vormgeving

AMSTERDAM - 'Wij moeten erkennen dat de natuur onze gelijke is'. Dat klinkt onversneden bescheiden, maar als je op deze stelling wat doorsabbelt proef je nog iets anders. Een zekere tarting: de natuur moet niet denken dat zij beter dan wij zijn, of teruggetrokkener: wij hebben ons náást de natuur geposteerd. De 'communication manager' van de voormalige Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven (nu The Design Academy geheten) zette deze stelling op haar visitekaartje, en die zou tevens een goede ondertitel zijn van de tentoonstelling 'Graduation 97', waarop het afstuurdeerwerk van 70 jonge vormgevers te zien is.

AREND EVENHUIS

Je hoeft geen doorgewinterde antroposoof te zijn om te beamen dat alle industriële vormgeving uit de natuur voortkomt. Een mensenarm toonde immers in de oertijd al hoe je een hijskraan moet bouwen; met een nylon spinnenweb kun je doeltreffend vis vangen; een onderzeeër vaart in het onderwaterkielzog van de walvis; een vliegtuig vliegt nou eenmaal het beste als het niet op een eenhoorn (de kurkentrekker!) maar op een vogel lijkt.

Industrieel vormgevers bouwen de natuur na, en proberen de natuur met haar eigen middelen te verslaan, zoniet te overtreffen. De afgestudeerde vormgevers Robin Hartogsveld, Fortu de Haas en Remko Killaars ontwierpen een strandzeilwagen die niet meteen omslaat bij het eerste zuchtje wind. Zij wisten de windkracht via de mast naar het zitgedeelte te dirigeren, waar de bestuurder als onontbeerlijk contrapunt fungeert.

Jan Velthuizen tartte de natuur met zijn 'Growing green' op de tentoonstelling het vergaandst, door een doorgaans vertikale plant halverwege in horizontale richting door te laten groeien. Dat kan nuttig zijn voor afrasteringen, en als hij dat procédé ook voor beendikke coniferen weet toe te passen, zullen alle houthakkers ter wereld hem snikkend van vreugde om de schouders vallen: dan heeft Velthuizen immers het vertikaal boomzagen uitgevonden, waardoor het aantal houtzaaghernia's aanzienlijk zal afnemen. Joke Wouda introduceert het begrip 'vertikaal tuinieren' met haar bloeiende gordijnen van latex en stof, waarin planten hangen.

De dood, hoe natuurlijk ook, valt niet te verslaan maar wel te esthetiseren. Marnix Oosterwelder ontwierp een sierlijk lijkkleed van gebroken iepenhout (geheid dat mode-ontwerpers dat gaan misbruiken voor hun komende herfstcollectie) en doodskisten van bioplastic: licht, natuurljk en bij nader inzien zo vanzelfsprekend als boomschors. Daar vlakbij, in een nis van Berlages Beurs, toont Hetty van Bommel hoe elegant een dode ongeschonden in de openlucht opgebaard kan blijven. Haar 'Instant kou uit een doosje' is een bekkenhoge baar van stomend ijs, die de overledene tijdens de opbaring tot min 78.9 graden Celcius koelt en die 'na 5 dagen (ook) verdwenen is'.

Ook industriële grapjes zijn er op 'Graduation 97' volop te zien, al wemelt het ook van de nutteloze meligheden. Waarom moet een brandende sigaret 'voor strand of picknick' in een houder kunnen staan? En wat is het nut van éénpeuksasbak of suikerklontschepje? (Dat typisch Belgische mini-grijpkraantje voldoet toch ruimschoots in de suikerklontpot?) Wel weer functioneel van Martijn Fransen is zijn spons, die je als wasknijper aan emmerrand, doucheslang of laddersport kunt vastklemmen. 'Ter verhoging van de attentiewaarde in het verkeer' laat Jeroen van den Berg zijn verkeerslichtpalen meeopgloeien in de kleur van het brandende rood, oranje of groen. Speels en onschuldig misschien, maar hij zit daarmee wel kleurenblinden in de weg, die het nou juist van de opeenvolging van de drie lampen (groen onder, rood boven) en niet van een permanent verlichte verkeerspaal moeten hebben.

Voor de Franse autofabrikant Citroën ontwierp Patrick Arkenbosch een Chinese variant op de golfplaten minibus. Zijn 'Citroen China Concept Car' wijkt sterk af van een westers busje of Turkse dolmus, omdat de Chinezen hun voertuig moeten kunnen exploiteren (als taxi, vrachtwagen, veevervoer). De chauffeur zit in z'n eentje voorin, waardoor de bus een snoekerige snoet, een cockpit met negen ramen als een insektenoog krijgt. Midden- en achterdeel, met zes inklapbare stoelen, lijken op de nu op Mars rondcrossende 'Padvinder'.

Met zijn 'Vas containerterminal' won Poul van den Elshout zowel de René Smeetsprijs als de Wolkenkrabberprijs. Hij loste het ruimtegebrek op overslagterreinen op, door een rijdende hefkraan te ontwerpen, die containers tot hoger dan zes verdiepingen boven zichzelf uit kan tillen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden