Voorkomen is nog altijd de beste Eerste Hulp

Tijdens een EHBO-cursus leren ouders op een pop hoe zij hartmassage bij een kind kunnen uitvoeren. ( FOTOS KOEN SUYK, ANP) Beeld
Tijdens een EHBO-cursus leren ouders op een pop hoe zij hartmassage bij een kind kunnen uitvoeren. ( FOTOS KOEN SUYK, ANP)

In en om het huis gebeuren veel ongelukken, waarvan de meeste met kinderen. Door hete thee of elektriciteit bijvoorbeeld. Een cursus Eerste Hulp kan nu via internet worden gedaan.

Sofie Cerutti

Susan Born uit Bussum had toevallig net een EHBO-cursus gedaan, toen buurkinderen bij haar op de deur bonsden. Haar vierjarige dochter was met haar stepje door een achteruitrijdende auto aangereden en was dubbelgevouwen tussen de wielen terechtgekomen. Het profiel van de banden stond op haar benen afgetekend en het meisje moest verschrikkelijk huilen. Maar Born bleef kalm. „Zolang een kind huilt en kan staan, is het meestal niet dodelijk gewond, had de EHBO-instructeur haar les na les ingepeperd. En dat hielp, kennelijk. „Ik herhaalde steeds voor mezelf: vitale functies controleren, kalm blijven, kind geruststellen, rustig en doortastend handelen.”

Born besloot met haar dochter naar het ziekenhuis te rijden. „Daar waren we binnen tien minuten. En er stond in een paar minuten een heel team klaar.” Het liep gelukkig in dit geval goed af. Of het door de EHBO-cursus kwam, weet ze niet zeker. Maar: „De artsen en verpleegkundigen zeiden wel dat ze nog nooit een moeder zo kalm en beheerst een ernstig gewond kind hadden zien binnenbrengen.”

Volgens de Stichting Consument en Veiligheid worden jaarlijks 190.000 kinderen medisch behandeld na een ongeval, door de huisarts of in het ziekenhuis. Dat kan voor een tand door de lip zijn, voor een gebroken been of voor een ernstige inwendige bloeding na een verkeersongeluk. Het overgrote deel daarvan komt er vanwege een ongeluk dat in huis heeft plaatsgevonden. En het overgrote deel van de ouders weet niet hoe te handelen als er iets gebeurt.

Er zijn wel cursussen speciaal voor EHBO bij kinderen, maar de drempel daarvoor is hoog. Ze worden mondjesmaat aangeboden en zijn vaak ver weg. Ze worden door bevlogen vrijwilligers gegeven en georganiseerd. Duur zijn de cursussen daarom meestal niet, maar een gebrek aan vrijwilligers betekent wel dat er niet altijd een cursus in de buurt wordt aangeboden.

Op een maandagavond in Amsterdam-West zitten tien, vijftien mensen bij elkaar. Veel vrouwen, een paar mannen. Een enkele professional die met kinderen werkt (als conciërge of overblijfkracht), iemand die een gastouderbedrijfje wil opzetten. Maar het zijn overwegend ouders van jonge kinderen en één oma. Zij zeggen eensgezind dat ze het belangrijk vinden ’te kunnen handelen als er wat gebeurt’. „Eigenlijk weet je totaal niet wat je moet doen”, zegt een van hen. „Er komen ook vaak vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen spelen”, zegt een ander. „Dat is ook een grote verantwoordelijkheid.” Veel mensen hebben een verhaal over een kind dat ze kennen dat een ernstige valpartij maakte of kokend water over zich heen kreeg. Dan is het goed te weten wat je moet doen.

Dat speelde bij Susan Born ook. Kort voor ze een EHBO-cursus deed had ze meegemaakt dat een buurjongetje een val maakte en flink bloedde. „Ik voelde me toen erg hulpeloos. Ik wist niet wat ik moest doen, hoe ik hem moest verbinden. En het duurde heel lang voor de ambulance kwam, we moesten een paar keer bellen en pas na twintig minuten kwamen ze eindelijk.” Toen ze via haar werk een cursus kon doen, aarzelde ze dus geen moment.

Er is recent ook een cursus ontwikkeld die via internet aangeboden wordt. Voor 29,95 euro kun je dertig dagen lang elf lessen volgen, compleet met instructiefilm en een toets aan het eind van elk hoofdstuk. Je kunt je eigen tempo volgen en de lesstof zo vaak herhalen als je zelf wilt.

Het is natuurlijk allemaal theorie: achter je computer kun je niet oefenen. „Maak de ademweg vrij door één hand op het voorhoofd te leggen, de wijs- en middelvinger van uw andere hand onder het harde gedeelte van de kin te plaatsen en het hoofd licht naar achteren te buigen”, klinkt de voice-over dan bijvoorbeeld. Zelfs met het instructiefilmpje erbij is dat lastige materie, die je regelmatig zou moeten oefenen.

Maar leerzaam is het wel, en heel gemakkelijk aan te vragen en te volgen. Aan het eind krijg je een ’Certificaat EHBO Theorie van Eerste Hulp in Huis’ thuisgestuurd. Voor een ’officieel’ diploma (dat bijvoorbeeld nodig is om een gastouderbedrijf te starten) moet nog een praktijkavond worden gevolgd en ook een praktijkexamen afgelegd.

Zou iedere ouder zo’n cursus moeten doen? „Het zou zeker heel nuttig zijn”, zegt Marjolein Koen, spoedeisende hulparts in opleiding, actief binnen de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulpartsen én net moeder van haar eerste kind. „Je kunt zelfs van een theoretische cursus via internet veel leren. Mensen zullen zich daardoor in elk geval zekerder voelen.” Maar helemaal voorkomen kun je dit soort ongelukken natuurlijk nooit. „Kinderen rennen en spelen nu eenmaal. Ze zijn actief en zien geen gevaar. Er zullen altijd veel kinderen bij de Eerste Hulp gebracht worden.”

Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen tref je overigens lang niet altijd een gespecialiseerde Spoedeisende Hulparts. Die specialisatie bestaat namelijk nog maar een paar jaar. „Bij veel ziekenhuizen lopen op de Eerste Hulp nog onervaren artsen rond”, is de ervaring van Koen. Dat is wel aan het veranderen, maar gaat natuurlijk langzaam.

Nog belangrijker dan weten hoe je eerste hulp kunt verlenen, is preventie. Heel veel ongelukken zouden voor je gevoel ’gemakkelijk’ voorkomen kunnen worden. Koen: „Als je bijvoorbeeld kijkt naar spaakverwondingen: voetje tussen de spaken van de fiets. Dat gebeurt echt heel erg vaak, en het is een behoorlijk ernstig ongeval. Soms is de voet gebroken en ook als hij niet gebroken is moet hij vaak in het gips gezet worden. Dat lijkt zó eenvoudig te voorkomen, met jasbeschermers en goede kinderzitjes. Maar zoiets lijkt altijd gemakkelijker dan het is.”

Hete thee, dat is er nog zo eentje. Het is verbrandingsoorzaak nummer één bij kinderen. Een baby leert lopen, trekt zich op aan een tafelkleedje, en trekt een kop hete thee over zich heen. Of een waterkoker vol heet water. Omdat een kind of baby zoveel kleiner is dan een volwassene, is heel snel een relatief groot deel van zijn lichaam verbrand. Achteraf denk je altijd dat je zoiets gemakkelijk zou kunnen voorkomen. Maar het gebeurt duizenden keren per jaar en het kan tot pijnlijke en ernstige verwondingen leiden.

Voor scholen en kinderdagverblijven is EHBO verplicht, in elk geval voor één aanwezig persoon. Iemand die in de kinderopvang werkt (maar niet met naam in de krant wil) heeft andere ervaringen. „Officieel moet er altijd iemand met EHBO-diploma aanwezig zijn. Maar als diegene vakantie heeft, of ziek is, wordt daar nog wel eens al te gemakkelijk mee omgegaan.” Bovendien: ’s morgens en aan het eind van de middag sta je vaak alleen op een groep. Als binnen een kind zich verslikt, moet je dan je kinderen op de speelplaats alleen laten? Of meenemen?” Het is een retorische vraag. Het kan in elk geval nooit kwaad naar het onderwerp door te vragen bij school of kinderdagverblijf.

Ouders kunnen thuis de kamers eens goed nalopen. Kan een kind bij het snoer van de waterkoker? Is die plant niet giftig? Zijn medicijnen en schoonmaakmiddelen goed opgeborgen? Ook daarom kan een cursus via internet nuttig zijn. „Het is goed te weten waar de risico’s schuilen, en snel te kunnen beoordelen hoe ernstig iets is”, zegt Spoedeisende Hulparts Daniëlle Bussmann. „Of je een verbandje dan linksom of rechtsom aanlegt, maakt echt niet zoveel uit.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden