Vooroordelen over Grieken

De Grieken zelf zijn niet vreemd, hun situatie wel, kopte Trouw vrijdag. Daar dachten Nederlanders vroeger anders over, te oordelen naar hun idioom. Een Griek was voor Betje Wolff en Aagje Deken een stuurs mens, een oude Griek voor hun tijdgenoten een oude snoeper en een vieze Griek een zonderling of een kieskauw. Nog in de negentiende eeuw zouden onze voorouders vermoedelijk niet vreemd hebben opgekeken van een Griekenland waarover Der Spiegel onlangs schreef: het bezwendelt zijn politieke partners met vervalste statistieken, corruptie gedijt er – zonder fakelaki, envelopjes met inhoud, krijgen Grieken vaak niets voor elkaar – de staat is voor de meesten een zelfbedieningswinkel en het parlement heet in de volksmond ’de driehonderd dieven’.

Zo’n honderd jaar geleden immers kon Griek nog synoniem zijn met bedrieger of valsspeler. Zie het ’Woordenboek der Nederlandsche Taal’, anno 1893. Grotere leperds bracht alleen China voort, volgens een spreekwoord uit die tijd: „Men moet vijf Christenen hebben om één Jood te bedriegen, vijf Joden om één Griek te bedriegen, en vijf Grieken om één Chinees te bedriegen.”

Tegenwoordig wekt onze taal, met haar Griekse beginselen, alleen de indruk dat de Grieken zich als één man toeleggen op homo-erotische bezigheden. Een zwaar verouderde opvatting, die trouwens van de situatie in de Oudheid – want daar verwijst ze naar – een sterk vertekend beeld geeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden