Review

Vorm volgt functie

Het hoofdkantoor van de ING in Amsterdam-Zuidoost met zijn grillige vormen en niet één rechte muur, een ontwerp van Alberts en Van Huut, bleek bij een recent onderzoek het meest gewaardeerde moderne gebouw van Nederland. Ook een andere creatie van dit duo, het gebouw van de Gasunie in Groningen met zijn fameuze trappenhuis, scoorde hoog. In beide gevallen gaat het om architectuur die niet alleen maar functioneel is, maar ook sterk tot de verbeelding spreekt.

Kennelijk voelt een breed publiek zich aangesproken door deze stroming: de organische architectuur, waarbij de levende natuur de inspiratiebron is en de beleving centraal staat. Organische architectuur wil niet alleen maar functioneel zijn, maar ook het gevoel aanspreken en de geest verrijken. Dat klinkt behoorlijk zweverig en geitenwollensokkerig, maar wie gaat kijken op de tentoonstelling 'Organische architectuur' in Amsterdam, ontdekt dat dat erg meevalt. Zelfs een modernist als Le Corbusier 'bezondigde' zich eraan.

Tussen de vele architectuurstromingen die de 20ste eeuw heeft voortgebracht, neemt de organische een aparte plaats in. In tegenstelling tot de Jugendstil of het functionalisme is deze stroming eigenlijk nooit goed beschreven, constateert architect Pieter van der Ree in de catalogus die deze omissie moet goedmaken. Dat komt waarschijnlijk doordat er op het eerste gezicht weinig overeenkomsten zijn tussen het werk van bijvoorbeeld Rudolf Steiner en dat van Frank Lloyd Wright en tussen de bouwwerken van Antoni Gaudí en die van Alvar Aalto, terwijl ze toch alle vier aanhangers van deze stroming zijn. Ook de tentoonstelling in Amsterdam laat zien dat de organische architectuur niet één bepaalde bouwstijl omvat maar een enorme variatie aan bouwwerken heeft voortgebracht.

Eén van de grondleggers is Louis Sullivan (1856-1924), die zijn bekendheid vooral dankt aan een citaat dat nog steeds - te pas en te onpas - wordt aangehaald door architecten die hun ontwerp willen verkopen: Form follows function. Sullivans uitspraak zou ook het credo worden van het functionalisme met zijn minimalistische vormgeving, terwijl de architect het begrip 'functie' veel breder opvatte. Sullivan liet zich bij het ontwerpen leiden door de natuur. Na jarenlange studie was hij tot de conclusie gekomen dat in de natuur de vorm altijd de functie volgt. Dat wilde hij navolgen in de architectuur in de veronderstelling dat dat de mens geestelijk zou verrijken. Sullivan bedacht onder meer een nieuwe vormgeving voor wolkenkrabbers. Er waren in die tijd al wel hoge gebouwen, maar die hadden het uiterlijk van in de hoogte opgerekte Renaissance-paleizen. Sullivan zocht naar een vorm die door de wolkenkrabber zelf was geïnspireerd.

Sullivans leerling Frank Lloyd Wright zou uitgroeien tot de bekendste pleitbezorger van de organische architectuur. Terwijl Sullivan de nadruk legde op de relatie tussen vorm en functie, richtte Wright zich op de verhouding tussen gebouw en omgeving. Het beroemdste voorbeeld daarvan is het vakantiehuis 'Fallingwater' dat hij in 1935 ontwierp in Pennsylvania. Het huis is over een waterval heen gebouwd en lijkt door de natuurstenen gevels op te rijzen uit de rotsen. Een ander hoogtepunt is het Guggenheim museum in New York dat zich juist niet naar de omgeving richt, maar een introverte binnenruimte schept die de bezoekers helpt om zich op de kunst te concentreren. Ook Antoni Gaudí ontleende zijn constructies aan de natuur: in het geval van de kathedraal Sagrada Familia in Barcelona aan de groeiwijze van een boom. Veel plaats is op de tentoonstelling ingeruimd voor Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Hij was arts maar ontwierp ook tal van gebouwen.

De grote variatie aan bouwwerken maakt van deze tentoonstelling een boeiende ontdekkingsreis, die voert van de krachtige gewelfde lijnen van de Finse architect en meubelontwerper Alvar Aalto naar de strakke gebouwen van Keji Imai in Japan, van de Opera in Sidney naar ecologische wooncomplexen en houten scholen. Ondanks de verscheidenheid wordt toch in één oogopslag duidelijk dat het in de organische architectuur altijd gaat om de betekenis die het gebouw heeft voor de gebruikers.

Ook voor hedendaagse architecten staat de beleving nog steeds centraal. Met voorbeelden uit alle hoeken van de wereld wordt dat duidelijk gemaakt, van Asmussens Kulturhus in Zweden tot het stadhuis van Zutphen van Rau en een koeienstal (Eric Furnémont) in Aywaille in België, één van de weinige landen met een eigen opleiding voor organische architectuur. Ook het orang-oetanhuis Orangseum (Anton van Es) in Apenheul geldt als voorbeeld van architectuur die uitgaat van de beleving, in dit geval niet alleen van de mens maar ook van het dier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden