Voorzichtig optimisme bij turncoaches

EMMEN - Boris Orlov is weer terug in Nederland. De Russische turntrainer is door de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB) aangetrokken om het niveau van het Nederlandse vrouwenturnen op te krikken. Na het Nederlands kampioenschap, afgelopen weekend in Emmen weet chef-trainer Orlov dat er nog heel wat werk te verrichten valt.

MARIJE RANDEWIJK

Negen jaar geleden was Orlov ook al chef-trainer van de Nederlandse vrouwenselectie. Destijds kon hij alle talentjes naar het internaat in Papendal halen om de turnsters daar klaar te stomen voor de internationale top. Het turncentrum bestaat echter niet meer. In 1992, twee jaar na het vertrek Orlov als chef-trainer, werd het turninternaat na een storm van kritiek opgeheven.

Pas dit jaar presenteerde de KNGB in de vorm van het zogenaamde steunpuntensysteem een nieuw topsportbeleid. De leden van de Nederlandse vrouwenselectie, die na dit NK bekend wordt gemaakt, zullen op vier verschillende steunpunten professioneel begeleid worden door ervaren bondstrainers. Nijmegen, Zoetermeer, Heerenveen en Opmeer zijn door de KNGB voorlopig aangewezen als eerste steunpunten.

Boris Orlov heeft binnen het nieuwe topsportbeleid van de KNGB een dubbelfunctie. De Russische turntrainer is verantwoordelijk voor de Nederlandse vrouwenselectie en treedt daarnaast ook op als technisch adviseur van het noordelijke steunpunt van de turnschool in Heerenveen. Orlov zal zich, op eigen initiatief, ook bezighouden met de scholing van turntrainers.

De nieuwe chef-trainer, die in Duitsland werkzaam was en daar nog een doorlopend contract had tot 1999, blijft in zijn hart een voorstander van het turninternaat. “Maar ik begrijp ook wel dat deze situatie ook voordelen heeft. Clubtrainers zullen er bijvoorbeeld heel blij mee zijn. Zij zagen in het verleden veel talentjes naar Papendal vertrekken. Ik kan me voorstellen dat dat voor een trainer zeer demotiverend werkt.”

Orlov moet ook toegeven dat het internaat in al die jaren nauwelijks resultaat opgeleverd heeft. “Maar dat was voornamelijk te wijten aan het lage basisniveau van de turnsters die naar Papendal kwamen. Daardoor was ik meer tijd kwijt met het afleren van fouten, dan met het aanleren van nieuwe dingen.”

“Turnsters in Nederland beginnen ook veel te laat met serieuze training. Wil je iets bereiken, zul je op zeer jonge leeftijd moeten beginnen”, legt Orlov uit. De kersverse chef-trainer beseft echter ook dat het onderwerp 'kindersport' zeer gevoelig is. In Nederland moeten kinderen spelen en nog niet teveel trainen. Volgens Orlov kunnen topturnsters op 9 à 10-jarige leeftijd echter niet meer spelenderwijs turnen. Op die leeftijd moet het trainen een soort werken geworden zijn.

“Ik weet dat het erg hard klinkt, maar topturnen is ook keihard. De mentaliteit en de discipline van turnsters zorgt uiteindelijk voor de natuurlijke selectie. Diegene die zeuren over blaren op de handen, kapotte knieën en blauwe plekken redden het niet in dit wereldje.”

Omdat Orlov weet dat die harde mentaliteit niet ingebakken zit in de Nederlandse cultuur, richt hij zich op de nieuwe generatie omdat die turnsters nog mentaal gevormd kunnen worden. “De bond heeft ervoor gezorgd dat de randvoorwaarden voor topsport in orde zijn. Het is nu aan mij en aan de steunpunttrainers om jonge talentjes goed te begeleiden.” Op die manier hoopt Orlov talentvolle turnsters die in het verleden op 16-jarige leeftijd opgebrand waren, voor de turnsport te behouden.

Een van die talentjes is Patricia Timmer. Deze 13-jarige turnster won zaterdag verrassend de meerkamptitel en de toestelfinale sprong. De dreumes, die uitkomt voor Pro Patria Zoetermeer, was tijdens de meerkampfinale zowel op sprong, brug als balk ongenaakbaar. Annet Bronsvoort, de meerkampkampioene van vorig jaar werd tweede, Fieke Willems derde.

Met Patricia Timmer en andere talentjes als Marleen Deuning, Fieke Willems en Kirsten Visser wil Orlov een team opbouwen waar Nederland internationaal mee voor de dag kan komen. Orlov beschouwt de prestatie van een Nederlands vrouwenteam als het visitekaartje van de bond. “Daar en daar alleen kan je uit aflezen of een bond goed werk geleverd heeft. Eén goede individuele prestatie zegt niets over het functioneren van een bond.”

Terwijl de vrouwenselectie Papendal de rug heeft toegekeerd, maken de mannen nog wel gebruik van de faciliteiten van het turncentrum. Christian en Alexander Selk trainen er dertig uur in de week terug onder leiding van de trainers Liu Ming en Luis Hernandez.

Zoals verwacht maakte de gebroeders Selk ook dit jaar weer de dienst uit. Spannend was de tweestrijd niet, omdat Christian al bij het tweede toestel, het paard voltige, zo opzichtig in de fout ging dat hij zijn titelkansen verspeelde. Echt rouwig was de jongste van de twee broers er niet om. Het NK is voor hem immers maar een tussendoortje. De broers zijn in voorbereiding op het wereldkampioenschap dat begin oktober in Japan wordt gehouden. Zij willen zich daar plaatsen voor de Olympische Spelen. Om kwalificatie af te dwingen moeten zij zich bij de beste 36 turners van de wereld scharen, een onmogelijke opgave voor een Nederlandse turner.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden