Voorspelbare afloop onthutst slachtoffers

Het Hof van Justitie van de Republiek moet volgende week nog uitspraak doen in het Franse bloedproces, maar nu al overheerst de teleurstelling.

Slachtoffers en nabestaanden reageerden onthutst op het besluit van de openbare aanklager om de drie hoofdverdachten in het proces, oud-premier Fabius (inmiddels voorzitter van de Assemblée National) en de ex-ministers Dufoix en Hervé, te ontslaan van rechtsvervolging. Het Hof, in 1993 speciaal opgericht voor de berechting van politici, kan de eis van procureur-generaal Burgelin negeren en het drietal alsnog veroordelen wegens ernstige nalatigheid. Maar dan moet het wel de argumenten weten te vinden die de openbare aanklager niet boven water heeft gekregen.

In het proces stond niets meer of minder dan het zelfreinigend vermogen van Frankrijk ter discussie. Zou het dan eindelijk zover kunnen komen dat ministers verantwoordelijk worden gesteld voor wat zich op hun terrein afspeelt? De grootste teleurstelling zit hem dan ook in het feit dat aanklager Burgelin na jaren van voorbereiding en twee weken van procesgang constateerde dat de politiek niets te verwijten valt en dat het bloedschandaal volledig voor rekening van de medici komt. Hooguit zou het Hof, gaf Burgelin aan, de ex-ministers Dufoix (sociale zaken) en Hervé (volksgezondheid) kunnen berispen omdat die niet alert genoeg hebben gereageerd. Maar daarom is het de slachtoffers en nabestaanden niet te doen, die elke dag buiten het conferentieoord dat als rechtszaal dienst doet, een 'tegen-proces' houden.

De rechtszaak was voor hen een gelegenheid om schoon schip te maken, een eind te maken aan een affaire die het vertrouwen in de Franse overheid danig heeft geschokt. De drie politici hadden in 1985 het gebruik van bloedplasma toegestaan dat niet was getest op hiv. Het gebruik van een Amerikaanse test zou zijn tegengehouden, om het gerenommeerde Franse Institut Pasteur de tijd te geven een eigen test te ontwikkelen. Dat gebeurde pas maanden later, toen 4 000 mensen al besmet bloed hadden gekregen. Ruim 600 van hen zijn nu overleden.

In 1992 werden de oud-directeur van de transfusiedienst en twee artsen veroordeeld tot vier jaar. De advocaten van de verdachten onthulden dat de regering-Fabius geen gehoor had gegeven aan de waarschuwing van de oud-directeur dat het uitblijven van ontsmettingsmethoden slachtoffers zou eisen.

Naar aanleiding daarvan werd het Hof opgericht, dat bestaat uit drie beroepsrechters en twaalf parlementsleden die voor de gelegenheid tot rechter zijn benoemd. Maar het begon er al mee dat het Hof alleen enkele slachtoffers en nabestaanden die de zaak hebben aangespannen, hoorde. Anderen werden niet als getuigen toegelaten en de slachtoffers konden zich ook niet als belanghebbende in de rechtszaak voegen.

De politiek correcte samenstelling van het Hof was voor de slachtoffers een indicatie dat het proces doorgestoken kaart was, dat de politici elkaar de hand boven het hoofd zouden houden. Bovendien was er met Burgelin een aanklager aangesteld die al ruim van tevoren had aangegeven er geen brood in te zien.

Grote twijfel ontstond er in de loop van het proces vervolgens over het waarheidsgehalte van de getuigenissen, die veelal tegenstrijdig waren. Sommige ambtenaren verschenen pas onder druk van het Hof, maar hoefden geen eed af te leggen en geen vragen te beantwoorden.

Daarmee bleek Olivier Duplessis, voorzitter van de belangenorganisatie van slachtoffers, profetische woorden te hebben gesproken voor het proces begon: ,,Dit is bij voorbaat een kansloze zaak voor ons. Er is alles aan gedaan om de waarheid niet boven water te krijgen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden