Opinie

Voorstanders schaliegas blijven hangen in oud denken

Inwoners van Haaren zijn tegen de plannen om er naar schaliegas te boren. Beeld Dolph Cantrij, Hollandse Hoogte
Inwoners van Haaren zijn tegen de plannen om er naar schaliegas te boren.Beeld Dolph Cantrij, Hollandse Hoogte

Waar is de Nederlandse handelsgeest gebleven die zoekt naar het nieuwe en durft te investeren in de toekomst, vraagt John Grin zich af.

Het is goed dat collega Turkenburg, met een grote expertise op het gebied van energietechnologie, de discussie aangaat (Opinie, 11 juli) met de 55 hoogleraren die een open brief over schaliegas schreven. Zijn reactie gaat echter voorbij aan waar het werkelijk om gaat.

De suggestie dat wij in onze brief Amerikaanse ervaringen rechtstreeks naar Nederland hebben overgezet, is eenvoudigweg onjuist. Wij noemen een reeks specifieke omstandigheden die schaliegas in Europa, en zeker in het dichtbevolkte Nederland, veel minder aantrekkelijk maken dan in de VS. Het specifieke Nederlandse 'onderzoek', waaraan wij volgens Turkenburg voorbijgaan, is in wezen een advies. Juist dat advies is vooral gebaseerd op literatuuronderzoek, en neemt dus niet echt Nederlandse omstandigheden en ervaringen mee.

Internationale uitgangspositie
Wim Turkenburg gaat verder voorbij aan ons kernpunt: dat nu investeren in schaliegas in economisch opzicht per saldo weinig oplevert voor de samenleving als geheel. De veelal niet-monetaire negatieve neveneffecten zijn enorm. Daarnaast geeft het verder uitstel van serieuze investeringen in de energie-economie van de toekomst. Dat laatste zou juist Nederland veel meer opleveren, voor een veel langere termijn dan de twintig tot dertig jaar die bij schaliegas wordt voorzien.

Juist ons land heeft een sterke internationale uitgangspositie in de chemische sector, met veel excellent onderzoek en belangrijke transnationale bedrijven. Eveneens wereldtop is onze landbouwsector, interessant vanwege de biobrandstoffen. We hebben een grote bouwsector met een goede kennisinfrastructuur die bedrijfsterreinen en woonwijken tot mede-energieproducenten kan helpen maken. En 'Nederland handels- en distributieland' biedt een prima kans om tot in de verre toekomst wereldwijd geld te verdienen door tijdig in te zetten op nieuwe ontwikkelingen voor de lange termijn. Schaliegasproductie is investeren in een belangrijke productiefactor, maar meerwaarde levert het nauwelijks op, zeker niet op de langere termijn.

Dit wordt nóg belangrijker tegen de achtergrond van Turkenburgs hoofdpunt. Hij pleit ervoor om allerlei bezwaren tegen schaliegas te vertalen in ontwerpeisen voor de manier waarop het wordt gewonnen. Als het bezwaar bijvoorbeeld is dat winning van schaliegas verontreiniging van drinkwatervoorraden geeft, ontwikkel dan een schone werkwijze. Wellicht kan dat inderdaad gerealiseerd worden, al zullen we waarschijnlijk niet risico's voor bijvoorbeeld de drinkwatervoorziening op korte termijn met bevredigende zekerheid kunnen uitsluiten. Maar ook los van de mogelijk hoge (maatschappelijke) kosten: als we Turkenburgs redenering volgen, is schaliegas niet langer de snelle, goedkope oplossing die het vermeende gat tussen eindig aardgas en duurzame energievoorziening kan oplossen.

Een dergelijke inspanning zou natuurlijk net zo goed gericht kunnen worden op duurzame energie. Schaliegasproductie gebruiken om daarvoor een spaarpotje te creëren is een onnodige omweg. We hebben al aardgasbaten, topsectorenbeleid en een grote innovatiecapaciteit. De technische mogelijkheden liggen binnen handbereik. Het maatschappelijk draagvlak hiervoor groeit snel, met veelbelovende nieuwe allianties, getuige bijvoorbeeld de recente brandbrief van de CEO van Unilever, een duurzame ondernemer en de Urgenda. Het enige dat - tegen deze achtergrond pijnlijk én uiterst merkwaardig - ontbreekt, is politieke wil.

Oude denkwijzen
Dat brengt ons tot de echte kern. Turkenburg zwicht voor oud denken in de politiek en de energiesector. Denken in termen van fossiele energieproductie. In termen van een scheiding tussen energiegebruikers en (centrale) energieproducenten. In termen van liever nog even vijfentwintig jaar langer profiteren van een vertrouwde oplossing dan nu investeren in de techniek van de toekomst. Ook het energieakkoord brengt slechts schoorvoetend vooruitgang. Echte vooruitgang vereist loslaten van oude denkwijzen, technieken en belangen.

Waar is de Nederlandse handelsgeest gebleven die zoekt naar het nieuwe en durft te investeren in een betere toekomst? Waarom zien we hier toch zo'n weerstand tegen het pakken van die kans op innovatie, handel én weer wat extra maakindustrie? Willen we dat echt allemaal aan bijvoorbeeld Duitsland overlaten, dat immers wél investeert in de toekomst in plaats van het verleden?

Mede-auteurs: Kees Hummelen (hoogleraar chemie, RU Groningen), Jan Rotmans (hoogleraar transitiestudies Erasmus Universiteit) en Arjen van Witteloostuijn (hoogleraar economie Tilburg Universiteit)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden