Voortdurende metamorfose AkzoNobel nadert haar einde

De verffabriek van AkzoNobel in Sassenheim. Beeld Hollandse Hoogte
De verffabriek van AkzoNobel in Sassenheim.Beeld Hollandse Hoogte

Het Amerikaanse PPG aast op AkzoNobel en AkzoNobel op zijn beurt overweegt de chemiepoot te slijten. Terug naar de oorsprong: verf.

Wat blijft er over als bijna alles is verdwenen? Verf. Als AkzoNobel zijn chemietak verkoopt, komt een proces van bijna vijftig jaar ten einde. Van de even bonte als grote verzameling bedrijven die Akzo ooit was, resteert dan een concern dat verven en lakken maakt.

Het klinkt wat vreemd maar in 1969 moet Nederland nog wennen aan de naam Akzo. Akzo? Het is een soort van afkorting. De letters verwijzen naar de vele bedrijven waaruit het net ontstane fusieconcern is opgebouwd. Ze verwijzen naar de Algemene Kunstzijde Unie, producent van onder meer de Enka-zeem, en van Terlenka. Ze verwijzen naar Koninklijke Zout (en) Organon. Organon is vooral bekend van de anticonceptiepil. Ze zouden ook kunnen slaan op Koninklijke Zwanenberg.

Die letters en namen dekken lang niet het hele Akzo-concern. Want Akzo is ook Sikkens Lakbrieken. De Koninklijke Zwavelzuurfabrieken (voorheen: Ketjen) vallen eronder. De wasmiddelen van Dobbelman en de zoutjes van Duyvis. Om er een paar te noemen.

Lappendeken

Akzo? Het is een product van een serie fusies en overnames uit de jaren zestig. Het is een lappendeken van fabrieken en activiteiten: van zeem tot pil, van katalysatoren tot strooizout en chloor. Een verzameling republieken wordt het genoemd. Je kunt ook zeggen: een machtsblok, een blauwdruk van industrieel Nederland.

Akzo’s vezelpoot is vaak in het nieuws in de jaren zeventig en tachtig. Fabriekssluitingen, stakingen, ontslagen, de ene crisis volgt op de andere. Crisis er ook bij het zwavelzuur. De vleesfabrieken van Zwanenberg worden snel na Akzo’s ontstaan verkocht aan Unilever. In 1987 volgt de divisie Consumentenproducten: merken als Dobbelman, Prodent en Duyvis gaan naar Sara Lee/Douwe Egberts.

Rond 1990 heeft Akzo nog vier poten: vezels, medicijnen, verven/lakken en chemie. In 1994 koopt het onder topman Kees van Lede het Zweedse Nobel, maker van verven en chemicaliën. Akzo is veel groter, maar als vriendschapsgebaar aan de Zweden wordt de naam Nobel aan Akzo toegevoegd. Het klinkt ook wel mooi: Nobel.

In 1998 volgt een tweede grote overname: het Britse Courtaulds, dat kunstvezels en verven maakt. De koop is de opstap naar een grote operatie: de vezelbedrijven van Akzo Nobel en Courtaulds worden samengevoegd onder de naam Acordis en verkocht aan CVC Capital. Akzo Nobel is van zijn zorgenkind af.

CVC zegt grote plannen te hebben met Acordis. Maar als het Japanse Teijin een vet bod doet op de sterke vezel Twaron, sterft Acordis een langzame dood. Teijin zal nog veel plezier hebben van Twaron en de Akzo Nobel-leiding houdt aan het avontuur een allergie over voor private equitypartijen als CVC.

Specialisatie

‘Focus’ is in die jaren een toverwoord in de financiële wereld. Waar Klaas Soesbeek, in 1969 Akzo’s eerste bestuursvoorzitter, bij het woord ‘focus’ waarschijnlijk aan fototoestellen denkt, denken bedrijfsbestuurders, analisten en beleggers aan specialisatie. ‘Doe waar je goed in bent, waar je het meest mee verdient, en verkoop de rest’, luidt het nieuwe adagium.

Topman Hans Wijers volgt dat devies in 2007. Focus: verf. Hij brengt Organon, dat met zijn anticonceptiepillen de levens van miljoenen mensen diepgaand heeft beïnvloed, naar de beurs. De welkomstgong op het Damrak klinkt al bijna, als er toch een koper opdoemt: het Amerikaanse Schering-Plough. Dat zet de bijl in Organon en als Schering wordt overgenomen door Merck gaat er weer een bijl in.

Organon is net verkocht als het ‘gefocuste’ (Wijers) AkzoNobel zijn Britse branchegenoot ICI koopt. Met een koopsom van bijna 12 miljard euro is het Akzo’s grootste overname ooit en AkzoNobel is in één klap ‘s werelds grootste verfproducent. Hoewel ICI voor de Britten een industrieel icoon is, wordt de naam niet toegevoegd aan die van Akzo Nobel. Wel verdwijnt de spatie tussen die twee namen.

Crisis

Nog geen jaar na de aankoop breekt de crisis uit en blijkt Akzo Nobel veel te veel te hebben betaald voor ICI. ‘s Werelds grootste verfproducent blijft het nu weer spatieloze AkzoNobel niet lang. Het verkoopt zijn niet bijster goed renderende Amerikaanse verven voor huis, tuin en keuken aan...PPG, dat deze week een bod op AkzoNobel uitbracht.

En nu? De huidige topman, Ton Büchner, overweegt de chemietak, met zijn zout, chloor en zijn ingrediënten voor een bonte verzameling producten (van zeep tot asfalt, ijs en mortel) te scheiden van de verftak. Met de opbrengst van de verkoop kan de verfpoot uitdijen en de concurrentiestrijd vervolgen met die andere grote verfconcerns in de wereld: PPG en Sherwin-Williams.

Lukt dat, dan maakt AkzoNobel (nu nog: 47.000 werknemers) alleen nog verven en lakken voor huizen, tuinhekjes, vliegtuigen, schepen, olie-installaties, monumenten, mobieltjes en alles wat daar tussen zit. Ook bont, zou je kunnen zeggen. Zoals je, als de verkoop is gelukt, ook kan zeggen dat het verf- en lakfabriekje dat Wiert Willemszoon Sikkens in 1792 in Groningen begon, uiteindelijk de enige Nederlandse oermoeder is geworden van AkzoNobel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden