manier te laten meeklinken in het voorgestelde beleid."

Het CDA en zijn voorlopers hebben volgens Dijkman nooit 'getuigenispolitiek' willen bedrijven. "Tegelijkertijd heeft de partij altijd gezegd dat het christelijk geloof zeggingskracht heeft voor de politiek van vandaag. Maar hoe precies, dat kunnen we ons niet meer voorstellen. Dus we zeggen allemaal braaf dat het christelijke ons inspiratie geeft en de bron is van onze kernwaarden. Maar wat dat in de praktijk betekent kunnen we niet goed meer uitleggen."

Die verlegenheid, zegt hij, is niet nieuw. "Vanaf het begin hebben we de C zoekend en tastend vormgegeven. Maar de laatste jaren is het ongemak gegroeid. Het CDA heeft zich in mijn ogen te veel vereenzelvigd met een nietszeggende vorm van cultuurchristendom. En dan wordt je eigen verhaal natuurlijk slappe koffie. Er is een soort innerlijke secularisatie opgetreden, daar kun je niet omheen. Ik kan me nog goed herinneren, begin dit jaar zei een jonge CDA-wethouder in NRC Handelsblad: 'Wat ik geloof is irrelevant voor een politiek debat.' Dat hoor je steeds vaker in de partij. Dus dan is de C alleen een museumstukje, iets van het verleden, niet iets wat zeggingskracht heeft voor vandaag. Partijleden die dat beweren gaan uit van een strikte scheiding tussen het private en het publieke. Daarmee doe je geen recht aan de christen-democratie zoals die is geworteld en gegroeid. En het pijnlijke is dat zo'n wethouder dit helemaal niet als probleem ervaart."

Volgens Dijkman moet je de verklaring ook zoeken in de Nederlandse samenleving als geheel. "In een ontspannen maatschappij zou het mogelijk moeten zijn om vrijuit te spreken over wat je beschouwt als de diepste bronnen van je politiek handelen. Dat kan niet meer. Alleen al het spreken erover veroorzaakt een kramp."

Dat hoor je vaker, maar hoezo?
"De voorbeelden liggen toch voor het oprapen? Neem de discussie over ritueel slachten. De ruimte om af te wijken van de meerderheidsmoraal wordt steeds kleiner. Argumenten vanuit een religieuze overtuiging zijn ineens achterhaald en middeleeuws. Ik vind het pleidooi voor een verbod op ritueel slachten het opvallendste voorbeeld, want dat strijdt met alles waar de Nederlandse traditie van godsdienstvrijheid en tolerantie voor stond."

Dijkman wijst nog een verklaring aan voor die verlegenheid: "De neiging om de politiek te reduceren tot technocratisch beleid en koopkrachtplaatjes."

Dat is toch niet nieuw?
"Nee, je ziet het volgens mij al vanaf de jaren zestig, zeventig. Sindsdien ontleent de politiek haar legitimiteit vooral aan het garanderen van welvaart, economische groei en vooruitgang. Kijk maar naar de verkiezingscampagnes. Politici die de beste economische groei garanderen winnen de verkiezingen. De gunstige uitzondering was Balkenende in 2002, die heel duidelijk inzette op een waarden- en normenagenda. Maar in 2006 heeft het CDA gewonnen door leuzen als 'Welvaart, respect en zekerheid' - in die volgorde. Ook in de laatste campagne heb ik eigenlijk nauwelijks wat anders gehoord."

Misschien niet zo gek in tijden van crisis?
"Natuurlijk niet. Maar dat kun je wel verbinden aan een waardenagenda. De lijsttrekker probeerde er op een gegeven moment terecht een ethisch verhaal in te brengen, maar te laat en te aarzelend. Pas een paar weken voor de verkiezingen. Dat had eerder gemoeten. De christen-democratie zou de mens niet moeten benaderen als homo economicus. Het is veel prikkelender om aangesproken te worden als verantwoordelijk wezen dan als calculerende burger."

Kijk terug, zegt Dijkman, naar het begin van de periode-Balkenende. "Wij waren toen heel sterk in het waarden- en normenverhaal. Dat sprak enorm aan, dat was echt iets nieuws. Bovendien was het CDA destijds een betrouwbare, eensgezinde partij. En we waren hervormingsgezind, niet bang om veranderingen door te voeren. Al deze drie punten hebben we verkwanseld."

Speelt niet een veel belangrijker rol dat je zonder charismatische leider tegenwoordig sowieso nergens meer bent?
"Dat klopt, daar ontkom je niet aan. We leven in een toeschouwersdemocratie, waarin het allemaal om personen draait. Maar alleen de schuld zoeken in factoren buiten de partij vind ik te gemakkelijk. Ik ben geneigd om het vooral bij onszelf te zoeken: in het ontbreken van een herkenbaar, consistent christen-democratisch geluid. In het laatste kabinet-Balkenende ging het nog om solidariteit, verbondenheid, betrokkenheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Vervolgens kwam er een gedoogkabinet met de PVV. Hoe je daar ook over denkt, dat zagen velen als een kabinet dat uitging van wantrouwen tegenover bepaalde minderheidsgroepen. Toen kwamen de voorstellen van het Strategisch Beraad, waarin duurzaamheid, diversiteit en solidariteit prominent aanwezig waren. En in de laatste verkiezingscampagne ging het ineens weer om werk en het garanderen van banen. Dat zijn voor kiezers te veel wendingen in korte tijd."

Hoe komt het dat uw partij zo'n weinig consistent verhaal heeft?
"Je kunt niet zeggen dat we niet hebben nagedacht. Er liggen prachtige rapporten van het Wetenschappelijk Instituut uit de periode sinds 2000. Maar die zijn bij onze volksvertegenwoordigers in de la blijven liggen. Een groot deel van hen zegt ook hardop dat je niet over christelijke politiek moet nadenken, maar het gewoon moet doen."

Hoe ziet uw ideale CDA eruit?
"Christelijk geïnspireerde politiek is wat mij betreft geen hoogverheven beginselpolitiek. Ik benadruk graag dat het CDA geen christelijke, maar een christen-democratische partij is. In mijn optiek heeft de politiek een heel bescheiden taak. Je moet niet veel méér willen dan de vrede in land en stad bewaren. Dat is volgens mij het allerbelangrijkste, omdat de overheid van tijdelijke aard is. Het koninkrijk der hemelen moet je niet hier willen vestigen, dat wordt niet door mensenhanden gemaakt. Het wordt op aarde nooit een tuin van vrede en rust."

Bovendien, zegt hij, is het 'nogal pretentieus' om in de naam van Christus politiek te bedrijven. "Binnen de kerk, binnen de christelijke gemeenschap, kun je de ander liefdevol uitnodigen tot navolging van Christus, op basis van de vrije wil. Maar in de politiek gaat het uiteindelijk om het overtuigen van elkaar op basis van de ratio en harde argumenten. En daarbij kan dwang een rol spelen."

Voor hem, zegt Dijkman, staat 'het christelijke, rationele mensbeeld' centraal. "Het CDA gaat ervan uit dat wij voor elkaar verantwoordelijkheid dragen. En dat heeft gevolgen voor je politieke beleid. Juist omdat je elkaar gegeven bent, probeer je voortdurend samen te werken."

Volgens de hoofdredacteur denkt de christen-democratie, anders dan de politieke stromingen die zijn voortgekomen uit de Verlichting, niet in tegenstellingen. "Dat verzandt altijd in botsingen tussen individu en gemeenschap, tussen gelijkheidsstreven en vrijheidsstreven. Het CDA zou als volkspartij moeten zoeken naar het algemeen belang. De vrede en de orde in het land bewaren is toch al heel wat? Dat we elkaar niet de hersens inslaan?"

Dat zeggen de meeste partijen u van harte na, denk ik.
"Ja, maar wij vinden dit vanuit onze wortels. Ik zou zeggen: zoek het in de klassieke christelijke deugden. Probeer zoveel mogelijk te streven naar deugden als luisteren, vertrouwen, vergeven. Luisteren maakt een rationeel gesprek mogelijk. Probeer nu maar 'ns gewoon uit te gaan van vertrouwen in mensen. En probeer te vergeven na een fout, dat maakt een nieuw begin mogelijk."

Dat klinkt nogal vaag en zweverig.
"Nee, dit zijn heel basale, heel belangrijke noties. Zeker in een politiek domein dat geregeerd wordt door wantrouwen, cynisme, spelletjes spelen, een vorm van agressie bijna."

Maar ook een CDA-politicus moet toch gewoon meedraaien in het politieke bedrijf? Stevig z'n mond opendoen af en toe?
"Ik geef toe, in politieke debatten gaat het om het ambacht. Maar vertrouwen en een luisterende houding zijn ook nodig. Alleen dat maakt leven in een politieke gemeenschap mogelijk."

Ben u nog met enige trots verbonden aan het CDA?
Aarzelend: "Ik ben christen-democraat en dat zal ik blijven. Dat zit diep in mij. Ik zie nog steeds geen betere visie op de samenleving dan die van de christen-democratie. Het is alleen nu niet zo populair, nee. Ik denk dat het CDA wel degelijk weer populair kan worden, maar dan moet de partij het christen-democratische gedachtengoed wel ten volle uitdragen."

De ChristenUnie van nu lijkt erg op het oude CDA. Is een fusie geen goed idee? Eén grote, christelijk geïnspireerde partij?
"De ChristenUnie is weer van harte welkom! Maar wij wijken ook wezenlijk van elkaar af. De ChristenUnie baseert zich op de gereformeerde geloofsbelijdenis, is toch een gemeenschap van christenen. Het CDA heeft nooit een club exclusief van christenen willen zijn, laat staan van protestantse christenen. En daarnaast zijn er natuurlijk politieke verschillen. De ChristenUnie ziet een dikkere rol voor de overheid, terwijl het CDA doorgaans voorstander is van een kleine overheid." Zijn ideale CDA is rechts noch links, zegt Dijkman. "Zulke eenvoudige metaforen zeggen me niet veel. De christen-democratie ontstijgt in mijn ogen het links-rechtsschema. Het CDA moet juist zijn eigen weg bewandelen."

Is het dieptepunt bereikt voor de christen-democratie?
"Ik heb zorgen, maar ik wil niet neerslachtig zijn. De christelijke traditie is uiteindelijk een traditie van hoop. Ik weiger secularisatie te zien als een natuurfenomeen dat je maar over je heen moet laten komen. Natuurlijk is er ontkerkelijking. Maar kijk nou eens naar 'De Lage Landen en het hogere', de studie van Gabriël van den Brink, lees de Canadese filosoof Charles Taylor. Het heilige is volgens hen niet verdwenen, maar manifesteert zich op heel andere manieren. Niet meer in de traditionele, institutionele, maar in individuele vormen. Het is de taak van het CDA om daarbij aan te sluiten, bij de mensen die zoeken naar zingeving."

De hele westerse cultuur, zegt de hoofdredacteur, staat in het teken van wetenschap, technocratie en schaalvergroting. "Ik denk dat er juist nu ruimte is voor immateriële thema's. Tegen commercialisering en hebzucht. Daar is een schreeuwende behoefte aan. Dat biedt perspectief voor de christen-democratie, zou ik zeggen. Maar dan moet je dat tegendraadse geluid wel durven te verkondigen. De christen-democratie zal zijn, of ze zal niet zijn."

Voor sommige partijleden is de C alleen een museumstukje, iets van het verleden

FOTO'S PATRICK POST

Pieter Jan Dijkman (1980) groeide op in Barneveld, in een behoudend protestants gezin. Hij studeerde politieke geschiedenis en journalistiek in Groningen en politieke filosofie in Nijmegen. Voordat hij in 2010 hoofdredacteur werd van Christen Democratische Verkenningen was hij vier jaar politiek redacteur bij het Reformatorisch Dagblad. Daarnaast werkt Dijkman aan een dissertatie over het debat rond christelijke politiek tussen 1920 en 1960, waarop hij aan de Vrije Universiteit hoopt te promoveren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden