’Voordelen voor opiumboeren zijn gewoon te groot’

Afghanistan vraagt de internationale gemeenschap komende donderdag tijdens een donorconferentie in Parijs om 50 miljard dollar (32 miljard euro).

Gert Jan Rohmensen en Kaboel

Vier miljard dollar daarvan is bedoeld voor het ontwikkelen van de landbouw. Het is een cruciale sector in Afghanistan, waar nu het meeste geld verdiend wordt met de teelt van papaver en de opiumproductie. De Afghaanse regering en de internationale gemeenschap proberen hieraan al jaren een halt toe te roepen, maar zonder veel resultaat.

De voordelen voor de opiumboeren zijn gewoon te groot, zegt Christina Oguz, Afghanistan-directeur van het VN-bureau voor Drugs en Misdaad (UNODC) in Kaboel. „Het levert direct geld op, het is gemakkelijk op te slaan, de boeren hoeven geen afzetmarkt te zoeken want de handelaren komen naar hen toe en je kunt als boer krediet krijgen voordat je hebt geplant.”

Al sinds de val van het talibanregime eind 2001 wordt er gepraat over alternatieve gewassen voor de boeren. Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, hebben daar al honderden miljoenen dollars in gestoken.

In de praktijk is er maar weinig van te merken. De teelt van papaver –de grondstof voor opium en heroïne– blijft maar groeien. Vorig jaar was het areaal waar papaver werd verbouwd meer dan verdubbeld ten opzichte van 2003. De opbrengst aan opium maakte in die jaren een reuzensprong van 3600 naar 9000 ton. Daarmee levert Afghanistan 93 procent van de wereldproductie.

„Er is veel tegen te doen en niet eens al te moeilijk, maar je moet er op een andere manier over nadenken”, zegt Oguz. „We moeten het zoeken in ontwikkeling van het platteland. Katoen kan bijvoorbeeld nooit concurreren met opium, maar T-shirts wel.”

Vijf jaar geleden waarschuwden de Verenigde Naties dat Afghanistan in handen dreigde te vallen van de drugsmaffia. Inmiddels krijgen de machtige drugscriminelen door de alom aanwezig overheidscorruptie steeds meer greep op de legale bovenwereld en het bestuur van Afghanistan.

Grote vissen
„Het probleem is dat we de grote vissen moeilijk te pakken kunnen krijgen”, zegt Sareer Ahmad Barmak, woordvoerder van de Taskforce Misdaad (CJTF). De organisatie is pas in 2005 opgericht en moet drugscriminelen opsporen en tevens berechten. „We worden wel steeds professioneler en we laten nu ook vaker de kleintjes lopen om de groten te pakken.”

Barmak bevestigt dat er geheime lijsten circuleren met namen van prominente, van drugshandel verdachte politici en andere machthebbers. Over sommige figuren gaat het hardnekkige gerucht dat de overheid hen niet durft aan te pakken omdat ze te machtig zijn.

„De meeste van deze personen zijn wel onderzocht, maar er is geen bewijs gevonden. Maar als die bewijzen er wel zouden zijn zal de overheid morgen met vervolgen beginnen”, bezweert Barmak.

Afghanistan-directeur Oguz van UNODC: „Het algemene gevoel is dat als je een machtige figuur bent, je altijd met alles weg kunt komen. Het signaal dat je moet afgeven aan het publiek is juist dat als je de wet overtreedt, je vervolgd wordt. Daar is al heel veel over gesproken, maar het is nu tijd voor wat actie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden