COLUMN

Voorstander zijn van Europese samenwerking, dat kan alleen besmuikt

Lex Oomkes

Rond Europa is de vaderlandse politiek niets te gek. Angst voor de publieke opinie en de ‘objectieve noodzaak’ vechten rond de Europese samenwerking om de voorrang. Dan mag je veinzen en bewust een verkeerde voorstelling van zaken geven.

Mede onder invloed van de vanuit Griekenland aangewakkerde eurocrisis werd de angst aan het Binnenhof om nog voor aanhanger van de Europese samenwerking uit te worden gemaakt groter en groter. Nu de euro in iets rustiger vaarwater gekomen is en Italië het belangrijkste, maar aanzienlijk minder heftige probleem geworden is, zou je denken dat die angst afneemt.

Het leek de goede – dat wil zeggen: voor Europa goede – kant op te gaan. In discussies met verklaarde tegenstanders van Europa wordt ook steevast op de noodzaak gewezen. Zonder Europa geen zicht op een enigszins werkbaar migratiebeleid, zonder Europa geen effectief klimaatbeleid en zonder Europa maken we geen vuist tegen de Apples en Googles van deze wereld.

Europese ‘realpolitiek’ dus. Zoals premier Mark Rutte ook uitgebreid benadrukte in de drie grote speeches met Europa als thema die hij dit jaar afstak. Nu de Verenigde Staten zich van Europa afkeren en wij op onze eigen benen moeten gaan staan, is er geen andere keuze dan Europese samenwerking, was één van zijn conclusies.

Kleur bekennen

Rutte is daarmee een eind weg van het klassieke liberale uitgangspunt rond Europa. Alles draaide tot voor kort om slechts één ding. Die ene interne markt. Elke andere maatregel diende bij te dragen aan die ene markt. Al het andere was onzin, vergeefse moeite of zelfs riekend naar Europees federalisme.

Mede onder druk van het oprukkende populisme, dat Europa als een van de te bestrijden fenomenen koos, moet de gevestigde politiek kleur bekennen. Die ene interne markt en een Europa zonder binnengrenzen is dan als tegenwicht tegen het populisme te weinig.

Dat kleur bekennen gebeurt allemaal wel besmuikt. Niet al te nadrukkelijk en vooral niet te juichend. Met elke lofrede op Europa worden de kiezers immers richting Wilders en Baudet gejaagd.

Zo kon het gebeuren dat in de Kamer onlangs een meerderheid steun verleende aan een motie van de SGP die het kabinet opdroeg er bij de andere lidstaten voor te pleiten een op zich brave passage uit alle Europese verdragen te schrappen. In die gebruikelijke passage is sprake van een steeds hechtere Europese samenwerking – an ever closing Union, de Engelse versie die meestal wordt aangehaald. Sinds 1957 komt die passage in Europese verdragen voor, zonder ook maar een begin van een idee dat er uiteindelijk een federaal Europa zou dienen te ontstaan.

Het nieuwsfeit over de SGP-motie haalde niet of nauwelijks de media. Er is immers al symboolpolitiek genoeg. Politiek die in de praktijk geen gevolg heeft, maar die een kleine groep – in dit geval de voor Europese samenwerking allergische SGP – een goed gevoel geeft.

Toch is het niet zo onschuldig als het lijkt. Als een dergelijke motie voorligt wordt er volgens het huidige sentiment gehandeld en dat betekent dat de passage wordt vertaald als pleidooi voor meer Europese integratie en minder nationale soevereiniteit. De historische context is dan plotseling niet meer van belang. Dan geldt slechts één belang en dat is de populisten niet in de kaart spelen.

In de praktische politiek van iedere dag wordt Europa steeds belangrijker, maar dat laten we liever gebeuren zonder er ruchtbaarheid aan te geven.

Lex Oomkes is politiek commentator bij Trouw, en schrijft wekelijks een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden