Vragen van het leven

Het regende toen ik de Amsterdamse Vondelstraat bereikte. De stad oogde grauw, het wegdek spiegelde. De avond ervoor had Duitsland Brazilië verpletterd, binnen enkele minuten, ik had er in verbijstering naar gekeken. Vijf van de zeven doelpunten gescoord met de binnenkant van de voet.

Je kon er de verdienste van de Duitsers in zien, maar dat lukte me niet. Ik zag alleen maar afgrijselijk chaotische Brazilianen. Als iets tot het vermogen van de Duitsers behoort, dan is het wel het vermogen om de ander slecht te laten spelen.

In de commentaren was het woord Blitzkrieg gevallen, en terwijl in Belo Horizonte kinderen weenden en vuurtjes werden gestookt en shirts verbrand, zongen de Duitsers op de tribune: So ein Tag, so wunderschön wie heute. Duits geluk is te vaak met hoon verbonden, de vreugde niet zelden van een grimmige soort. De boosheid van Neuer, de Duitse doelman, toen hij, bij 7-0, een goal tegen kreeg. Ik houd van de Duitsers, maar niet als ze juichen.

Zo betrad ik de Vondelstraat, die aversie nog onderzoekend, en stond ineens, in een ragfijne regen, voor Hotel de Filosoof. Ik had mezelf ter afleiding op missie gestuurd, een missie door een tienerwereld, beschreven in de tienerroman The Fault in our Stars, een bestseller van de Amerikaanse auteur John Green. Per abuis schreef ik een week geleden dat de verfilming ervan die dag in Nederlandse bioscopen in roulatie zou gaan, maar ik was te vroeg. Vandaag gebeurt dat pas.

Het boek een bestseller, de film een hit.

De roman over de liefde tussen twee tieners, getekend door kanker, Gus en Hazel, speelt voor een deel in Amsterdam, waar de twee met de moeder van Hazel hun intrek nemen in Hotel de Filosoof. Ze zijn in Amsterdam om een om de hoek in de Vondelstraat wonende Nederlandse auteur te bezoeken, Peter van Houten, die een boek schreef dat Hazels lievelingsboek werd, maar dat eindigt in een afgebroken zin zonder punt. Hazel worstelt met een paar onbeantwoorde vragen die ze de auteur zo graag wil voorleggen.

En eerst is er nog een bankje, ergens aan de gracht, waar Gus en Hazel in de avond gaan zitten en dicht tegen elkaar aan over diepe zaken spreken, zoals tieners doen, bij wie de grote vragen van het leven nog zo vol naar binnen stromen.

Hotel de Filosoof, het huis van de fictieve auteur Peter van Houten, het bankje (in de film aan de Leidsegracht) - het zijn evenzovele pelgrimageplaatsen voor tieners van over de hele wereld, zo stelde ik me voor, en liet het Anne Frankhuis waar Gus en Hazel elkaar voor het eerst zoenen, nog achterwege.

Het hotel hield de voordeur gesloten, ik zag een cijferslot en een cameraoog. In het huis van Van Houten zat een Indische dame achter het raam een dik boek te lezen. En op het bankje aan de Leidsegracht trof ik twee meisjes die selfies namen.

Ik sloeg ze even gade en dacht aan hoe je als volwassene die hartstochtelijke omhelzing van levensvragen verliest, die waarheden van het hart, en in de regen achterblijft, peinzend over juichende Duitsers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden