VOORHEEN JOEGOSLAVIE - WEEK 40

MACEDONIE - Het was (voor zover bekend althans) de eerste aanslag op een politiek leider van het voormalig Joegoslavië. Kiro Gligorov, president van Macedonië, ontsnapte dinsdag aan de dood toen een bom ontplofte toen zijn auto passeerde. Zijn chauffeur overleefde het niet.

De spanning liep meteen op in de republiek, waarvan al zo vaak voorspeld is dat het aan een oorlog niet kan ontkomen. En het is juist Gligorov (78) geweest die ervoor gezorgd heeft dat, tegen alle voorspellingen in, Macedonië niet tot ontploffing is gekomen. Hij heeft zowel voorkomen dat het land met één van zijn buren in een gewapend conflict raakte als de interne spanningen (met name met de Albanese minderheid in het land) binnen de perken weten te houden.

Gligorov werd op 3 mei 1917 geboren in Stip, in het oosten van Macedonië. Hij studeerde rechten in Belgrado, waarna hij zich aansloot bij het verzet tegen de Duitse bezetter. Na de Tweede Wereldoorlog werkte Gligorov bij de Nationale Bank in Belgrado. Hij was van 1962 tot 1967 minister van financiën en werd vervolgens voorzitter van het federale parlement. Van 1974 tot 1978 was hij lid van het presidium van de Joegoslavische Staat, een college dat president Tito in het leven had geroepen om zijn opvolging voor te bereiden.

Een verdere politieke carrière zat er evenwel niet in. Zijn pogingen de economie in Joegoslavië om te vormen tot een meer marktgerichte economie stonden dat in de weg. In de jaren '60 was hij voorzitter van een economische hervormingscommissie, die echter na drie jaar een vroege dood stierf omdat Tito vreesde dat hervormingen zouden leiden tot het einde van het communistische machtsmonopolie.

Aan het einde van de jaren '80 riep de toenmalige Joegoslavische leider Ante Markovic Gligorov naar Belgrado om alsnog verandering te brengen in het economische beleid. Deze pogingen faalden opnieuw, door tegenwerking van met name Servië, Kroatië en Slovenië.

Tijdens de crisis die uitmondde in de uiteenspatting van Joegoslavië keerde Gligorov terug naar Macedonië. Daar koos het parlement hem op 27 januari 1991 tot president. In het voorjaar van 1992 kreeg hij het gedaan dat de eenheden van het voormalige Joegoslavische leger, die in Macedonië waren gestationeerd, zonder bloedvergieten het gebied verlieten.

Hij probeerde een evenwichtig beleid te voeren ten aanzien van zijn buren: Griekenland, Bulgarije, Albanië en Klein-Joegoslavië (Servië en Montenegro). Elke andere politiek in dit land van twee miljoen inwoners, waar de minderheden (Albanezen, Turken en Serviërs) eenderde van de bevolking uitmaken, zou een bron van conflicten opleveren, zei hij. In 1993 liet hij als voorzorgsmaatregel duizend blauwhelmen van de Verenigde Naties langs de grenzen met Klein-Joegoslavië en Albanië stationeren.

Desondanks liepen de spanningen met met name Griekenland hoog op. Dat beschuldigde Macedonië van 'expansionistische' bedoelingen onder andere vanwege het gebruik van de naam Macedonië. Dat leidde zelfs tot een economische boycot van Griekse zijde. Juist de afgelopen weken echter kwam het tot toenadering tussen Athene en Skopje. Afgesproken werd dat Griekenland zijn boycot zou opheffen als Macedonië zijn vlag zou veranderen.

Twee dagen vóór het parlement daarover zijn goedkeuring moest uitspreken, kwam de aanslag op Gligorov. Opmerkelijk genoeg lijkt dát de parlementsleden echter (óók de Macedonische nationalisten die vonden dat de president te ver was gegaan met zijn toegeving aan Athene) juist te hebben doordrongen van de noodzaak de spanning in Macedonië niet verder te laten oplopen. Met een overweldigende meerderheid werd donderdag voor het compromis gekozen.

KROATIE - Een half jaar geleden nog maar hadden de Kroatische autoriteiten geen zeggenschap over ruim een kwart van Kroatië. Inmiddels is dat, na acties in mei in West-Slavonië en in augustus in Krajina, teruggebracht tot vijf procent. Alleen in Oost-Slavonië, langs de grens met Servië, hebben Serviërs het nog voor het zeggen. Hoeveel dat er nog zijn is overigens niet duidelijk.

Deze week werd een kleine stap gezet naar een vreedzame oplossing van dit conflict. Afgevaardigden van de Kroatische regering en de Serviërs werden het eens over een aantal richtlijnen. Opmerkelijk daarbij was dat voor de eerste maal werd onderhandeld in de omstreden regio zelf (in Erdut niet ver van het beruchte Vukovar dat eind 1992 vrijwel geheel in puin werd geschoten). Het was bovendien de eerste maal sinds 1991 dat een Kroatische regeringsvertegenwoordiger het gebied bezocht. In dat jaar riepen de Serviërs hun Servische Republiek Krajina (RSK) uit in antwoord op de Kroatische onafhankelijkheidsverklaring van Joegoslavië.

In Erdut werd ondermeer afgesproken dat er een overgangsperiode zal komen waarin de integratie van de regio in Kroatië zal worden voorbereid. Er zal een overgangsbestuur komen, ingesteld door de Veiligheidsraad, dat er op moet toezien dat de belangen van èn de Kroatische autoriteiten èn de locale Serviërs èn de vluchtelingen die willen terugkeren èn etnische minderheden worden veiliggesteld.

Niet afgesproken is echter hoelang die overgangsperiode moet duren en wanneer die moet ingaan. Zagreb is heel pertinent: eind november loopt het huidige mandaat van de VN-troepen in Kroatië af, dan kan de overgangsperiode beginnen die een jaar, hooguit anderhalf jaar moet duren. Vertegenwoordiger van de Serviërs zien die periode echter liefst langer: zij hebben het over drie tot vijf jaar.

De Kroatische president Franjo Tudjman heeft diverse malen gedreigd geweld te gebruiken als de Serviërs zich niet snel weer aan het gezag van Zagreb onderwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden