Review

Vraag van de Papoea

Waarom hebben de blanken zoveel spullen hierheen verscheept en hebben wij jullie zo weinig te bieden? Waarom werd Eurazië superieur aan de rest van de wereld? Het antwoord van de Amerikaanse bioloog Jared Diamond op deze vraag is volgens milieuhistoricus Wybren Verstegen een 'welkom tegengif tegen de Westerse arrogantie'.

Tijdens de Olympische spelen maakte Australië zijn ereschuld tegenover de Aboriginals voor een deel goed tijdens de openingsceremonie waarin de oorspronkelijke bewoners van het continent down under de hoofdrol speelden. Tijdens die ceremonie verschenen ook de blanke kolonisators op het toneel met hun zeilschepen, kanonnen en Engelse uniformen. Maar waarom koloniseerden de Engelsen Australië, en niet de Aboriginals Engeland? Het zou een goede openingsvraag zijn geweest voor het zojuist in vertaling verschenen boek 'Zwaarden, paarden en ziektekiemen' van de Amerikaanse bioloog Jared Diamond.

Diamond begint zijn boek niet met de Aboriginals, maar met hun buren: de Papoea's. 'Waarom hebben de blanken zoveel spullen hierheen verscheept en hebben wij, donkere mensen, jullie zo weinig te bieden', vroeg de Papoea Yali in 1972 aan Diamond. Wie zich bezighoudt met de verschillen tussen Noord en Zuid, struikelt over dergelijke vragen: waarom kon Pizarro in 1532 de Inca Atahualpa gevangen nemen, maar werd keizer Karel V niet gegijzeld door Indianen? Waarom kon het schrift zich enkele duizenden jaren voor Christus zo gemakkelijk over heel Eurazië verbreiden, maar bleven de bewoners van Afrika en Australië, en die ten noorden en ten zuiden van Midden-Amerika ongeletterd? Waarom gingen de Azteken in de 16de eeuw massaal dood aan de 'Europese' pokken, maar stierven de Europeanen niet aan ziektes uit Amerika? Waarom hadden de oorspronkelijke inwoners van Australië geen vee en de Aziaten en Europeanen wel? Zo zou de 'dwaas' Yali meer vragen kunnen stellen dan de 'wijze' Diamond kan beantwoorden.

Toch heeft Diamond geprobeerd om Yali van dienst te zijn, vooral om het vooroordeel de wereld uit te helpen dat de blanken een superieur ras waren. Hij is daar wonderwel in geslaagd. In 1972 stond Diamond nog met zijn mond vol tanden. Maar sedertdien hebben historici voor hem de weg geëffend. Zo verscheen in 1976 het opmerkelijke boek van wereldhistoricus William McNeill over de rol van epidemieën in de geschiedenis, in het Nederlands vertaald onder de titel 'Mensen en hun plagen'. McNeill liet zien dat door het bezit van vee Europeanen en Aziaten talloze ziektes kregen die van dier naar mens overspringen, zoals de pest, de mazelen en de pokken. Die ziektes leidden aanvankelijk tot massale sterfte, maar de Euraziaten werden er in de loop der tijd resistent tegen. Die resistentie ontbrak bij de Indianen in de 'Nieuwe Wereld' die daardoor massaal het loodje legden toen de Europeanen binnenvielen.

Het onderzoek van McNeill werd later voortgezet door de Britse historicus Alfred Crosby die de kolonisatie van zowel de Nieuwe Wereld als Australië en Nieuw-Zeeland in een in 1989 gepubliceerd boek omschreef als een vorm van 'ecologisch imperialisme'. Europeanen namen bij hun oversteek van de wereldzeeën namelijk niet alleen zichzelf en hun ziektes mee, maar ook hun onkruid en hun ongedierte, die, net als de Europese ziektes, in de Derde Wereld welig konden tieren. Dat er in Australië, noch in Amerika vee werd gehouden, en er dus ook geen concurrerende ziektes ontstonden, was weer het gevolg van de 'overkill' die de Aboriginals en Indianen ooit in een ver verleden hadden gepleegd op de inheemse fauna toen zij deze continenten respectievelijk 50 000 en 12 000 jaar geleden voor het eerst binnentrokken. Wat er overbleef aan bizons en kangoeroes was lastig te temmen. Ook in Afrika was er weinig vee te vinden, maar dat was meer een kwestie van toeval, vult Diamond aan. Beesten genoeg, maar probeer maar eens een zebra te berijden of een Afrikaanse buffel voor een ploeg te spannen.

Dat Europa zoveel verder was in het gebruik van allerlei dier- en plantensoorten dan de Indianen, weet Crosby ook aan simpele aardrijkskunde. De 'as' van het Euraziatische continent loopt oost-west, min of meer langs eenzelfde gematigde klimaatzone. Daarom vinden wij zijderupsen zowel in China als in Italië, hadden zowel de Spanjaarden, de Arabieren als de Chinezen en Japanners paarden en kun je rijst niet alleen in Azië, maar ook in de Povlakte verbouwen. De as van het Amerikaanse continent loopt echter noord-zuid: dwars door een hele serie klimaatzones. Dat verschil in de richting van de as van de continenten Eurazië en Amerika verklaart waarom we kamelen zowel vinden in Marokko als diep in Azië, maar de uit de Andes afkomstige vergelijkbare lama's niet in Noord-Amerika. Iedereen op het Euraziatische continent kan kippen houden, maar de kalkoen is nimmer in gebruik genomen ten zuiden van de Verenigde Staten. Europeanen en Aziaten wisselden duizenden jaren lang vee, planten en ziektes uit. De beschavingen in Amerika bleven eilanden, evenals Australië en Afrika ten zuiden van de Sahara.

Diamond heeft deze en vergelijkbare baanbrekende studies naar de 'superioriteit' van de Westerse beschaving op een elegante manier aaneengesmeed. Maar zijn boek doet meer. Hij schetst ook, of vooral, de geschiedenis van de 'verliezers': de Indianen van Noord- en Zuid-Amerika, de Papoea's, de Australische Aboriginals en andere in vroeger tijd als 'primitief' gekwalificeerde volkeren. Verder wil hij hun geschiedenis gebruiken als voorbeeld, als een verzameling case-studies waaruit je kunt destilleren hoe samenlevingen zich ontwikkelen naarmate de bevolking groeit. Bevolkingsgroei blijkt bij Diamond namelijk de 'motor' van de geschiedenis te zijn. Maar waarom groeit de bevolking? Waarom bleven de Aboriginals, de Papoea's en de Hottentotten eigenlijk jager-verzamelaars? D r komt Diamond ook niet uit.

Maar ls de bevolking groeit, volgen er al gauw uitvindingen. Toen in het zuidoosten van Australië de bevolking toenam, bleken de Aboriginals in het gebied lange kanalen aan te leggen voor geavanceerde viskwekerijen om de toegenomen hoeveelheid monden te voeden. Hoe meer inwoners een gebied telt en hoe hoger de bevolkingsdichtheid, hoe complexer en hoe machtiger een samenleving wordt. Vindingen die de voedselproductie verhogen, zijn doorgaans zo succesvol dat zij verdere bevolkingsgroei op gang brengen. En voedseloverschotten maken het mogelijk dat mensen allerlei andere bezigheden en beroepen gaan uitoefenen: er komen handelaren en ambachtslieden. En er komen bureaucraten die de oogsten en de handel administreren en daarvoor het schrift uitvinden. Mét de voedseloverschotten worden de samenwerkingsverbanden tussen mensen complexer: er komen clans, stammen, volkeren, naties. En er komen heersers: stamhoofden, aristocraten, prinsen en vorsten.

Dan komt de tweede stap. De tot ontwikkeling gekomen culturen botsen op hun buren: er komen krijgers en soldaten die elkaar met militair geweld te lijf gaan en daarbij eveneens voortdurend nieuwe vondsten doen en van elkaar afkijken: pijlen en bogen, zwaarden, galeien die kunnen rammen, buskruit en kanonnen, geweren en duizend bommen en granaten. Dit is de geleidelijke ontwikkelingsgang van de mensheid.

Maar wat Diamond vooral intrigeert is waarom dit proces aan de ene kant van de aardbol sneller verloopt dan aan de andere kant en waarom het proces in sommige gebieden nog nauwelijks van de grond was gekomen toen de Europeanen binnen denderden. Altijd en overal, op ieder niveau van ontwikkeling, zijn er bij een botsing van culturen maar twee mogelijkheden: de zwakkere partij neemt razendsnel de technische kennis van de sterkere over, maar als zij dat niet doet, delft zij het onderspit. Losjes georganiseerde en weinig krijgshaftige jager-verzamelaar-culturen leggen eigenlijk altijd het loodje tegenover de doorgaans goed georganiseerde en agressieve

agrarische beschavingen. De Khosian (bosjesmannen) in de Kalahari zijn jager-verzamelaars en werden in de afgelopen eeuwen bijna van de kaart geveegd door de opdringende landbouwers-Bantoes. De Moriori's - bewoners van de Chatmaneilanden op 500 km ten oosten van Nieuw-Zeeland - werden in 1852 opgevroten of tot slaaf gemaakt toen hun buren, de Nieuw-Zeelandse Maori's, van de Engelsen het geweer hadden overgenomen.

Maar wie zich aanpast, heeft kans te overleven. Geen enkel inheems volk, zegt Diamond, heeft het zo lang tegen de Europeanen uitgehouden als de Indianen van Noord-Amerika omdat zij zich het hanteren van de belangrijkste wapens van de Europese kolonisten, het paard en het geweer, rap eigen hadden gemaakt. Ook zijn er Indianen geweest die zich er terdege van bewust waren dat bijvoorbeeld het schrift dat de 'blanke man' gebruikte een rol speelde in zijn superioriteit. Sequoyah, de leider van de Cherokees, ontwikkelde in de eerste helft van de 19de eeuw een geheel eigen schrift voor zijn volk opdat zij op gelijke voet met de blanken zouden komen te staan. Een fraai voorbeeld is ook de geschiedenis van het Japanse geweer. Hoewel Japan rond 1600 de beste geweren ter wereld fabriceerde, werd de productie verboden om te voorkomen dat de machtspositie van de samoerai zou worden ondermijnd door gewapende boeren. Maar toen in de 19de eeuw de Amerikaanse admiraal Perry het land met kanonneerboot-diplomatie opengooide, ging Japan razendsnel om en werd in nog geen eeuw tijd een grote imperialistische mogendheid met een uitmuntende wapenindustrie.

De Indianen, de Aboriginals en de Maori's in Nieuw-Zeeland waren, nadat de 'blanke' ziektes hen hadden gedecimeerd, uiteindelijk machteloos tegen het technisch superieure blanke geweld en werden vrijwel weggevaagd door de eindeloze miljoenenstroom van immigranten vanuit de Oude Wereld. Alleen Afrika met zijn eigen ellendige klimaat en zijn eigen ellendige ziektes, slaagde erin om grotendeels 'zwart' te blijven. Maar met ras heeft dat allemaal niets te maken.

Dat Eurazië superieur werd aan de rest van de wereld herleidt Diamond uiteindelijk tot drie 'biogeografische' factoren. Ten eerste was het Euraziatische continent veel groter dan één der beide Amerika's, Afrika ten zuiden van de Sahara, Australië of de grote eilanden zoals Madagaskar, Nieuw-Guinea en Nieuw-Zeeland. Dat betekende dat er veel meer dieren en planten voorkwamen die in aanmerking kwamen voor domesticatie, maar ook dat er veel meer mensen konden worden gevoed. Ten tweede, zegt Diamond, loopt de as van Eurazië oost-west. Dat betekent dat het gebruik van gedomesticeerde planten en dieren zich gemakkelijk kon verbreiden. En met het vee kwamen de ziektes. Overigens verklaart Diamond ook de trage verbreiding van andere technieken buiten Eurazië zoals het schrift of het gebruik van metaal uit deze noord-zuid as. Niet alleen dieren en planten, ook mensen verplaatsten zich snel langs de oost-west as van Eurazië. Wat in de Amerika's ontbrak was een concurrentie tussen grote beschavingen die de uitwisseling van agrarische, militaire, bureaucratische en culturele ontwikkelingen normaal gesproken sterk stimuleert. Ten derde speelde de toegankelijkheid van en de afstand tussen beschavingsgebieden een rol. Die afstand is nihil tussen Europa, Azië en (Noord-)Afrika, maar levensgroot tussen Eurazië en Amerika. Een enorme woestijn scheidde het noorden en het zuiden van Afrika. De grote watermassa van de Stille Oceaan scheidde Azië en Amerika van Australië, Polynesië en ook Nieuw-Guinea, zodat die kleine, door de natuur minder rijk bedeelde gebieden geïsoleerd waren en zich dus langzaam ontwikkelden. Aldus luidt het antwoord van Jared Diamond aan Yali.

Dat dat antwoord nu ook in het Nederlands is vertaald, is wel nodig. Vorig jaar werd in de Nederlandse pers ruim aandacht besteed aan het werk van de historicus Landes en zijn boek over de vraag waarom rijke landen rijk, en arme landen arm zijn. In de visie van Landes hebben de inwoners van de Europese naties als eersten, en eigenlijk als enigen, de juiste liberale mentaliteit weten te ontwikkelen die heeft geleid tot de mengvorm van democratie en kapitalisme zoals wij die kennen. Dat de arme landen arm zijn omdat zij die mentaliteit niet hebben ontwikkeld, hebben zij uiteindelijk aan zichzelf te danken. Kapitalist te zijn, of niet te zijn, dat is de kwestie volgens Landes. Het was een fraai staaltje van wetenschap ... la Wallstreet, waarmee de armoede en achterstand van veel volkeren in de Derde Wereld uit het westerse geweten kon worden gewist. Het besef dat wij onze superioriteit meer te danken hebben aan biologische toevalstreffers zoals resistentie tegen ziektes, de aanwezigheid van vele dier- en plantensoorten die getemd konden worden en de gemakkelijke verbreiding van allerlei ontdekkingen via de gematigde klimaatzone, is een welkom tegengif tegen dit soort Westerse arrogantie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden