Voorstel voor mbo-lerarenopleiding is geschreven op het lijf van Loek Hermans/DUALE OPLEIDING

Je hebt in Nederland de pabo en de lerarenopleiding. Op de eerste word je juf of meester in het basisonderwijs, op de tweede word je docent op de middelbare school. Die uitleg is gebruikelijk, maar klopt niet helemaal: de lerarenopleiding is er ook voor docenten in het middelbaar beroepsonderwijs.

Dat de gemiddelde Nederlander dat vergeet, zal het mbo een zorg zijn, maar het is wel jammer dat de studenten op de lerarenopleiding daar niet aan denken: ze kiezen bijna altijd voor de middelbare school. Terwijl grofweg eenderde van de banen op mbo-scholen zijn.

Voorzitter van de federatie van het christelijke mbo Hans Esmeijer kan de aankomend leraren dit niet eens verwijten. “Ze komen meestal zelf van de havo of het vwo en willen graag naar die scholen terug. Ze denken niet snel aan het beroepsonderwijs.” En dat is jammer, want die scholen hebben juist veel te bieden. Je kunt er beginnen als assistent en opklimmen tot docent of zelfs 'co"rdinerend docent'; je legt als docent interessante contacten met bedrijven in de buurt en de aloude klacht dat het leraarschap een tunnel vormt waar je nooit meer uitkomt, gaat voor het mbo niet meer op.

Afgestudeerden van de lerarenopleiding kunnen zich nog wel iets voorstellen bij de algemene vakken in het mbo - zoals Engels of wiskunde - maar veel minder bij gespecialiseerde vakken in bijvoorbeeld de techniek, horeca of gezondheidszorg. Leraren die eerst zijn afgestudeerd in deze vakken in het mbo, liggen meer voor de hand. Maar de mbo-afgestudeerden mijden vaak de lerarenopleiding. “Vaak hebben ze een meer praktische leerstijl, die minder aansluit bij het huidige hbo”, zegt Jurriën Dengerink van de lerarenopleiding van de hogeschool Holland in Diemen.

De veertien christelijke mbo-scholen hebben iets bedacht tegen dit probleem. Een mbo-student techniek bijvoorbeeld die binnenkort examen doet, mag bij zijn docenten op de koffie komen. “We gaan die student dan vragen, of hij of zij er iets voor voelt om op school te blijven: als docent”, zegt Esmeijer, ook voorzitter van het regionaal opleidingen centrum Pascal-Randmeer in Apeldoorn. Vanaf januari kunnen mbo-afgestudeerden maar ook mensen met een andere opleiding of met een goede dosis werkervaring, beginnen aan de 'duale' mbo-lerarenopleiding: de helft van de tijd werken ze, de rest van hun tijd zitten ze zelf op school. Dat betekent fors meer werken dan in de bestaande lerarenopleiding met z'n stageperioden. Voor het werk krijgen ze betaald en als ze het goed doen en hun diploma halen, geeft de school ze een vaste aanstelling.

Niet iedere student op deze nieuwe lerarenopleiding hoeft de vier jaar vol te maken: je kunt ook tussentijds ophouden en een deelcertificaat krijgen, zoals onderwijsassistent. Ook aan die mensen is grote behoefte. Het eerste jaar leidt op tot onderwijsassistent; daarna kunnen studenten zich specialiseren in twaalf richtingen binnen bestaande mbo-sectoren zoals gezondheidszorg en techniek.

Duaal en flexibel leren: het lijkt wel of de mbo-scholen hun plannen op het lijf hebben geschreven van de nieuwe minister, de liberaal Hermans. “We zijn al een jaar hiermee bezig, dus we praten de minister heus niet naar de mond”, zegt Esmeijer. Scholen en lerarenopleiders vragen ook wat van Hermans: om te beginnen 4,5 miljoen gulden voor de ontwikkeling van het programma. En het schrappen van regeltjes die dit experiment dwarsbomen, zoals het feit dat de scholen geen geld krijgen voor de student die niet het hele examen haalt. Esmeijer: “Als zo'n student toch een deelcertificaat haalt waarmee hij aan de slag kan, zou hij nu nog worden gerekend als 'uitvaller'. Dat is niet goed.” Een ander verzoek is het veranderen van de studiebeurs, zodat aankomend leraren hun opleiding een paar jaar kunnen onderbreken om te werken. Iemand kan bijvoorbeeld een tijd als onderwijsassistent werken en pas daarna verder willen als docent. Op dit moment kunnen studenten er maximaal twee jaar tussenuit: zes jaar na begin van de studie houdt de beurs op. Hermans heeft al aangekondigd dat hij wil onderzoeken of dit veranderd kan worden om de combinatie leren-werken beter mogelijk te maken. Want ook hij wil belemmerende regeltjes schrappen.

Voordeel van de huidige samenwerking is dat zowel de lerarenopleiders als de mbo-scholen de christelijke identiteit hoog in het vaandel hebben staan. “Op die manier kun je makkelijker nieuwe docenten bijbrengen hoe je die identiteit uitdraagt. Niet alleen met een lesje godsdienst, maar ook in ethische zaken, hoe je omgaat met zwakke leerlingen en met multiculturaliteit”, zegt Cor de Raadt van het instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk van de Vrije Universiteit. De initiatiefnemers hebben nog geen plannen om een landelijk stelsel voor het mbo-leraarschap te maken. “Dat zou mooi zijn en het kan best die kant opgaan, maar laten we nou eerst maar eens beginnen op deze schaal,” zegt De Raadt. “Anders is het gevaar dat je heel lang gaat confereren en veel nota's gaat maken.”

Het initatief, waaraan ook Fontys hogescholen en de Hogeschool Windesheim meewerkt, 'dekt' een groot deel van Nederland. Het christelijke initiatief is niet het enige: vier mbo-scholen in Zuid-Holland hebben hun afgestudeerde mts'ers die al drie jaar werken, gevraagd of ze met behoud van hetzelfde salaris - al snel een halve ton per jaar - en met de garantie op een baan mbo-leraar techniek willen worden. “Van de achthonderd oud-studenten hebben honderd gereageerd en we willen daaruit een klas van jaarlijks vijftien mensen samenstellen”, zegt Hans den Boef van het Rotterdamse Albedacollege. Alleen al in de sector techniek zijn in Zuid-Holland en de zuidelijke provincies de komende tien jaar 460 nieuwe docenten nodig. “Er is extra geld nodig voor de salarissen van die studenten, want ze komen niet als ze veel minder gaan verdienen. Ik denk dat dat geld, maar ook een structurele oplossing voor het lerarentekort, van de politiek moet komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden