Voorlichting in Oeganda begint langzaam vruchten af te werpen

SOROTI - “Praten over seks is ongepast in de Afrikaanse cultuur”, zegt Richard Omoda. “Maar ondertussen beginnen kinderen er vaak al op hun elfde aan.” Wie geen seks bedrijft, loopt immers gevaar. “Jongens zeggen dat je uit de pawpaw-boom valt als je te weinig met meisjes naar bed gaat, dat je piemel het niet meer doet. En meisjes geloven dat hun vagina dichtgroeit, zodat ze nooit meer kinderen kunnen baren.”

ESTHER BOOTSMA

Ten strijde tegen dit soort bijgeloof en onveilige seks parkeert aidsvoorlichter Omoda zijn auto bij een lagere school tussen de bananenbomen, waar een bende roze uniformpjes komt aanrennen. Alle kinderen krijgen de jongerenkrant Straight Talk, met artikelen over zaken als verliefdheid, masturbatie en aids. En natuurlijk met een brievenrubriek, Dear Syfa: 'Ik heb vier vriendinnen en wil graag weten hoe ik met hen allemaal seks kan hebben, zonder dat ze het van elkaar te weten komen'.

Oeganda heeft een van de hoogste percentages aids-patiënten ter wereld. Officieel is tien procent van de bevolking besmet met het hiv-virus: zo'n twee miljoen mensen. Maar gezien de gebrekkige gezondheidszorg en het tekort aan testmogelijkheden, ligt de ware besmettingsgraad waarschijnlijk veel hoger. Oegandezen die officieel aan longontsteking of TBC sterven, zullen vaak aids hebben gehad. De autoriteiten geven dan ook toe dat mogelijk een kwart of eenderde van de bevolking besmet is.

In het hele land kom je in elk geval niemand tegen zonder familieleden die aan aids zijn gestorven. “Twee jonge tantes van mij zijn doodgegaan”, zegt aidsvoorlichter Omoda in de stad Soroti. “Mijn twintigjarige zus is besmet, haar man al gestorven. Ze hebben vier kinderen. De baby van drie maanden is geïnfecteerd. Haar man had nog een andere vrouw in de hoofdstad Kampala, zij heeft ook aids.”

Dit soort verhalen zijn normaal in Oeganda. “Het wordt zelfs zo erg dat wij er nu toch eens personeelsbeleid voor moeten gaan maken”, zegt Andy Wehkamp, directeur van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV) in Oeganda. “Elke week moeten mensen een dag van kantoor weg voor begrafenissen. Bovendien word je hier als organisatie geacht te helpen als iemand doodgaat. Financieel, wat betreft vervoer. We doen wel wat, maar misschien moeten we meer doen.”

Zoals in elk ontwikkelingsland is aids ook een economische ramp; op kantoren, in de landbouw, overal sterven sterke of hoog opgeleide werknemers van twintig, dertig jaar oud. Is er net iemand getraind voor een bepaalde functie, wordt die ziek. “En familieleden moeten dan weer hun kinderen verzorgen, terwijl iedereen hier van zichzelf al zeven kinderen heeft”, zegt Wehkamp.

Vandaar de posters langs de wegen. Enorme billboards met teksten als: 'Aids kent geen grenzen' en 'Als je dan echt moet, gebruik een condoom!'. Terwijl de ziekte in de meeste Afrikaanse landen lang is doodgezwegen, voert Oeganda al meer dan tien jaar een actieve campagne. Kranten, radio, voorlichting op scholen, toneelstukken, popsongs. . . van alles wordt verzonnen om de mensen te doordringen van het gevaar van onveilige seks.

Hierdoor weet inmiddels negentig procent van de Oegandezen wat aids is en hoe je het krijgt. De 'mager-ziekte', zoals aids werd genoemd toen men nog niet begreep waarom iemand ineens snel vermagerde, heet het allang niet meer. Maar mythes blijven bestaan, zoals de samenzweringstheorie dat de Amerikanen aids in Afrika hebben verspreid. “Ze willen gewoon de Afrikaanse bevolking decimeren”, aldus een chauffeur. Bovendien, er mag dan wel meer openheid zijn, een aidspatiënt is nog altijd terughoudend in het naar buiten brengen van zijn ziekte. Wie familie heeft, krijgt altijd opvang, maar wie alleen is, wordt vaak verstoten.

Zoals Grace Ayecho. Ze is 28 jaar en schuifelt moeizaam op blote voeten over de markt in een dorp ver buiten Soroti. Op weg naar haar hutje vertelt ze dat ze schimmel in haar keel heeft en moeilijk kan slikken. “Ik voel me al zwak, maar doordat ik nauwelijks kan eten wordt het steeds erger”, zegt ze.

Ze heeft aids. En een acht jaar oud zoontje, Emanuel, een lief kind met een smal gezicht en twee enorme hazetanden. “Mijn vader en moeder zijn dood, mijn man is dood en vorig jaar is mijn dochter van tien doodgegaan aan een nierziekte.” Het meisje ligt achter in de tuin begraven. Voor de verzorging heeft Grace haar laatste bezittingen moeten verkopen: de stoeltjes, de dekens. “Ik heb niets meer”, zegt ze, terwijl ze haar lege hutje van twee bij twee meter laat zien. “Soms doen Emanuel en ik drie dagen met één kopje gierst. Maar niemand kan me helpen, iedereen hier is arm. Ik heb geen vrienden, ik heb alleen God die voor me zorgt.”

Vaak ligt ze op een matje in haar hut. “Maar als ik alleen ben, denk ik teveel na over hoe het met Emanuel moet als ik doodga. Dan begint mijn hart vreselijk te bonzen en sta ik maar op. Ik ga dan naar de markt en hoop dat iemand wil praten. Maar ik wil niet meer bedelen, de mensen worden moe van mij.”

Een half miljoen Oegandezen is inmiddels aan aids gestorven. Terwijl de economie opmerkelijk groeit, gaat de gemiddelde levensverwachting achteruit. Werd men enkele jaren geleden gemiddeld 43 jaar, nu nog maar 40. Als het in dit tempo doorgaat zal de levensverwachting in 2010 niet hoger zijn dan 30 jaar.

Maar er zijn voorzichtig optimistische geluiden over een kentering. In geboorteklinieken wordt elke zwangere vrouw getest op het hiv-virus, en vooral onder jonge vrouwen blijkt het aantal besmettingen te dalen. Was vier jaar geleden in sommige steden 30 procent van de zwangere vrouwen seropositief, vorig jaar 'nog maar' 15 tot 20 procent.

Condooms worden op grote schaal verkocht en elk weekeinde ligt de omgeving van discotheken ermee bezaaid. De campagne zet aan tot gedragsverandering, aldus Healthnet International, een Nederlandse organisatie die 170 aidsvoorlichters rond Soroti heeft opgeleid en begeleidt. “Zonder dit project zouden we hier hebben gezeten en niks hebben gedaan”, vertelt een van de voorlichters, die in de schaduw van een boom een bijeenkomst houden. “Nu vertellen we de mensen over veilige seks. En dat ze geen scheergerei moeten delen. En dat vroedvrouwen handschoenen moeten dragen en hun nagels kort moeten knippen.”

Maar jongeren blijven een lastige doelgroep, vindt trainingsleider Omoda. Niet alleen doordat ze bijgelovig zijn en denken dat ze impotent worden als ze te weinig seks hebben. “De jeugd wil ook stoer doen. Een jongen die tot zijn huwelijk met niemand naar bed wil, wordt gepest en uitgejouwd. En wie condooms wil gebruiken, wordt uitgelachen. Stoere jongens roepen dat seks fun moet zijn, en dat je met condooms niets voelt.”

Een probleem is het gebrek aan ouderlijke controle. “Op hun veertiende krijgen de kinderen al hun eigen hut. Bovendien zetten heus niet alleen de jongeren elkaar onder druk. Ouders worden boos als hun zoon geen vriendinnetjes heeft.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden