'Vormgeving' en Fodor hebben elkaar nodig

De auteur is directeur van Dutch Form.

De functies van museum Fodor en het op te richten vormgevingsinstituut worden tegenover elkaar gezet, waarbij in de media de meeste aandacht uitgaat naar de bedreigde functie van Fodor als podium voor eigentijdse kunstbeoefening. Dat is begrijpelijk in een cultuur waar verontwaardiging de beste brandstof is voor opinierende artikelen. Het is echter niet de enige optiek om de huidige situatie te benaderen. Zeker niet als men tot reele oplossingen wil komen.

Naar mijn mening kan er, juist met het oog op de taken van het toekomstige instituut, een warm pleidooi gehouden worden voor het behoud van de functie van Fodor. Het is achterhaald en improduktief om vermeende controverses tussen beeldende kunst en vormgeving op te voeren op het culturele schouwtoneel.

De taken van het vormgevingsinstituut zijn in eerste instantie gericht op beroepsbeoefening: het verhogen van de kwaliteit van de produkten die ons dagelijks omringen en het verbeteren van de marktpositie van Nederlandse vormgevers en vormgeving. In het verlengde hiervan ligt een publieke functie: het presenteren van Nederlandse vormgeving aan potentiele opdrachtgevers en het brede publiek. Promotie dient vooral op het buitenland gericht te zijn, omdat daar het grootste opdrachtpotentieel ligt. Het halen van open doekjes met tentoonstellingen voor eigen kring is leuk, maar behoort niet tot de eerste taken van het instituut.

In het instituut is volgens plan plaats voor hooguit een tiental medewerkers om al deze taken te vervullen. Zij kunnen dat alleen redden als zij functioneren in een gunstig klimaat - in een stad waar veel instanties als diverse beroepsverenigingen gevestigd zijn en waar goede voorzieningen bestaan voor museale en commerciele presentaties van vormgeving. En zij moeten dit redden; na de lange voorgeschiedenis dient er nu eindelijk een krachtig beleid met verve uitgevoerd te worden.

De reden om Amsterdam tot beste vestigingsplaats van het vormgevingsinstituut te bestempelen is gelegen in de aanwezigheid van een gunstig cultureel en economisch draagvlak. Het Stedelijk Museum en Museum Fodor maken daar deel van uit. De bereidheid van het Stedelijk Museum om met het toekomstige instituut samen te werken wat presentatie van vormgeving betreft, is een van de factoren geweest die de besluitvorming van de minister hebben beinvloed.

Hierbij past echter een duidelijke kanttekening.

Als er een terrein is waarop het Stedelijk Museum zijn positie als ongenaakbare cultuurtempel bevestigt, dan is het wel de vormgeving. Presentaties van het werk van Borek Sipek, Ninaber, Peeters en Krouwel, en Otto Kunzli wisselden elkaar de laatste twee jaar af met een retrospectief van Raymond Loewy en een grote manifestatie als 'Energieen', waarin werk van Issey Miyake en Ettore Sottsass was opgenomen. Al deze ontwerpers gaven meer glans aan het Stedelijk dan dat het Stedelijk aan hun toch al onomstreden prestige kon toevoegen.

Museum Fodor daarentegen is de plek waar, geheel in lijn met het gedachtengoed van Sandberg, jonge kunstenaars en vormgevers hun werk hebben getoond op een moment dat het voor hun beroepsbeoefening van groot belang was. Fodor is niet alleen een toegankelijk podium voor actuele beeldende kunst en fotografie in Amsterdam, het is evenzeer een platform voor jonge vormgevers, onder andere modeontwerpers.

Breed raakvlak

De functies van Fodor en het vormgevingsinstituut liggen dus in elkaars verlengde. Zij kunnen het zelfs niet zonder elkaar stellen. Het instituut komt niet aan zijn belangrijke opdracht toe als het van meet af aan belast wordt met tentoonstellingen in eigen huis, alhoewel deze beslist een gunstig effect kunnen hebben op de beroepsbeoefening van vormgevers. Een museum als Fodor zal, net als het Stedelijk Museum, gebaat zijn bij een samenwerking met het instituut om zich duidelijker in Amsterdam te kunnen profileren.

Dat neemt niet weg dat er nog heel wat prangende vragen zijn. Het vormgevingsinstituut komt op basis van politieke keuzes waarschijnlijk aan de Keizersgracht. Maar wat komt er precies in deze riante behuizing en met welke oogmerken worden de panden verbouwd? Is er ruimte voor een LAT-relatie? Naast de vierkante meters die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van het instituut, blijven er genoeg over om - letterlijk - als platform te dienen voor actuele ontwikkelingen in vormgeving.

Hoe wordt de taak van Fodor verder ingevuld en gefinancierd, met name wat de podiumfunctie voor de beeldende kunsten betreft? Wat gebeurt er met de presentatiemogelijkheden van de kunstenaarsverenigingen in Amsterdam? Krijgen de beroepsverenigingen van de grafische vormgevers, interieurontwerpers, sieraadontwerpers en illustratoren in het nieuwe instituut een vervanging voor de presentatiemogelijkheid in de 'nieuwe vleugel' van het Stedelijk?

Het is duidelijk: er moeten prioriteiten gesteld worden binnen de gemeentelijke Dienst Musea voor moderne kunst, waaronder het Stedelijk en Fodor ressorteren, en taken en budgetten verdeeld. Daarna is zinvol overleg mogelijk met andere betrokkenen. Het is daarbij ten zeerste gewenst, het regeringbeleid van verzelfstandiging van functies en fondsen hier te implementeren. Anders is de zekerheid dat het nieuwe instituut zijn vleugels kan uitslaan, te gering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden