Opinie

Voorspelbare rotzooi in benauwend keukenblok

Drie jaar geleden speelde Het Nationale Toneel de dubbelkomedie 'Huis en Tuin' van Alan Ayckbourn, waarbij de toeschouwers of in de Koninklijke Schouwburg, of in de Guido de Moor-zaal hun eerste voorstelling zagen, en na een theaterbuffet overstaken naar de andere zaal voor hun tweede. Het waren grimmige huwelijkskomedies die niet alleen door het goede spel, maar vooral door het simultaan spelen een geweldige spanning en charme gaven bij de tweede voorstelling.

Een ander procédé volgde Ayckbourn in zijn 'Norman Conquests' waarin hij in drie komedies verschillende tijdstippen van een en hetzelfde weekend bijeenbracht dat drie paren doorbrengen. Hoewel het stuk al in 1973 op de planken werd gebracht, spreekt Toneelgroep Amsterdam nogal mallotig van een wereldpremière. De vertaling van Janine Brogt voert de titel 'De kruistochten' -hoezo? De 'Norman Conquest' heeft zoals bekend betrekking op Willem de Veroveraar, en niet op de kruistochten; het meervoud is een ironisch commentaar van Ayckbourn op het personage van Norman, die een onverbeterlijke vrouwengek is. Als de titel een schalkse verwijzing poogt te zijn naar een streek van het menselijk lichaam, is hij wel een heel zouteloze versmalling van Ayckbourns thema.

Maar dit zijn kleine ergernissen vergeleken met de teleurstelling over de regie van Ivo van Hove en het spel van de acteurs, waarbij ik meteen een uitzondering maak voor de Norman van Hans Kesting. De regie, en niet minder het benauwende keukenblok en het smijtwerk met serviezen van decorontwerper Jan Versweyveld, getuigen van een harde, onverschillige aanpak die absoluut niet betrokken is bij de levenslange fascinatie van de schrijver voor zijn thema. De twaalf bedrijven slepen zich weldra voorspelbaar voort in het schreeuwen en de rotzooi. Zelfs op de première was een lach van de zaal soms griezelig lang niet te horen.

In het spel stortten de acteurs zich, wellicht op aanwijzing van de regie, met veel misbaar op hun personage, vooral Hilde van Mieghem, Karina Smulders en Johanna ter Steege als de drie vrouwen. Zoals de vorige maand overleden comédienne Mary Dresselhuys tot in den treure heeft voorgespeeld, betekent komediespel dat je je personage weet te integreren in je eigen persoon. Dan begint het spel pas, niet als je je personage met driftige mimiek, gebaren en vocaal geweld staat op te tuigen. Fred Goessens was dit keer een bijzonder onrustige speler, Roeland Fernhout zorgde met zijn 'looiigheid' zoals over hem wordt opgemerkt, voor nogal wat traagheid in de handeling.

Zoals gezegd, voelde ik in Kesting wel vrij vaak de getalenteerde komediespeler. Probleem is alleen, en ik weet niet of dit verwijt vooral de schrijver, de vertaalster of de regisseur moet worden aangerekend, dat de personages van dit drieluik zo volkomen, maar dan ook volkomen oninteressant zijn, onbenullig in hun ambities en hun dromen, afgevlakte karakters met gevoelens die zo plat als een dubbeltje zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden